Zorgen over energievraag in 2030

De komende kwart eeuw zal de vraag naar energie wereldwijd met meer dan de helft toenemen. Om daaraan te voldoen is een investering nodig van 17 biljoen dollar (14,4 biljoen euro), bijna dertig keer het nationaal inkomen van Nederland. Het is twijfelachtig of die investering gehaald zal worden.

Dat stelt het gezaghebbende Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs in het vandaag verschenen rapport World Energy Outlook 2005, een jaarlijks verschijnende visie op de toekomstige energievoorziening van de wereld.

De twijfels hebben vooral betrekking op investeringen die nodig zijn in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Deze landen winnen volgens het IEA aan belang. Nu leveren ze eenderde van alle olie en gas die in de wereld wordt verbruikt. In 2030 zal hun aandeel gestegen zijn tot bijna de helft. Maar daarvoor moeten ze wel jaarlijks 56 miljard dollar investeren in het exploreren van nieuwe olie- en gasbronnen, en in raffinaderijen.

,,Wat als de noodzakelijke investeringen niet gedaan worden'', vraagt het energie-agentschap zich af. ,,Deze landen hebben enorme voorraden, maar die moeten wel verder ontwikkeld worden'', zei directeur Claude Mandil van het IEA vandaag bij de presentatie van het rapport.

,,Dit rapport is een breuk met het verleden'', zegt Coby van der Linde, directeur van het energieprogramma van Instituut Clingendael in Den Haag, in een reactie. ,,Het IEA was altijd optimistisch, maar nu houdt het opeens rekening met alternatieve scenario's.''

Volgens Van der Linde is het maar de vraag of de ontwikkelingslanden het geld hebben om deze grote investeringen te doen. Een andere mogelijkheid is dat ze westerse oliemaatschappijen laten investeren.

,,Maar dan komt de eigendomsverhouding in het gedrang'', zegt Van der Linde. ,,Landen willen graag de zeggenschap over hun eigen olie- en gasbronnen houden, omdat die zo belangrijk zijn voor hun economieën.''

In het alternatieve scenario dat het Internationale Energie Agentschap heeft opgesteld, stapt de westerse wereld sneller over op alternatieve energiebronnen, zoals windenergie, waterkracht en biomassa. Omdat die alternatieven nu nog relatief duur zijn zal de prijs van energie stijgen.

Wordt er voldoende geïnvesteerd in het vinden, oppompen en raffineren van fossiele brandstoffen dan zal de prijs van een vat olie in 2010 rond de 35 euro liggen. Twintig jaar later is die prijs naar verwachting gestegen naar circa 39 dollar per vat. In het alternatieve scenario komt die prijs uit op zo'n 52 dollar in 2030.

Voor het milieu is het sneller overstappen op alternatieven gunstig. In het alternatieve scenario stijgt de uitstoot van het broeikasgas CO2 met 30 procent ten opzichte van de huidige uitstoot. In het traditionele scenario stijgt die uitstoot met meer dan 50 procent, als overheden vasthouden aan hun huidige beleid.