`Lastig, een uitbundig lied over iets ernstigs'

`Wijzer' heet de nieuwe cd van Guus Meeuwis, die in tien jaar geleidelijk omschakelde van feestmuziek naar luisterliedjes. ,,Een snel nummer wordt sneller plat.''

Guus Meeeuwis woont met zijn gezin in de binnenstad van Tilburg. Het huis heeft een kamer aan de tuin, die als muziekkamer bedoeld was. Er hangen gouden cd's aan de muur en er staan gitaren in een standaard. ,,Hier zou ik gaan zitten om liedjes te maken, maar daar is het eigenlijk nooit van gekomen”, zegt Meeuwis. Hij loopt naar de woonkamer. Daar, aan een tafel tussen stapels post en een vaas bloemen, is de plek waar hij graag teksten schrijft. De muziek ontstaat in samenwerking met pianist Jan Willem Rozenboom in een oefenruimte op een industrieterrein, in de buurt. ,,Daar kunnen we tenminste lawaai maken.''

Meeuwis gaat aan tafel zitten en drinkt een glas water. Hij draagt een sjaal tegen de kou, want hij moet voorzichtig zijn met zijn stem – wat hem er niet van weerhoudt enthousiast te roken. Vanavond treedt hij op in Zoetermeer, in het theater. Want Guus Meeuwis en zijn band staan aan het begin van een theatertournee die loopt tot eind april: vijftig optredens, en allemaal uitverkocht. Meeuwis vierde onlangs zijn tienjarige carrière met drie concerten in de Heineken Music Hall in Amsterdam. Deze zomer stond hij juist weer volop in de aandacht door het succes van zijn versie van Andre Hazes' Geef Mij Je Angst.

Zo laat Meeuwis, die ooit beroemd werd met feestliedjes als Het Was Een Nacht en Kedenk Kedeng, zich nu vooral horen als zanger van de rustige luisterliedjes. Dat blijkt ook op zijn nieuwe cd Wijzer, die vorige week verscheen. Daarop staan beschouwelijke nummers over leven en liefde, die door Meeuwis' prettige onopgesmukte dictie berustend klinken. De instrumentaties zijn nauwelijks `pop' te noemen. Ze worden gedragen door de piano en rustige vioolpartijen. De ommezwaai kwam geleidelijk, zegt hij zelf, van feestzanger tot liedzanger. Een van de redenen is dat een geramd feestnummer nu eenmaal moeilijk te maken is, vindt hij.

,,Een snel nummer wordt sneller plat dan een luisterlied. Ik zou zo weer een Kedeng Kedeng of 't Dondert en 't Bliksemt schrijven als ik het in me had, maar de meeste pogingen schaf ik weer af omdat ik het resultaat te banaal vind. De grens tussen leuk en plat is eerder bereikt als het om snelle nummers gaat.'' Hoe komt dat? ,,Waarschijnlijk omdat snelle liedjes ook doorgaans over vlotte dingen gaan: feest, plezier, gezelligheid. Ik vind het moeilijk om een uitbundig lied te maken over iets ernstigs, dat gaat wringen. Op onze nieuwe plaat staat een geslaagde poging, en dat heet Mag Ik Dansen, een dansliedje dus.''

De neiging tot beschouwelijke liedjes heeft niet te maken met zijn stem die sinds een operatie vijf jaar geleden, voorzichtiger gebruikt moest worden, zegt hij, maar wel met leeftijd. Hij is inmiddels tien jaar ouder, en de de onderwerpen zijn ook tien jaar ouder: de prille liefde van toen is nu verbitterd - de hoera-stemming uitgelopen op een scheiding. Of, minder dramatisch, de liefde vergt onderhoud, zoals in Te Lang: `Ik had te lang niet zo naar jou gekeken/ Verblind door het geluk van alledag'. In het lied Niemand is sprake van `een scheur in je hart' en het refrein zegt: `Niemand zei dat het eenvoudig zou zijn/ Niemand heeft beloofd dat het vanzelf zou gaan.'

,,Dit zijn de dingen die ik nu tegenkom. Niet per se in mijn eigen leven, maar ik hoor er over. Iemand vertelt me een verhaal over een stukgelopen relatie en dat blijft hangen. Later schijf ik er een tekst over. Zoiets gebeurt soepel. Ik ga niet eindeloos puzzelen. Het moet in een keer goed zijn, anders gooi ik het weg. Want ik heb de concentratie van een goudvis.''

De liedjes lijken Meeuwis op een terloopse manier aan te komen waaien. ,,Het is geen gevoel van noodzaak, waaruit ik mijn nummers maak. Ik begin ongeveer een half jaar voordat de plaat opgenomen zal worden, met schrijven: ik werk als het moet. En dan zoek ik naar de tekst waarbij ik het gevoel heb dat het stroomt als een beekje, zonder rare obstakels waarvan je denkt `Wat gebeurt hier?'. Daar houd ik niet van, ook niet bij anderen. Zodra het geforceerd klinkt haak ik af.''

Guus Meeuwis vindt zichzelf geen `popmuzikant', eerder een liedzanger. Popmuziek speelde ook in zijn jeugd geen belangrijke rol. ,,Ik speelde blokfluit, een beetje gitaar en later tuba in de fanfare. Maar het belangrijkste was sport: voetbal en tennis. Het was toen ik in Leuven studeerde en boven een `cafe chantant' woonde, dat ik wel eens ging zingen en het leuk bleek te vinden. Ik heb nooit zenuwen als ik voor een publiek zing, ik sta er ontspannen bij. Daarom vind ik het ook prettig om nu in die relatief kleine theaters te spelen. Dat is anders dan de massale feesttenten waar ik vroeger stond. Nu kan ik direct reageren op de zaal. Ik vraag ook altijd of het licht even aan mag zodat ik kan zien wie er zijn en hoe ze erbij zitten. Daar ben ik gevoelig voor.

,,Dan merk je weer hoe waardevol mijn uptempo nummers zijn. Als ik merk dat de sfeer in de zaal inzakt, zet ik een stamper in, dan trek je het zo weer bij. Bennie Jolink van Normaal zei het ook een keer tegen me: ,,Je zou ze maar niet hebben. Zij redden je altijd.''

Van jongs af aan van hield Meeuwis van Nederlandstalige muziek. ,,Op mijn twaalfde stond ik bij het afscheidsconcert van Doe Maar. Later ontdekte ik De Dijk, en natuurlijk Boudewijn de Groot, die ik erg bewonder.'' Ook Engelse zangers beoordeelt hij vaak op hun teksten. ,,Ik vind Bruce Springsteen geweldig en nu bijvoorbeeld Coldplay. Als ik daar naar luister, concentreer ik me graag op wat ze te vertellen hebben.''

Dan valt hem in dat Coldplay ook een liedje heeft met de woorden `Nobody said it was easy'. ,,Dat lijkt inderdaad sterk op mijn tekst in Niemand: `Niemand zei dat het eenvoudig zou zijn'. Tja, ik heb het laatste jaar veel naar Coldplay geluisterd. Je weet niet hoe dat doorwerkt.''

Guus Meeuwis, Wijzer is verschenen bij EMI (3400062). Voor optredens zie

www.guusmeeuwis.nl