PvdA wil gratis dag in alle musea

De PvdA wil dat musea één dag per week gratis toegankelijk zijn. Voor het lokken van jongeren en allochtonen naar kunst wordt het budget verdubbeld, want meer mensen moeten in aanraking komen met kunst. Ook wil de partij dat subsidies anders verdeeld worden.

Dit schrijven de Tweede-Kamerleden John Leerdam, Jet Bussemaker en Hester Tammes (alle PvdA) in hun vandaag verschenen boek de Kracht van Kunst, over de visie van de grootste oppositiepartij op het kunstbeleid. Voor de PvdA staan in de kunsten ,,collectieve en individuele trots, troost en humor centraal''. Ook heeft kunst een `brugfunctie' tussen verschillende maatschappelijke groepen en culturen en moet kunst de betrokkenheid van burgers bevorderen.

De PvdA wil er dan ook bovenal voor zorgen dat meer mensen in aanraking komen met kunst. De gratis dag voor de musea is een eerste stap naar volledig vrije toegang. ,,In Groot-Brittannië zijn alle staatsmusea gratis en het blijkt dat een heel groot deel van de bezoekers mensen zijn die anders niet in aanraking met dit deel van het cultuuraanbod zouden komen'', schrijven de PvdA-politici.

Vooral jongeren en allochtonen bezoeken naar verhouding weinig musea en voorstellingen. Culturele instellingen die nu 2 procent van hun budget besteden aan werving van deze groep, krijgen er nu al van het Rijk een bedrag ter grootte van 3 procent van hun begroting bij. De PvdA vindt dit te ingewikkeld en wil dat instellingen en gezelschappen voortaan inschrijven op een geldpot voor de participatie van jongeren en allochtonen. De 5 procent van de cultuur die nu is gereserveerd voor deze doelgroepen wordt verhoogd naar 10 procent.

De politiek moet het kunstbeleid veel meer naar zich toetrekken. Nu adviseert de Raad voor Cultuur eens per vier jaar over kunstsubsidies en beslist uiteindelijk de Tweede Kamer. Daardoor is de Kamer veel te gedetailleerd bezig met de verdeling van de kunstsubsidies, vindt de PvdA. Voortaan presenteert de minister van Cultuur (geen staatssecretaris) binnen de eerste 100 honderd dagen de ambtstermijn een hoofdlijnenvisie voor de komende vier jaar.

De verdeling van de gelden wordt overgelaten aan een Kunstraad, naar het model van de Britse Arts Council. Sommige nationale instituten als het Rijksmuseum krijgen structurele subsidie. Daarnaast komen er kortlopende stimuleringssubsidies van een of twee jaar voor vernieuwingsprogramma's en experimenten. De overheid subsidieert alleen wat `kwetsbaar' is en niet `zelfredzame' kunst als strips en musicals.

De PvdA vindt geografische spreiding van cultuur nog steeds van belang, maar wil hiermee wel soepeler omspringen. De vaste reisverplichting voor theatergezelschappen wordt afgeschaft. Gezelschappen moeten wel binnen een bepaalde periode, bijvoorbeeld 3 jaar, enkele – succesvolle voorstellingen in andere steden spelen. Ook vindt de PvdA het onnodig dat elke stad een eigen schouwburg heeft en wil de partij snijden in het aantal opleidingen; 17 zangopleidingen zijn bijvoorbeeld te veel.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het bericht PvdA wil gratis dag in alle musea (7 november, pagina 9) staat dat Hester Tammes, mede-auteur van het boek de Kracht van Kunst, Tweede-Kamerlid is voor de PvdA. Dit is onjuist. Zij is schrijfster en geen lid van de PvdA.