Gezocht: toekomst

Parijs is Bagdad niet, een vergelijking die in de Amerikaanse pers is opgedoken, maar de rellen in Franse steden kunnen beter niet worden gebagatelliseerd. Ze zijn wat ze zijn: ernstige ontregelingen van de openbare orde waarop de politiek ook na zoveel onrustige nachten geen antwoord heeft. Minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, premier Dominique de Villepin – voorheen de wonderkinderen van de Franse politiek – en president Jacques Chirac zijn na de redeloze geweldsuitbarstingen ten prooi gevallen aan een mate van radeloosheid die verontrustend is. Hun gezag en dat van lokale bestuurders wordt verworpen door jeugdige oproerkraaiers. Die zijn door Sarkozy uitgemaakt voor `racaille' (gespuis). Deze kwalificatie bezorgde hem wellicht electoraal gewin, maar dat wordt duur betaald. Net als de machteloze Villepin heeft Sarkozy presidentiële ambities. Maar beiden dreigen op een sleutelmoment te falen. Effectief crisismanagement door ministers is de belangrijkste test voor het hoogste ambt van een land.

De politieke rekening voor deze najaarsrevolte moet nog worden betaald. De lering ervan strekt zich niet alleen uit tot Frankrijk, maar ook tot de buurlanden – waaronder Nederland. Een verpauperde en gediscrimineerde onderklasse, werkloos en naargeestig gehuisvest, komt vroeg of laat in opstand. Uiteraard is het de jeugd die rebelleert. Jongeren zijn beïnvloedbaar en hebben het meest te verliezen, ook al hebben ze niets. Gezocht: toekomst voor een 17-jarige Parijzenaar, woonachtig in Bobigny en van Noord-Afrikaanse afkomst, ouders werkloos, om de haverklap spijbelend en op ministerieel niveau uitgemaakt voor geteisem. Zijn toekomst ligt nu op straat; zijn wapens zijn de mobiele telefoon, het internet en de benzinebom. En als de staat niet uitkijkt, zijn dadelijk z'n beschermheren extremisten die oproepen tot een heuse stadsjihad.

Het belangrijkste is nu dat er eind komt aan de rellen en dat de rust weerkeert. Een aantal lokale bestuurders uit vandaag in deze krant zijn bezorgdheid over het geweld. Een van hen zegt dat het gezag van de autoriteiten totaal afgewezen wordt. Veel jongeren in de buitenwijken van Parijs en Lyon voelen zich niet Frans, meent een ander. Voor hen is integratie slechts een woord. Geen wonder dat de aanpak van de problemen in de voorsteden – die er zeker is: er wordt geïnvesteerd in stadsvernieuwing, sociaal werk en onderwijs – niet overkomt. Voor de kansloze banlieusard is het te weinig en te laat.

Jaren van verwaarlozing, misschien wel decennia, kunnen niet in korte tijd ongedaan worden gemaakt. Het minste dat de talloze goedwillende burgers in de voorsteden en hun bezorgde medeburgers daarbuiten mogen verwachten is herstel van recht en orde. De staat kan uiteraard niet met zich laten sollen, maar politici moeten zich hoeden voor het soort racaille-retoriek dat Sarkozy vorige week bezigde. Hij dient op twee borden tegelijk te schaken: zorgen dat het rustig wordt en werken aan een herstelplan van Marshalliaanse allure. De voorstad met haar werkloosheidspercentages van meer dan 40 procent zal aan de slag moeten om een langdurige guerrilla te voorkomen.