Fleming zapt door de muziek

Behalve stersopraan, auteur van de Amerikaanse-dromerige memoires The Inner Voice en nummer twaalf op de klassieke hitparade met haar cd Sacred Songs, is Renée Fleming (46) ook de ongekroonde koningin van het zap-recital. Alle zangers doen hun best op verrassend of juist stilistisch samenhangende recitals, maar Fleming spande gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw opnieuw de kroon met een programma dat onstuimig heen en weer hinkelde tussen tijden en stijlen.

Die veelzijdigheid wil niet zeggen dat Fleming niet ook haar duidelijk sterke en iets minder sterke kanten heeft. Voor de fijne liederen van Purcell klonk haar volle sopraan een maatje te groot; een effect dat nog werd versterkt door de mooi gespeelde maar erg romantische begeleidingen van Hartmut Höll op de Steinway.

Puur vocaal kwam Fleming in de romantische liedkunst veel beter tot haar recht. In Schumanns Mondnacht schiep ze met volmaakte beheersing en opbouw een sfeer van toverachtige onthechting, soepel gevolgd door de met Broadway-flair vertolkte lente-frivolités in Er ist's.

In een praatje tussendoor probeerde Fleming lijn aan te brengen in de gekozen liederen. ,,Ze hebben alle een sterke evocatieve kracht'', zei ze. Maar dat karakteriseert eigenlijk alle goede liederen, en door Flemings keuze liep wel degelijk een duidelijke rode draad. `Middernachtsthema's' had ze haar programma bij voorbeeld kunnen noemen. Want zowel in de tragiek van exportgiraffen in The Giraffes go to Hamburg van Previn, fantasievol vertellend begeleid door Concertgebouworkest-fluitist Herman Kogelenberg, als in de post-romantiek van Alban Bergs Altenberg Lieder; bespiegeling, melancholie, Weltschmerz en doodsdrift keerden steeds weerom.

George Crumbs Apparition (1979) vormde het uitzonderlijkste programmaonderdeel. Fleming zong het werk, dat voor haar lerares Jan DeGaetani werd gecomponeerd, met aanstekelijke overgave. De cyclische zetting van Walt Whitmans When Lilacs Last In Dooryard Bloom'd klonk exotisch in het begin- en slotdeel, waarin pianist Höll de aangeslagen snaren van de versterkte vleugel als een luit liet uitwaaieren onder Flemings vocalises. En ook hier kwamen dood en vervreemding langs, eerst schuifelend op kousenvoeten, later letterlijk aankloppend in Come Lovely and Soothing death.

Dat Fleming naast een muzikante van topklasse ook een echte superster is, bleek vooral uit de brullende ovaties na afloop. Daarmee lokte de uitverkochte zaal drie met zuchten van bijval (,,Já!'') begroete toegiften uit.

Na een fluwelige uitvoering van Bergs Nacht (uit de Sieben frühe Lieder) en Previns I want Magic liet Fleming haar stem in Marietta's lied uit Korngolds Die tote Stadt op operakracht voluit gaan: weer `ein traurig Lied' – vol door de dood overschaduwd geluk en bitterzoete melancholie.

Concert: Renée Fleming (sopraan), Hartmut Höll (piano) en Herman van Kogelenberg (altfluit). Recital met werken van Purcell, Previn, Berg, Schumann en Crumb. Gehoord: 6/11 Concertgebouw, Amsterdam.