Eis zeven jaar tegen Samir A.

Het openbaar ministerie heeft vanochtend in hoger beroep een gevangenisstraf van zes jaar en negen maanden geëist tegen Samir A. wegens het voorbereiden van een bomaanslag en betrokkenheid bij een gewapende roofoverval.

De geëiste straf komt overeen met de eerdere eis in deze zaak (zeven jaar), minus de drie maanden celstraf waartoe de rechtbank in Rotterdam A. in april reeds veroordeelde. De rechtbank sprak het prominente lid van de radicaal-islamitische `Hofstadgroep' vrij van de overval en het voorbereiden van een aanslag, maar legde wel drie maanden op wegens het bezit van patroonhouders en een geluiddemper. Op 14 oktober werd de 19-jarige Samir A. opnieuw gearresteerd op verdenking van het voorbereiden van aanslagen. Advocaat-generaal Haverkate noemde hem ,,onverbeterlijk''. In het hoger beroep heeft hij geen aandacht besteed aan het nieuwe onderzoek, omdat dat volgens hem geen bewijs oplevert dat ,,relevant'' is voor de oude zaak.

Samir A. werd in juni 2004 aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij een overval op een Edah-filiaal in Rotterdam. Bij huiszoeking werden plattegronden gevonden van mogelijke doelen, zoals de kerncentrale Borssele, Schiphol, de Tweede Kamer en het hoofdkantoor van de AIVD. Ook werden spullen aangetroffen die gebruikt zouden kunnen worden voor het maken van een bom. Maar dat was onvoldoende bewijs volgens de rechtbank.