`Dit lijkt nu wel op Zuid-Italië'

De liquidaties in Amsterdam zijn ,,volstrekt abnormaal'', meent criminoloog Cyrille Fijnaut. Het verbaast hem dat ze niet worden opgelost.

Amsterdam is niet uitzonderlijk op het gebied van drugshandel en zware misdaad, zei de criminoloog prof. Cyrille Fijnaut bijna tien jaar geleden in deze krant. Hij had net zijn onderzoek afgerond naar aard en omvang van de zware criminaliteit in opdracht van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden, de commissie-Van Traa.

Nu is hij niet meer zo zeker van die uitlating. De schijnbaar onophoudelijke reeks van liquidaties in de criminele circuits in en rond Amsterdam kent volgens dezelfde Tilburgse wetenschapper Fijnaut zijn gelijke niet meer in West-Europa. Toen noemde hij Amsterdam één van de wereldmarkten voor de internationale drugshandel. Wat zich nu afspeelt in Amsterdam noemt hij ,,volstrekt abnormaal'', gezien de lange periode, het aantal slachtoffers en het onvermogen van politie en justitie om er een eind aan te maken. Ook het type slachtoffers, mensen uit de advocatuur en het vastgoed, verontrust hem zeer. ,,Dit gebeurt niet in steden als Londen, Parijs, Luik, Antwerpen, Frankfurt of Berlijn. Niet op deze schaal. Dan denk ik eerder aan Italiaanse steden, met name in het zuiden.''

De slachtoffers van vorige week laten zien dat verschillende werelden elkaar gevonden hebben. Oud-advocaat Evert Hingst was raadsman van de eveneens geliquideerde John Mieremet. Justitie verdacht hem ervan voor criminelen constructies op te zetten voor het witwassen van hun geld. Mieremet belegde lange tijd delen van zijn vermogen in vastgoed via de vastgoedhandelaar Willem Endstra. Dat deed ook Heineken-ontvoerder Willem Holleeder.

Na de dood van Endstra, mei vorig jaar, bleek echter dat zijn relatie met Holleeder en Mieremet al jaren ernstig bekoeld was. Mieremet wilde in 2001 zijn belegde geld terug en om zijn eis kracht bij te zetten, stormde hij naar eigen zeggen op een gegeven moment het kantoor van Endstra aan de Apollolaan binnen met een pistool in zijn hand. Endstra beloofde hierop dat het voor elkaar zou komen. Mieremet werd kort daarna beschoten voor het kantoor van zijn advocaat Hingst en zei later in een interview dat Hingst, Holleeder en Endstra achter de aanslag zaten.

Vastgoedhandelaar Endstra ondervond aan de andere kant weer problemen van zijn relatie met Holleeder. Na zijn dood bleek hij een dagboek te hebben bijgehouden, waarin hij schreef hoe hij door de oud Heineken-ontvoerder werd afgeperst. Op een gegeven moment was hij zo wanhopig dat hij Willem van B., president van de Hells Angels in Amsterdam, zou hebben benaderd om Holleeder uit de weg te ruimen. Nadat het plan binnen de motorclub bekend was geworden, werd Big Willem geroyeerd. Hij erkende dat hij met Endstra gesproken had, maar had het verzoek geweigerd.

Overigens vindt Fijnaut het een misverstand om de liquidaties een Amsterdams probleem te noemen. ,,Amsterdam is het podium, maar het gebeurde de afgelopen jaren overal in de Randstad, tot in Brabant en Limburg.'' Al tijdens zijn analyse van de georganiseerde misdaad in de jaren negentig sprak Fijnaut van een `criminele as' Amsterdam tot Zuid-Limburg.

In februari 2004 werden in Limburg drie dode Hells Angels gevonden in een beek. Hun lichamen waren doorzeefd met kogels. In het proces dat een jaar later plaatsvond maakte justitie gebruik van een kroongetuige. Deze ex-Hells Angel, de Antilliaan Angelo D., repte in zijn verklaringen over verbanden van Amsterdam tot Heerlen. De drie Hells Angels zouden door hun clubleden uit Limburg zijn vermoord vanwege ruzie over een partij cocaïne, maar de opdracht voor die moord, zo beweerde Angelo D., was afkomstig van Big Willem. Voor die bewering is tot op heden geen bewijs gevonden, maar in het proces bleek wel dat er in de dagen voor en na de moord veel contacten waren geweest tussen de Limburgse en Amsterdamse Hells Angels.

Over de reeks liquidaties in het Amsterdamse circuit doet een aantal verklaringen de ronde. Toenmalig recherchechef in Amsterdam Jan Pronker zei in 2004 in De Volkskrant dat de politie goed wist welke strijd zich afspeelde. Hij noemde een slepend conflict tussen Joegoslavische en Nederlandse criminelen over een gestolen partij drugs een reden voor de liquidaties. Daarnaast was er tussen Nederlandse criminelen ruzie ontstaan over investeringen in vastgoed.

Ondanks al deze theorieën heeft Fijnaut geen verklaring waarom het gebeurt. ,,Om precies te weten wat er aan de hand is moet je de politiedossiers kennen en bovenal natuurlijk de liquidaties oplossen.'' Tot nu toe zijn echter nauwelijks zaken opgelost. Iemand wordt neergeschoten, de dader verdwijnt. Dat is het patroon en dat verontrust hem. ,,Ik heb in de jaren negentig al gewaarschuwd dat je in de rechtsstaat een vrijplaats creëert waar de meest gewelddadige figuren hun gang kunnen gaan, als je er niet bovenop zit.''

Het verbaast hem ook zeer dat oplossingen uitblijven. Want de voorzetten zijn volgens Fijnaut wel degelijk gegeven na zijn onderzoek voor de commissie-Van Traa. Hij waarschuwde voor de groeiende macht van de Hollandse netwerken, de Chinezen, de Joegoslavische bendes en de Italiaanse maffia. Hij voerde in 1996 strategische gesprekken met de toenmalige baas van het Openbaar Ministerie (OM), Arthur Docters van Leeuwen, om te komen tot een gerichte, nationale aanpak van de zware criminaliteit. Maar lang niet alles kreeg een vervolg. Zo zijn de Joegoslavische bendes in Nederland rond 1998 zeer minutieus onderzocht door rechercheurs. ,,Dat was een zeer uitvoerig, geheim rapport, heel operationeel, waar iedereen met naam en toenaam werd genoemd. Met dat rapport is tot op de dag van vandaag niets gedaan'', zegt Fijnaut, die het rapport heeft gelezen en de opstellers ervan kent. ,,Als men nu zegt dat er Joegoslaven betrokken zijn bij de liquidaties, dan valt het de top van het OM en de politietop te verwijten dat er niets met die analyse is gedaan. Zo kun je de zware misdaad nooit aanpakken.''

Ook kreeg het OM destijds van Fijnaut de aanbeveling om een actieprogramma op te zetten om de `Hollandse netwerken', gespecialiseerd in drugshandel en de productie van drugs aan te pakken. Gelet op wat er aan grote strafzaken uit is gekomen, heeft Fijnaut ,,niet de indruk'' dat die aanbeveling destijds heeft geleid tot een ,,coherente aanpak'' van de Hollandse netwerken. Net zomin is Fijnaut onder de indruk van de klappen die politie en justitie hebben toegebracht aan handelaars en producenten van nederwiet en ecstacy. ,,Overal in Nederland worden zoldertjes leeggehaald en laboratoria ontmanteld. Maar ik ken slechts enkele grote rechercheonderzoeken op de mensen die die handel runnen. Ze pakken af en toe een elektriciën, bijna nooit de mensen die de zaken patroneren, die de investeringen doen.''

Een verklaring heeft hij wel. De rechercheafdelingen stonden in de jaren negentig op de tocht omdat voorrang werd gegeven aan meer ,,wijkgerichte'' politie. Bovendien werd pas enkele jaren geleden een nationale recherche opgericht die het overzicht moet krijgen en de samenwerking tussen de regionale korpsen moet verbeteren.

Als één van de oplossingen pleit Fijnaut al jaren voor het toelaten van `coöperatieve getuigen' uit de criminele circuits, in ruil voor het aanpassen van telasteleggingen en voor het geven van bescherming, zodat zij belastende verklaringen durven afleggen. ,,Anders breek je er nooit doorheen. Dat is in het parlement en door minister Donner afgewezen, maar er zijn geen andere oplossingen meer. In de Kamer is helemaal niet gesproken over liquidaties of zware misdaad, het ging over beginselen, wat oirbaar is en wat niet. De referentie met de werkelijkheid is zoek, net als bij het drugsbeleid, waarbij de politiek in een ideologische patstelling zit.''

Ook in dat drugsbeleid zijn de keuzes volgens Fijnaut uitgeput. ,,In de jaren zeventig konden we nog kiezen welk drugsbeleid wij wilden. Als ik zie hoe de criminaliteit zich ontwikkelt, dan hebben we geen opties meer. Het reguleren van de drugsmarkt is bittere noodzaak geworden. Het zal internationaal moeten gebeuren, maar van de politici in de EU verwacht ik niet veel. Onder lokale bestuurders wordt hierover wél gediscussieerd, bijvoorbeeld in de Euregio rond Maastricht. Daar ziet men wel in dat de problemen niet meer met de bestaande strategieën kunnen worden opgelost.''