Frankrijk moet de wijken in

De Franse buitenwijken zijn te lang aan hun lot overgelaten. Herstel eerst de orde, maar doe dan iets aan enorme problemen daar, zegt Jean-Marc Ayrault.

Het minste dat je nu kan zeggen van de Franse autoriteiten, is dat ze een chaotische en machteloze indruk maken. Vroeger berustte het grote-stedenbeleid op een brede opgezette en constante aanpak het was niet voldoende, maar toch onmisbaar. Maar de afgelopen drie jaar is de overheid de minister van Binnenlandse Zaken gevolgd in een gevaarlijke breuk met de oude koers.

Het was een breuk, allereerst, in de prioriteiten. In de buitenwijken, aangeduid als `wetteloze zones', is door het harde optreden van de politie maar al te vaak het inlopen van sociale en educatieve achterstanden op de tweede plaats gekomen. Uiteraard moet doortastend worden opgetreden tegen bendes en criminelen die hun eigen wet proberen te stellen. Maar als dit optreden niet wordt ondersteund door maatregelen tegen werkloosheid, gettovorming en discriminatie, versterkt hard ingrijpen door de politie eerder het gevoel van jongeren dat de samenleving hen niet wil. En op die terreinen heeft de staat veel minder zijn best gedaan.

De tweede breuk was de reorganisatie van de veiligheidsdiensten. De wijkagenten van vroeger hadden nauw contact met de bevolking en konden daardoor anticiperen op conflicten. Maar die agenten zijn afgeschaft. Zij zijn vervangen door een politie die gericht is op hard ingrijpen (al te vaak uitvergroot in de media), en dat heeft bij de bestrijding van de rellen een onbevredigend resultaat opgeleverd.

Het is nu duidelijk dat er een nieuw evenwicht moet komen tussen de preventieve, anticiperende, repressieve en onderzoekstaken. Ook moet de opleiding van de politie worden herzien, die veelal slecht is afgestemd op de werkelijkheid in de buurten, en moet haar rekrutering meer in overstemming worden gebracht met de diversiteit van de bevolking. Deze herziening van de veiligheidsdiensten moet gepaard gaan met financiële en logistieke staatssteun voor de sociale preventie die wordt verzorgd door gekozen vertegenwoordigers en allerlei associaties. Het wegvallen van hun subsidie heeft in bepaalde gevallen religieuze organisaties vrij spel gegeven.

En dat is de derde breuk: de institutionalisering van de religieuze gemeenschappen. De problemen op dit gebied dateren al van vóór Sarkozy. Maar de instrumentalisering van de Franse Raad voor de islamitische eredienst door het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft religieuze organisaties een centrale positie gegeven in het leven van de buitenwijken.

Het is tijd dat de islam wordt erkend als tweede godsdienst van Frankrijk en de middelen krijgt om op waardige wijze zijn erediensten te houden; maar laten wij de islam niet langer vragen om de taken over te nemen van de Republiek bij de organisatie van het leven in de buitenwijken. De laïcité moet haar rechten hernemen. De maatschappelijke bemiddeling is een zaak van de gemeenten en van het maatschappelijk middenveld, niet van de predikers.

Dit gaat heel het land aan. Zijn wij bereid het streven te steunen om de wijken die in moeilijkheden verkeren, weer op peil te brengen? Aanvaarden wij de principes van sociale desegregatie als het gaat om woonvergunningen en stadsplanning? Willen we de middelen beschikbaar stellen om alle kinderen, ongeacht hun oorsprong, hun naam en hun woonbuurt, echt dezelfde kansen te bieden?

De politiek dient de moed te hebben om deze punten aan de orde te stellen. Volledige gelijkheid van kansen betekent dat de achterstandswijken sterker moeten worden ondersteund dan de overige. Het vereist bijvoorbeeld dat de scholen daar minder leerlingen per klas tellen, dat ze meer en ervarener leerkrachten krijgen, en meer geld. Het gaat er niet meer om dat in het wilde weg met geld wordt gesmeten, maar dat het financiële manna ten goede komt aan de gezinnen met een meervoudige sociale achterstand. Deze gezamenlijke afspraak om de achterstanden van de wijken weg te werken, moet voor het oog van alle Fransen worden bevestigd.

Evenzo moeten wij onder ogen zien dat ons land moeite heeft met het accepteren van de diversiteit van zijn bevolking. Maar al te veel in Frankrijk geboren jongeren die een nationaal identiteitsbewijs bezitten, voelen zich vreemdelingen in eigen land. Omdat de samenleving hen verwijst naar hun oorsprong en verzuimt hun haar waarden van solidariteit en burgerzin bij te brengen.

Om dat besef, dat men deel uitmaakt van de natie, te hervinden heb ik gepleit voor een burgerlijke dienstplicht voor alle jonge Fransen, jongens en meisjes. Als zij een paar maanden van hun leven in dienst moeten stellen van ouderen, gehandicapten en zieken, zou dat de vermenging van de sociale groepen ten goede komen.

Maar als wij ons beperken tot wat speciale maatregelen, wachten ons nieuwe branden. Het land moet het `gevoel van broederschap' hervinden. Het moet de waarden die het voorstaat, opnieuw inhoud geven. De wijken, dat is Frankrijk.

Wondermiddelen zijn er niet. De wijken in moeilijkheden zijn een afspiegeling van de aftakeling van ons republikeinse model, van onze nationale crisis. Die crisis gaat verder dan de economische en maatschappelijke depressie, maar omvat ook een verlies van houvast en normen in ons gezamenlijke bestaan. We hebben in het stedelijke beleid een gevoel van prioriteit nodig dat inhoud geeft aan het gevoel dat we samen willen leven.

Jean-Marc Ayrault is fractieleider van de socialisten in de Nationale Vergadering.