Een spiksplinternieuw grachtenpand

Ze verrijzen overal in Nederland: nieuwbouwwijken die eruit zien als vestingsstadjes. De bewoners willen sociale controle, maar ook privacy.

Langs de snelweg van Eindhoven naar Helmond doemt opeens een vestingsstadje op. Het lijkt wel Muiden of Zierikzee. Maar `De Veste' in de wijk Brandevoort is spiksplinternieuw. Een lange rij herenhuizen kijkt uit over een gracht. De huizen ogen verschillend: de hoogte verschilt, de breedte, het aantal ramen en de bakstenen. Alsof ze elk door een andere eigenaar gebouwd zijn in de Gouden Eeuw. Een poort geeft toegang tot smalle straatjes, grachtjes en het plein met (jonge) bomen erachter.

In eenderde van de huizen wonen al mensen, de eersten trokken er vier jaar geleden in. Andere blokken zijn net klaar en in sommige straten sjouwen bouwvakkers met stenen. De bouw is op de helft. In totaal komen er 6.000 woningen komen. Ze variëren in prijs van 250 tot 500 duizend euro.

De uitstraling, de oude stijl, daar is het de bewoners om begonnen, vertellen ze. Ze zochten vrijwel allemaal een oud herenhuis, maar die vinden ze onbetaalbaar in Helmond en Eindhoven. Nu hebben ze de voordelen van de oude stijl zonder de nadelen. ,,De ramen zijn groot, niet zo klein en somber als in andere nieuwbouwwijken'', zegt Susanne Kuijken (29), moeder en lerares. ,,Maar we hoeven er niets aan op te knappen. En er is geen geluidsoverlast.''

Ze voorzien in een behoefte aan nostalgie en beschutting, aan menselijke maat. En ze worden in heel Nederland uit de grond gestampt: nieuwbouwwijken die zijn gebouwd als vestingsstadjes. In Bergen op Zoom komt er een, in Enkhuizen, Lelystad, Beverwijk, Leidsche Rijn, Bussum. En dat zijn nog allemaal ontwerpen van het bureau van de Luxemburgse architect Rob Krier, die ook Brandevoort ontwierp. Andere architecten leggen zich nu ook op deze stijl toe want die verkoopt als een trein. Sterker: elk weekend rijden er bussen stapvoets door De Veste, vertellen buurtbewoners, met kijkers uit alle delen van het land. ,,We zijn een soort toeristische attractie''.

Zo verschillend als de huizen lijken, zo homogeen zijn de bewoners. Volgens cijfers van de gemeente Helmond, begin 2005, hadden zich 5.552 mensen gevestigd in Brandevoort. Allemaal jonge gezinnen die er een huis kochten. 1.740 kinderen, 2.749 25- tot 45 jarigen, en slechts 139 65-plussers. Vooral tweeverdieners, zo blijkt tijdens het aanbellen in de buurt `de Veste' - de meeste zijn overdag niet thuis. Ongeveer 15 procent van de opgeleverde woningen zijn huurwoningen. Om de een of andere reden meldt de gemeente bij de demografische opsomming ook het aantal `uitkeringsgerechtigden' in Brandevoort: dat zijn er 16.

Het interieur van de woningen lijkt in de meeste huizen sterk op elkaar. Open `woonkeukens' met een rechthoekige eettafel en vier strakke stoelen. Ecru-kleurige rolgordijnen die tot halverwege het raam hangen, grote vazen met grote bloemen op tafel.

Het exterieur van de huizen wordt in elk bouwblok bewaakt door de vereniging van eigenaren. Neem de lage houten hekjes die de achtertuintjes scheiden van de gezamenlijke binnentuin. Susanne Kuijken: ,,Je mag daar niets aan veranderen. Dat betekent dat men bij elkaar naar binnen kan kijken en dat er veel sociale controle is. Wij vinden dat prettig. Voor mijn kinderen en mijn eigendom – de fiets, de auto.'' Ook Hendrien Swinkels, moeder van twee kinderen, vindt dat fijn: ,,Dit is een veilige wijk. Je houdt elkaars kinderen in de gaten, vooral in de binnentuin. En als iemand op vakantie is, let je op elkaars huis.'' Maar sommige bewoners vinden die sociale controle vervelend, vertelt Kuijken. ,,Dat de buren zo je achtertuin in kunnen lopen. Zij planten een heg om zich alsnog af te sluiten.''

Want de oude bouwstijl ten spijt, het zijn jonge professionals die hier wonen. Individualisten, die zelf wel bepalen wanneer ze bezoek ontvangen. En die het druk hebben. In het tijdelijke winkelcentrum aan de rand van De Veste stond aanvankelijk een kleine bakker. Die is al failliet. De bewoners halen hun brood toch liever tijdens de gewone boodschappen bij de Albert Heijn ernaast.

Het aantal georganiseerde activiteiten in Brandevoort is wel indrukwekkend: een Halloween-optocht, een Sinterklaas-optocht, een Dickens-markt, een kerstboomverbranding, een Brandevoorter Dag. Die vinden plaats in en rond de grote `oude' markthal die in De Veste is neergezet. En een handvol vrijwilligers schrijft maandelijks de Brandevoorter Courant vol.

Kuijken: ,,Er is een kleine groep actieve vrijwilligers die dat allemaal organiseert maar ik vraag me af waar ze de tijd vandaan halen. Ik bewonder dat. Mijn vriend en ik doen niets.'' Hendrien Swinkels en haar man evenmin - ook zij werken en hebben kleine kinderen.

Vreemd is dat niet, zegt hoogleraar sociologie Jan-Willem Duyvendak van de Universiteit van Amsterdam. ,,Het is bewoners van dergelijke nieuwe wijken meestal niet begonnen om sociale cohesie. Om samen dingen te ondernemen. Dat is een misverstand. Politici spreken daar tegenwoordig romantisch over en denken dat cohesie hetzelfde is als leefbaarheid en veiligheid, maar sociale cohesie is iets anders.''

Mensen wonen graag in zo'n wijk, zegt Duyvendak, vanwege de voorspelbaarheid. ,,Ze willen buren die ongeveer hetzelfde leven leiden als zij. Die geen verrassende, vreemde, dingen doen. Dat garandeert ook veiligheid en leefbaarheid. Zo'n vestingsstadje heeft iets beschuts. Maar ze willen niet té veel met elkaar te maken hebben. Ze willen privacy en hebben een eigen drukke agenda. Meestal zijn ze meer geörienteerd op snelwegen dan op de wijk.''