Eén regeling voor bijzonder vervoer

Het recht op vervoer moet voor iedereen van het noordelijke Roodeschool tot het Zeeuwse Sluis hetzelfde zijn. Met die woorden presenteerde de commissie onder voorzitterschap van burgemeester D. van der Zaag van de gemeente Goes vandaag een rapport over de bundeling van alle regelingen voor vervoer van speciale groepen zoals gehandicapten en scholieren.

Op dit moment buigt het kabinet zich al over de vraag of het zin heeft de vervoersregelingen samen te voegen in één regeling. De commissie-Van der Zaag, met daarin gehandicaptenorganisaties en reizigersorganisatie Rover, maar ook aanbieders als KNV-taxi, loopt daarop vooruit.

De commissie nam alle verschillende regelingen onder de loep: van leerlingenvervoer dat wordt betaald door het ministerie van Onderwijs, tot het geld dat zorgverzekeraars betalen voor gehandicapten die naar de dokter moeten.

Volgens de commissie kan het doelgroepenvervoer een stuk beter en efficiënter georganiseerd worden. Zij pleit voor het stroomlijnen van het oerwoud aan regelingen, financieringsstromen. Ook zou er in elke gemeente één loket moeten komen voor de uitvoering van de regelingen.

Het kabinet wil gemeenten meer verantwoordelijkheden geven voor het regelen van vervoer voor bijvoorbeeld gehandicapten. Gemeenten kunnen beter maatwerk leveren, is het argument. Volgens Van der Zaag mag dat echter niet ten koste gaan van de rechten die mensen nu hebben. ,,Maatwerk mag geen excuus zijn voor rechtsongelijkheid'', zei de burgemeester.

Verder pleit de commissie voor één landelijk indicatieprotocol voor het toetsen of iemand wel of niet in aanmerking komt voor een speciale vervoersregeling, of vergoeding voor bijvoorbeeld een taxirit naar het ziekenhuis. Nu komt het voor dat mensen voor elke regeling opnieuw getoetst moeten worden.