Warmbloedige dans over leven, liefde en dood

Holland Dance Festival-directeur Samuel Wuersten heeft een missie: tonen dat de dans zich niet in een crisis bevindt. Zijn voorkeur voor pure dans zonder theatrale poespas geeft hem in zoverre gelijk dat op het Haagse festival de groten nog steeds de groten zijn. Maar de jongere choreografen blijken toch met de handen in het haar zitten.

Neem ex-Scapino-danseres Annabelle Lopez Ochoa. Zij wordt gezien als Neerlands hoop. En beperkt ze zich tot beweging, zoals in het duet Before/After bij het Nationale Ballet, dan gaat het ook buitengewoon goed. Maar haar nieuwe theatrale productie September is veel minder geslaagd. Het thema ouderdom blijft hangen in clichés over hangende borsten. Om de beurt mogen de twee oude en twee jonge dansers vertellen of ze blij zijn met hun lichaam, om vervolgens staand, zittend of kronkelend naar de navels te staren. Hoeveel muziekjes, tekst en kekke videoprojecties Lopez Ochoa er ook tegenaan gooit, het verhult allemaal een gebrek aan dramaturgie en visie. De meeste choreografen zijn geen regisseurs, en Lopez Ochoa maakt dat pijnlijk duidelijk.

Jong en hip zouden ook de talenten uit Griekenland zijn, maar de gezelschappen Choreftes en Sinequanon laten in Going Under en Secret Supper op abstracte wijze zien dat Griekse navels nog dieper zijn dan de Hollandse. Wat een theatraal misverstand om het publiek te trakteren op quasi diepzinnig gestaar en achterhaald gekronkel op een tafel.

De hoop in de dans is dus gevestigd op de arrivés, en die losten hun beloftes ruimschoots in. Het Britse Phoenix Dance Theatre haalde weliswaar decennia oud werk uit de kast met Forest (1977) van Robert Cohan, maar dat wees ons als museumstuk wel op het feit dat er veel veranderd is in de danstaal. De Franse Ivooraan Georges Momboye deed met Adjaya wat van hem verlangd werd: energieke, hoogstaande Afrikaanse dans met opzwepende trommelritmes.

Afrika is ook de inspiratiebron voor de New Yorker Ronald K. Brown en zijn gezelschap Evidence. Hij combineert het aardse en ritmische van de Afrikaanse dans met de ijle lijnen van de westerse dans. Het resultaat is soms hypnotisch, maar altijd in en in humaan. De prediker van de alles overstijgende liefde (discriminatie, haat, zelfs de dood) overtuigt met de choreografieën Upside Down, Come Ye en Grace in vorm en inhoud. Zelfs cynici ontdooien bij het zien van dansers die alle dansstijlen beheersen en theatraal overtuigen met individueel charisma.

Waar Brown het publiek voor zich wint met warmbloedige menselijkheid, laat zijn Israëlische collega Ohad Naharin met Mamootot zien hoe mooi en deplorabel de eenzaamheid van de mens is. In het atrium van het Haagse stadhuis, waarin je je door de overweldigende architectuur van Richard Meier sowieso al aangenaam nietig en kosmisch voelt, voeren de negen dansers van de Batsheva Dance Company je mee in hun autistische wereld, en geven ze de paradox tussen intimiteit en openbaarheid genadeloos mooi vorm. Dat ze aan vier kanten zijn omringd door toeschouwers, lijkt de dansers niet te deren. Eén danser beweegt een poosje naakt, maar die kwetsbaarheid wordt die van de toeschouwer. Zelfs als de dansers toch een handje geven aan deze en gene, is het contact schijn.

Naharin is vaak in Nederland te gast, bijvoorbeeld bij het Nederlands Dans Theater, en zijn repertoire loopt uiteen van `vet' theatraal tot ingetogen abstract. Dit keer speelt hij met alle denkbare contrasten. Als er één ding niet gezegd kan worden is het dat de kunst van het dansen zich in een crisis bevindt. Zo bekeken wordt het Holland Dance Festival een ode aan de uitvoerenden.

Holland Dance: Batsheva Dance Company; Compagnie Georges Momboyy; Live from Athens; Ronald K. Brown/Evidence; Phoenix Dance Theatre, A. Lopez Ochoa. Gezien 1 t/m 5/11, Den Haag.

Inl:www.hollanddancefestival.nl of 070-3561 176