Onverwacht uitbundig in zilver en goud

Denk aan de Hollandse Gouden Eeuw en beelden dringen zich op van economische voorspoed. In de kunstproductie lijken die fortuinlijke omstandigheden echter nauwelijks te hebben geleid tot exuberantie in uiterlijk vertoon. Het beeld dat lang heeft bestaan van bijvoorbeeld de zeventiende-eeuwse schilderkunst, is immers sterk bepaald door intieme interieurs en portretten, en genrestukken en landschappen op klein formaat. Pas in de afgelopen decennia is die visie op een `typisch' Nederlandse kunst enigszins bijgesteld door een herwaardering voor kunstenaars die een voorbeeld namen aan de monumentale kunst van het Italië van renaissance en barok. Een vergelijkbare, onverwachte verandering, maar dan op het terrein van de edelsmeedkunst, voltrekt zich nu in het Haags Gemeentemuseum.

De expositie behelst goud- en zilversmeedwerk dat vanaf het einde van de zestiende in Den Haag is vervaardigd. De eigen collectie van het museum is aangevuld met bruiklenen uit binnen- en vooral buitenland waar, zo lijkt het, de indrukwekkendste stukken terecht zijn gekomen. De dertig centimeter hoge, verguld zilveren bokaal met fijne reliëfversieringen, die werd gemaakt ter gelegenheid van het huwelijk van landsadvocaat Johan van Oldenbarneveld (1575) is nog betrekkelijk bescheiden. Maar grote en rijkversierde bokalen, waterkruiken en wijnfonteinen geven een idee van een op het eerste gezicht on-Nederlandse barokke smaak.

Ronduit spectaculair is een staande klok van bijna een meter hoog, die Hans Coenraet Breghtel in 1665-1670 maakte. De vierkante kast waaraan drie uurwerken zijn bevestigd, is bekleed met kant-achtige opengewerkte decoraties van zilver en goud, afgewisseld met gedreven reliëfs die, met thema's als de jaargetijden en de hemellichamen, verwijzen naar het verstrijken van de tijd. Gegoten beeldjes bekronen het voorwerp dat mogelijk is gemaakt als reclame voor de kwaliteiten van de goudsmid, wiens signatuur dan ook groot is aangebracht op de enige zijde zonder wijzerplaat.

Al twintig jaar eerder had diezelfde meester een imposant werkstuk afgeleverd, dat bedoeld was als huwelijksgeschenk voor prins Willem II en Mary Stuart. Het ruim acht kilo wegende zilveren gevaarte stelt een luiermand voor, die de wens en hoop op nageslacht uitdrukt. De wapenschilden van de echtelieden zijn erop uitgebeeld, net als opengewerkte decoraties van vogels, aapjes en andere dieren, pikkend aan druiventrossen die zowel vruchtbaarheid als kuisheid symboliseren. Die thematiek wijst erop dat het geschenk is aangeboden op het moment dat het jonge paar geacht werd hun huwelijk voor het eerst te consumeren. De luiermand is een goed voorbeeld van onverwachte uitbundigheid in een prachtig stuk vakmanschap dat zo goed als onbekend was tot het kort geleden werd teruggevonden in de verzameling van het exclusieve en oeroude juridische opleidingsinstituut `Honorable Society of the Inner Temple' in Londen.

Dat juist Haagse edelsmeden zulke indrukwekkend rijkversierde voorwerpen hebben voortgebracht, is niet verbazingwekkend. Den Haag was in de zeventiende eeuw weliswaar een kleine plaats vergeleken bij bijvoorbeeld Amsterdam, maar de hofstad kende wel een relatief veel groter aantal zeer welvarende inwoners. Het stadhouderlijk hof resideerde er, en later het koninklijk huis; als zetel van de Staten-Generaal en uitvalsbasis van buitenlandse gezanten trok de stad talloze aanzienlijke en welgestelde inwoners aan. Zij wisten, voor het bestellen van kostbare gebruiksvoorwerpen of ceremonieel vaatwerk om mee te pronken, de weg naar de lokale ateliers feilloos te vinden. Den Haag groeide uit tot een centrum van goud- en zilversmeedwerk met een heel eigen, voornaam en kosmopolitisch gezicht. Die rol is de stad door de eeuwen blijven spelen, zoals blijkt uit een ensemble als het nooit eerder getoonde zilveren tafelservies met onder meer een groot decoratief middenplateau met vergulde kroon, zes kandelaars en twee ananasdragers, dat de stad Den Haag aanbood bij het huwelijk van prins Willem en prinses Sophie in 1839.

De omvang van de Haagse productie laat zich aflezen aan lange stoet kannen, bekers, schalen, wijnkoelers, inktstelletjes, snuifdozen, kandelaars, vorken en lepels die de expositie voorschotelt. Een deel ervan zal vooral voor fijnproevers interessant zijn, die ook hun hart kunnen ophalen bij de prachtige begeleidende publicatie. Daarin is niet alleen al het Haagse zilver en goud in het Gemeentemuseum afgebeeld en gedetailleerd gecatalogiseerd, maar wordt ook het fascinerende verhaal verteld van de opvallende productie van edelsmeedwerk in de Hofstad.

Tentoonstelling: Haags goud en zilver. Gemeentemuseum Den Haag. T/m 8/1. Publicatie (uitg. Waanders), geb. 447 blz., prijs € 48,86. Inl.: 070-3381111, www.gemeentemuseum.nl