Angst

1. De dagen worden korter, de angst wordt groter. Vanuit Parijs drijft langzaam de brandlucht in zwarte wolken noordwaarts.

2. Ik ga tegenwoordig in een kogelvrij vest naar de bakker.

3. Ik leg 's avonds een brandwerende deken over de auto.

4. En naar Amsterdam ga ik al helemaal niet meer. Levensgevaarlijk, met die onderwereld die bovengronds komt.

5. Kan er geen liquidatiegedoogzone komen, bijvoorbeeld in een nog niet gebruikte tunnelbak van de Noordzuidlijn?

6. Misschien was het wel een afzwaaier uit Amsterdam, bestemd voor een of andere vastgoedhandelaar, dat kogelgat in het raam van Verdonk.

7. Nee, het was geen kogelgat, hoor ik nu. Het was een illegale glazenwasser, die zijn ladder wat ongelukkig tegen het raam had gezet.

8. Of een asielzoekend roodborstje dat er graag ingelaten wilde worden, en iets te hard met zijn snavel op Verdonks raam tikte.

9. Het komt door de warme nazomer, iedereen is een beetje oververhit geraakt.

10. Het volk heeft behoefte aan binding.

11. Van het koningshuis hoeven we het niet te verwachten, daar gaat binnenkort niemand meer dood, een grote natuurramp werkt niet meer, dus het zal van een strenge winter moeten komen.

12. GodAllahmachtig, ik smeek U, zend ons een flinke portie kou, en een Elfstedentocht.

13. Twintig graden vorst, en een lagere olieprijs, koopkracht en langere lontjes.

14. Amen.