`De anderen waren echt geen slakken'

Veldrijdster Marianne Vos stelt met haar zege op het Europees kampioenschap haar kandidatuur voor een podiumplaats op het WK.

Marianne Vos is gisteren in het Franse Pontchateau Europees kampioene veldrijden geworden. De 18-jarige wielrenster uit het Brabantse Babyloniënbroek was in de sprint de snelste in een kopgroep van acht vrouwen, met onder andere haar landgenote Daphny van den Brand en de Duitse Hanka Kupfernagel. Vos behaalde haar opvallende zege in het seizoen waarin het wereldkampioenschap plaatsvindt in Nederland. In Zeddam is de veldrijdster eind januari één van de kanshebsters, ook door de winst van de mondiale juniorentitel, vorig jaar in het Italiaanse Verona.

Hoe kwam je Europese titel tot stand?

Marianne Vos: ,,Het was een heel snel rondje en het was niet modderig. Daardoor bleef de eerste groep voortdurend bij elkaar. Iedereen heeft geprobeerd voortijdig alleen weg te komen, maar het lukte gewoon niet. Door het hoogteverschil en de wind kon niemand demarreren. Dat was een ideaal scenario voor mij, ook al waren de anderen echt geen slakken. Ik wist dat ik in de sprint een goede kans zou maken en gelukkig bleef de kopgroep tot de finish bij elkaar. Daphny reed voor mij op kop, maar ik kon er in de laatste meters net overheenkomen.''

Welke waarde hecht je aan de overwinning, met het oog op komende wedstrijden?

,,Het voelt heel goed van de oudere dames te winnen. Vooraf hoopte ik alleen op een medaille. Daphny van den Brand en Hanka Kupfernagel rijden al veel langer mee en hebben vaak gewonnen. Zij hebben ervaring die ik nog moet krijgen. Afzonderlijk had ik ze allemaal al eens verslagen, maar nu zaten er meer toppers in de eerste groep. Ze reageerden heel positief op mijn overwinning, al hadden ze natuurlijk liever zelf gewonnen.''

Hoe schat je je kansen bij het WK in eigen land?

,,Het is nog tweeënhalve maand voor het wereldkampioenschap. Het seizoen is net begonnen en die wedstrijd is ongeveer de afsluiting. Omdat het nog ver weg is, moet je afwachten hoe de verhoudingen dan liggen. Het WK is weer een stapje hoger dan het EK, maar ook daar heb ik kansen. Het is een wedstrijd in Nederland en ik heb het parcours al vaker gereden. Als het niet blubberig is, lijkt het op het rondje van afgelopen weekeinde. In de tussenliggende tijd rijd ik de vijf wedstrijden in de wereldbekercyclus en doe ik in januari mee aan het Nederlands kampioenschap.''