`In jazz kan ik mijzelf meer laten zien'

De Franse drummer Manu Katché maakte platen met grote popnamen als Peter Gabriel, Sting en Joni Mitchell. Onlangs verscheen zijn eigen jazzcd.

Manu Katché is niet zomaar een drummer die het tempo aangeeft en zorgt voor een stevige groove. Hij versiert maten met percussieritmes en extra accentjes. Wanneer Katché speelt, dansen zijn drumstokken door de lucht. Zijn bewegingen zijn zo sierlijk, dat het wel ballet lijkt. Zijn handelsmerk, een `busy flow' zoals hij omschrijft, zijn mooie figuren en bewegingen op onder meer de splashes – de minicimbalen. ,,Ik hou van kleur en melodie'', zegt Katché, die arriveert per scooter in zijn woonplaats Parijs.,,Dat kun je beschouwen als mijn muzikale handtekening. Mijn persoonlijkheid zit in mijn techniek, het is het soort creativiteit waarin je verschilt van andere drummers. Je profileren op drums valt sowieso al niet mee. Zet tien drummers naast elkaar die fantastisch kunnen drummen en ze zijn haast niet te onderscheiden.''

Manu Katché (1958, St. Maur des Fossés) maakte naam als popdrummer bij Peter Gabriel en Sting. Op jazzgebied speelt hij al sinds '89 met saxofonist Jan Garbarek, de overleden pianist Michel Petrucciani en in eigen jazzbands. In Frankrijk geniet hij sinds enige tijd bekendheid als het strengste jurylid van het Franse Idols. Een bewuste keuze. ,,Zo vaak zie je niet een succesvolle zwarte man op de Franse televisie. Ik houd van de media-aandacht voor mijn muziek, ontdek graag jong talent en verdien genoeg geld om mijn gezin te onderhouden.''

Neigbourhood, zijn debuut-cd op het Duitse kwaliteitslabel ECM, laat eigen composities horen met een kwintet, waarin onder andere Jan Garbarek en trompettist Tomasz Stanko spelen. Echt vuurwerk op drums blijft uit. Maar het zijn juist de wat subtiel gelegde, creatieve lagen die eruit springen. ,,Er is nauwelijks verschil merkbaar dat ik nu leider van de band ben. De drummer heeft altijd al een leidende rol in de muziek. Je bepaalt de ritmes, je ondersteunt wat er om je heen gebeurt, helpt de structuren en de energie. Alleen in jazz kan ik mijn ideeën wat meer laten zien.''

In tien eigen composities presenteert hij waar hij nu staat, na jaren van leren in de Franse muziekscene en internationale tournees in het popsegment. Met de minimale thema's en open structuren wil hij ,,mensen laten reizen door de muziek''. Op het album geeft hij zijn blazers veel ruimte. Ook pianist Marcin Wasilewski mag zijn ideeën kwijt. Pas bij een concert valt Katché's uiterst herkenbare inbreng eigenlijk het meest op. Hij is de aangever en de inspirator. ,,Ik speel niet anders dan anders, maar het is duidelijker omdat deze muziek dat meer toelaat.'' De drummer, die een klassieke opleiding heeft gehad op het Parijse conservatorium, speelt instinctief. ,,Ik weet nooit wat er gaat komen.''

Die vrijheid laat hij pas toe sinds hij bij Peter Gabriel ging spelen. ,,In de jaren tachtig deed ik veel studiowerk met Franse musici. Dan moest ik klinken als die drummer en dan weer als die. In '86 werd ik gevraagd door Peter voor het album So. `Wat kun je toevoegen dat typisch iets van jou is', vroeg hij. Door mijn stijl te benadrukken gaf hij me vertrouwen. Dat was een omschakeling. Ik kon alles loslaten en de creativiteit kwam vrij. Sindsdien laat ik gewoon alles horen wat ik in mijn hoofd heb.''

Opvallend genoeg laat de drummer zich in zijn muziek inspireren door zangers, al heeft hij veel respect voor grote drummers als Peter Erskine, Steve Gadd en Stewart Copeland van The Police met wie hij wel vergeleken wordt. Maar: ,,Ik ben nooit een drummer's drummer geweest. Ik heb de speel- en werkwijze van andere drummers nooit platbestudeerd, dat is me te technisch. Ik ben dol op de passie die je vindt bij zangers. Ik vind het boeiend om melodieën te volgen en daar zo efficiënt en spannend mogelijk bij te improviseren.''

Manu Katché nam ook albums op met Sting, Joni Mitchell, Tracy Chapman en de Dire Straits. Zijn weigering om met Mick Jagger te werken is opmerkelijk. ,,Ik voelde zijn muziek niet'', verklaart Katché. ,,We hadden een genoeglijk gesprek. Jagger spreekt perfect Frans. Maar toen ik hoorde hoe weinig ik van mezelf zou kunnen leggen in de muziek moest ik bedanken. Ik had moeten klinken als iemand anders en dat vond ik niet zo inspirerend. Het leek me wel zo eerlijk om dan niet mee te doen. Peter Gabriel hoorde me afbellen en schudde zijn hoofd. `Je bent gek', zei hij. Maar ja, ik heb Mick Jagger zo hoog zitten, dan wil ik gewoon goed klinken. Dan wil ik er trots zijn op het album. En niet alleen maar een dikke cheque innen.''

Manu Katché: Neighbourhood (ECM/Challenge Records)