Liberalisering goed voor iedereen behalve 12,3 miljoen slaven

,,Al sla je me dood, ik begrijp werkelijk niet waarom de terroristen onze voedselvoorziening nog niet hebben aangevallen, want dat is een fluitje van een cent.'' Het Amerikaanse tweewekelijkse zakenblad Fortune herinnert er aan hoe de Amerikaanse minister van Volksgezondheid Tommy Thompson zijn gehoor met deze uitspraak de stuipen op het lijf joeg toen hij vorig jaar december afscheid nam.

,,Met zo'n twee miljoen boerderijen'', zo vat het blad de situatie samen, ,,bijna een miljoen restaurants, 115.000 voedselverwerkende fabrieken en 34.000 supermarkten is de Amerikaanse voedselvoorziening een uitgelezen doelwit voor terrorisme.'' Het blad schrijft dit in een artikel over de koortsachtige zoektocht van 120 wetenschappers, van microbiologen tot economen, naar methoden om de voedselvoorziening te beschermen, althans de veiligheidsrisico's te verkleinen. Ze werken in opdracht van het National Center for Food Protection and Defense aan 26 verschillende voedselbeveiligingsprojecten, zoals bijvoorbeeld een instrument om botulinum toxine op te sporen. Dat is er inmiddels, schrijft het blad, dankzij het werk van microbioloog Erich Thomson. En dat is niet overbodig, want enkele maanden geleden publiceerden twee onderzoekers van Stanford University een studie waaruit bleek dat toevoeging van tien gram botulinum toxine aan een melktankwagen honderdduizenden doden tot gevolg zou hebben.

Het probleem is alleen dat de voedingsmiddelenfabrikanten en detailhandelaren bepaald niet staan te trappelen om metterdaad beveiligingsmiddelen aan te schaffen. Dat komt volgens het blad doordat de winstmarges in de branche zo dun zijn. Uit onderzoek blijkt dat de voedingsindustrie en de detailhandel niet bereid zijn ook maar een cent uit te geven aan beveiliging, tenzij de overheid het verplicht. En dat doet de overheid niet.

Ook de veiligheid van de energievoorziening is in het geding. Het mag dan zo zijn, schrijft het Amerikaanse beursweekblad Barron's, dat de orkanen Katrina en Rita hebben aangetoond hoe kwetsbaar de energievoorziening is, Moeder Natuur is niet het enige veiligheidsrisico voor de energievoorziening. Want, schrijft het blad: ,,Het westen is afhankelijk van landen die rijk zijn aan energie maar arm aan democratie.''

Het beste voorbeeld is Rusland, meent het blad. Doordat de overheidsonderneming Rosneft in het geheim Yuganskneftegaz opkocht (het grootste deel van de oliemaatschappij Yukos) en doordat de overheid beide ondernemingen toevoegde aan Gazprom, is daarmee een overheidsonderneming ontstaan met olie- en gasreserves die zes maal zo groot zijn als die van Exxon Mobil. Omdat Gazprom vorige maand ook al eigenaar werd van Sibneft, Ruslands op vier na grootste oliemaatschappij, ,,controleert het Kremlin nu meer dan 30 procent van de Russische olie industrie. Ondertussen zit de voormalige topman van Yukos, Mikhail Khodordovsky, een gevangenisstraf uit van acht jaar.'' En dat in een hedendaags Rusland waar de pers is beknot, waar beleidsinstellingen voortdurend onder druk staan en ,,waar juridische manipulaties aan de orde van de dag zijn''. En dan te bedenken dat Rusland binnenkort meer dan 50 procent zal leveren van het aardgas dat Europa nodig heeft.

Als Rusland nu een uitzondering was, dan konden Amerika en zijn bondgenoten nog rustig adem halen, maar dat is niet het geval. Zij zijn afhankelijk van autocratische regimes als die van Kazakstan, Azerbeidjan, Saoedi Arabië, Oman, Iran, Angola, Venezuela en Nigeria. Laatst genoemd land is goed voor drie procent van de wereldolieproductie en is op vier na de grootste olieleverancier van de VS. Het land is echter verscheurd door een burgeroorlog in de Niger Delta, precies het gebied waar de belangrijkste oliefaciliteiten zijn geconcentreerd. Het blad meent dat het hoog tijd wordt dat de wereldmarkt en internationale beleggers druk uitoefenen op landen met instabiele regimes om zodanig orde op zaken te stellen, dat de olierijkdom ook ten goede komt aan de minder bedeelden. Want instabiliteit en armoede zijn ongezond voor de business.

Niet alleen de armen zouden er mee gebaat zijn als de rijken minder op hun centen zouden zitten, maar ook de rijken zelf, betoogt het Britse weekblad The Economist in een commentaar op de wereldhandelsbesprekingen van de WTO in Hongkong. Als de rijke landen hun eigen landbouw minder zouden subsidiëren, zo schrijft het blad, zou dat volgens de Wereldbank de armste landen helpen, zou het westerse bedrijfsleven daardoor gemakkelijker toegang krijgen tot de grootste en rijkste ontwikkelingslanden als China en India, en zou het wereldinkomen in tien jaar stijgen met 300 miljard dollar. ,,En dat zou goed zijn voor iedereen.''

Zou het? In ieder geval niet voor de duizenden jonge vrouwen uit de ontwikkelingslanden die zich als seksslaven prostitueren in de grote steden van de ontwikkelde landen. En al helemaal niet, schrijft het Duitse maandblad Cicero, voor de 12,3 miljoen slaven die er op de wereld zijn. De meerderheid daarvan, 56 procent, bestaat uit meisjes en vrouwen. Overigens gaat het niet alleen om seksslavernij, want ,,de wereldmarkt voor goedkope arbeidskrachten is altijd nog groter dan de markt voor goedkope sex''. Daardoor ontstaat volgens het blad een enorm reserveleger aan arbeidskrachten in de marxistische zin van het woord, met alle risico's van dien.