`Tate betaalde losgeld'

Het Tate-museum in Londen heeft zo'n drie miljoen pond (4,5 miljoen euro) betaald om twee gestolen schilderijen van de Britse schilder J.M.W. Turner terug te krijgen. Deze beschuldiging uit de BBC in het tv-programma Under Cover Art Deal, dat woensdag wordt uitgezonden.

Het museum ontkent dat er sprake is geweest van een losgeld. Wel geeft het toe dat er is betaald voor ,,informatie'' en voor ,,incidentele kosten'' bij het terugvinden van de doeken. De schilderijen, die tot Turners belangrijkste werken behoren, werden in 1994 gestolen tijdens een expositie in Duitsland. Het ene doek is getiteld Shade and Darkness: the Evening of the Deluge, het andere Light and Colour (Goethe's Theory): The Morning after the Deluge.

De twee werken waren elk voor 12 miljoen pond (18 miljoen euro) verzekerd. Na de diefstal eiste Tate het geld op. In ruil kreeg de verzekeringsfirma de rechten op de schilderijen. In 1998 kocht de Tate de eigendomsrechten terug, volgens de BBC voor acht miljoen pond. In 2000 wist het museum het eerste doek te bemachtigen, twee jaar later het tweede. Volgens de BBC is daarvoor een bedrag betaald van drie miljoen pond. In een schriftelijke verklaring liet Tate echter weten dat het museum steeds heeft gehandeld met instemming van de Londense politie en een gerespecteerde Duitse advocaat.