Het realisme van een keurige dame

Al ruim twaalf jaar maakt ze deel uit van de Nederlandse zwem- ploeg. De grote doorbraak bleef uit, maar aan stoppen denkt Madelon Baans (28) voorlopig niet. Volgende maand wachten de EK kortebaan in Italië. ,,Ik heb me verzoend met een bijrol.''

Eén blik is voldoende om te beseffen dat zij vandaag niet de oudste deelnemer is in het Dordtse zwembad Aquapulca. Twintig meter verderop, vlakbij de duikplank, schudt Mark Foster (35) ontspannen de spieren los, en op de tribunes ziet Madelon Baans de humor wel in van de aanwezigheid van de Britse broodzwemmer met de inmiddels grijzende haardos. ,,Maar ik blijf natuurlijk wel `gewoon' achtentwintig en dus een oudje'', zegt ze met gevoel voor zelfspot. Maar laat niemand daar de conclusie aan verbinden dat de schoolslagspecialiste uit Spijkenisse langzaam maar zeker begonnen is aan haar afscheidstoernee. ,,De laatste tijd hoor ik het steeds vaker: wordt het niet eens tijd dat die Baans stopt? Op zo'n toontje van: ik begrijp niet dat die meid nog steeds in het water ligt. Nou, dat hoeft ook niet. Als ik het zelf maar begrijp.''

Voor alle duidelijkheid: Madelon Baans weigert zich het zwembad uit te laten praten of jagen. Over ruim vier weken, bij de Europese kampioenschappen kortebaan (25 meter) in Triëst, begint het langst dienende lid van de Nederlandse zwemploeg (sinds 1993) aan haar 22ste internationale toernooi. Stellig: ,,Iedereen kan roepen en denken wat-ie wil, maar voorlopig is niemand sneller dan ik op de schoolslag, dus waarom zou ik stoppen? Ik train weliswaar niet meer zoveel (gemiddeld 7,5 uur per week, red.) als voorheen, maar ik heb nog altijd lol in het zwemmen. Ik kan de jongeren bovendien nog wat leren, en ben op mijn eigen manier nog altijd bezig met het verleggen van grenzen.''

Maar de grote doorbraak? Die liet, sinds haar internationale debuut bij de Europese jeugdkampioenschappen van 1991, op zich wachten. Medailles won Baans steevast in estafetteverband. Op eigen kracht schoot ze te kort. ,,Kijk, de dagen dat ik heilig geloofde in een podiumplaats [op de individuele nummers], die liggen achter me'', zegt ze na haar afgetekende zege, gisteren bij de Grand-Prixwedstrijd in Dordrecht, op de 100 schoolslag. ,,Ik ben nu veel realistischer dan zeven, acht jaar geleden, toen ik vijfde werd bij de EK in Sevilla en dacht: ik heb die medaille in het vizier. Nu weet ik dat ik nooit wereld- of Europees kampioen zal worden. Prima, met die gedachte kan ik leven. We heten niet allemaal Pieter van den Hoogenband of Inge de Bruijn. Die twee hebben domweg meer talent dan ik. Nee, dat is niet frustrerend, dat is een simpele constatering. Anderen zijn gewoon sneller dan ik.''

Neem afgelopen zomer, bij de wereldkampioenschappen langebaan (50 meter) in Montréal. Lachend: ,,Word ik dus gewoon weggezwommen door meisjes en dus niet eens door meiden van wie ik nog nooit gehoord had! Hup, zomaar, alsof het niets was. Tuurlijk baal ik daar van, maar het vergalt mijn dag niet. Niet meer in elk geval. Ik heb me verzoend met een bijrol. Ik kan hooguit een tiende of een paar honderdsten van mijn persoonlijk record afhalen, maar geen seconden. Dat bestaat niet. Maar ik geniet van het feit dat ik überhaupt mee mag doen aan zo'n groot toernooi. Dat ik in staat ben om het al zo'n lange tijd vol te houden, ondanks blessures en tal van andere tegenslagen.''

Aan haar toewijding lag het niet. Na haar olympisch debuut in Atlanta (1996) verkaste Baans van Spijkenisse (De Kempvis) naar Eindhoven (PSV). Om zich daar onder leiding van Jacco Verhaeren, veelgeroemd trainer van onder anderen de latere olympisch kampioenen De Bruijn en Van den Hoogenband, verder te bekwamen in de zwemsport. ,,Een goede ervaring, maar niet de juiste keuze'', zegt de 48-voudig Nederlands kampioene nu. ,,Toen ik ging, zei iedereen: joh, Brabant, gezellig! Nou, dat valt wel mee, heb ik ervaren. Ja, als je uit Brabant komt, dan is het `keigezellig'. Maar niet voor een recht-voor-z'n-raap-type uit Rotterdam, zoals ik. Buiten het zwembad heb ik me daar tamelijk alleen gevoeld. Ik had Kirsten (collega Vlieghuis, red.), maar verder niets.''

Verhaeren kijkt eveneens met gemengde gevoelens terug op de samenwerking met Baans. ,,Aan haar discipline kunnen velen een voorbeeld nemen. Madelon zette echt alles opzij voor haar zwemcarrière, en belde nooit af met een lulsmoes. Tegelijkertijd zijn we en ik dus ook er niet in geslaagd om haar naar een hoger plan te tillen. Bij de Spelen in Sydney zwom ze een scherpe split (met vliegende start, red.) in de 4100 wissel, maar voor de rest was het te vaak net niet met haar.'' Sinds Baans' terugkeer naar de haar vertrouwde omgeving, bij Topzwemmen West-Nederland (TWN) in Dordrecht, volgt Verhaeren haar vanaf een afstand. ,,Ik ben de laatste die zal roepen dat Madelon moet stoppen. Dat is en blijft de keuze van een sporter zelf. Wel vind ik dat ze zichzelf moet afvragen of ze nog bereid is de offers te brengen die bij topsport horen. Mij bekruipt het gevoel dat ze worstelt tussen kunnen en willen.''

Vier jaar geleden keerde ze terug bij de trainer, die haar als twaalfjarige vanuit Brielle binnen zag huppelen aan de zijde van haar twee jaar oudere broer Martijn: Dick Bergsma. Hij, met zijn 67 jaar de oldtimer onder de Nederlandse zwemcoaches, noemt zijn pupil liefkozend ,,een deerne met wie ik al jaren kan lezen en schrijven''. Want: ,,Martijn had meer talent, maar Madelon had én heeft het doorzettingsvermogen. Ze is recht door zee, iemand die van haar hart geen moordkuil maakt, en dat mag ik wel.'' Van een `vader-dochterrelatie' wil de TWN-coach niet spreken. ,,Maar het wederzijds respect en vertrouwen is groot. Madelon is een keurige dame, die mij bijvoorbeeld niet bij de voornaam aanspreekt. Het was eerst lange tijd `meneer Bergsma' en nu sinds een paar jaar Berg.''

Maar maak die `keurige dame' niet boos. Twee jaar geleden, in de nasleep van de chaotisch verlopen WK in Barcelona, schreef Baans met collega Annabel Kosten op hoge poten een brief aan de zwembond, waarin ze omstandig haar beklag deed over `het schrijnende gebrek aan samenwerking'. ,,Ik vond dat nodig, ja. Iemand moest de verantwoordelijkheid nemen. We zijn daar als Nederland en behoren een eenheid te zijn. Maar het tegendeel was het geval. Iedereen was bezig met zijn eigen ding, men gunde elkaar het licht in de ogen niet.''

Verhaeren deelde (en deelt) Baans' klachten niet, maar: ,,Wat ik wel waardeer, is dat zij de moed had om haar gevoelens op papier te zetten. Die durf hebben de meesten niet. Die houden hun mond en wachten lekker af. Zij niet, ook al vond ik het een geforceerde poging om het begrip `gezelligheid' te introduceren. Alsof dat een voorwaarde is voor succes.''

Veel heeft het schrijven niet geholpen, beseft Baans. Afgelopen zomer was zij zelf inzet van een hoogoplopend conflict bij de samenstelling van de aflossingsploeg op de 4100 meter wisselslag. Op nog immer verontwaardigde toon: ,,Op basis van mijn tijden was ik de aangewezen persoon om te starten in de series, maar een kabaal en een discussie! Dat wil je niet weten. Het kostte zoveel energie dat ik dacht: zo hoeft het niet van mij.''

En toch: zwemmen heeft haar naar eigen zeggen veel gebracht. ,,Het scherpt je als mens; je leert doorzetten, je leert incasseren en je leert schakelen, en dat alles onder hoogspanning.'' Nu nog een werkgever die die karaktertrekken (h)erkent, en haar een baan aanbiedt. ,,Door het zwemmen heb ik mijn vwo-diploma niet gehaald, maar goed: dat was een keuze. Inmiddels heb ik afgelopen zomer gelukkig wel mijn hbo-opleiding (heao communicatie, red.) afgerond, dus dat maakt veel goed. Maar ja, dan kan je de wereld gezien hebben en je talen redelijk spreken, als ik op een sollicitatie kom, dan hoor ik: ja leuk, dat zwemmen, maar je bent `al' 28 en je hebt geen werkervaring. Dat is pas frustrerend. Frustrerender dan het missen van een finale.''