`Dat zijn de relschoppers van straks'

In het kleine provinciestadje Evreux in Normandië is een winkelcentrum uitgebrand bij de rellen. ,,Waar is de politie nu?'' vraagt een van de buurtbewoners.

Hoofdschuddend toert taxichauffeur Laurent Serée zijn auto door de straten. Pas na lang aandringen en de verzekering dat we voor de schemering rechtsomkeert maken was hij te bewegen tot een tochtje door La Madeleine, een buitenwijk van het Normandische stadje Evreux. De wijk, wegens de ligging achter het spoor door de bewoners van het centrum aangeduid als `daarboven', is in de nacht van zaterdag op zondag het toneel van hevige rellen geweest.

Van de dertienhonderd auto's die zaterdagnacht in heel Frankrijk in vlammen opgingen stonden er ruim honderd in La Madeleine. Op deze ogenschijnlijk rustige zondagmiddag hangt er een indringende brandlucht op straat. De schade, veroorzaakt door wat de prefectuur omschrijft als `uitzonderlijk geweld', openbaart zich stukje bij beetje. Evreux heeft vooral de aandacht van de landelijke media getrokken wegens een voor de helft uitgebrand winkelcentrum, maar ook de gevels van het politiebureau, van het postkantoor, van bankkantoren, van de grootste supermarkt en van twee scholen zijn geblakerd. Overal vervangen houten panelen ingeslagen ruiten en hangen rolluiken uit hun voegen. Een videowinkel is uitgebrand en lijkt scheef tussen de belendende panden te hangen.

Meer dan tweehonderd politieagenten en militairen zijn zaterdagnacht in La Madeleine op de been geweest. Zestien van hen raakten gewond. Ondanks de massale aanwezigheid van politie en de inzet van helikopters werden slechts vijf arrestaties verricht. Serée spreekt er schande van. ,,En waar is de politie nu? Waarom zijn ze er niet? Als je iets wilt bereiken, moet je volhouden en nooit opgeven.'' Hij wijst op groepjes zwarte jongeren, kinderen nog van zes, zeven jaar. ,,Dat zijn de relschoppers van straks, dat duurt niet lang meer.''

Voor de volledig in de as gelegde kapperszaak en apotheek in het winkelcentrum staat een groepje wijkbewoners, de schrik en het ongeloof in de ogen. ,,Het was aangekondigd'', zegt een gezette vrouw beslist. Ze wijst naar een woontoren vlak naast het centrum. ,,Vrienden van mij wonen daar. Ze zijn net als de andere bewoners zaterdagmiddag gewaarschuwd door een groepje jongeren. Ze moesten hun auto weghalen, want het zou gaan fikken. Nou, dat is uitgekomen!''

Een zwarte dame valt haar in de rede: waarom hebben haar vrienden de politie niet gewaarschuwd, als ze wisten dat er geweld zou losbarsten? Dat is toch hun burgerplicht? ,,Maar het zijn oude mensen, mevrouw! En de jongste van dat groepje jongeren was pas negen: zo'n snotneus geloof je toch zeker niet?'' Ze voegt eraan toe: ,,Zet u maar schrap, want die jongeren hebben tegen mijn vrienden gezegd dat het vannacht nog erger wordt.''

Desondanks zegt de enige dienstdoende redacteur van het plaatselijke radiostation France Bleue niet de wijk in te zullen gaan. ,,We houden niet van sensatiejournalistiek'', zegt hij. En hij verbaast zich over de buitenlandse pers. ,,Alsof er een burgeroorlog dreigt! Er zijn zelfs landen die een negatief reisadvies voor Frankrijk hebben gegeven! Bovendien: de pers veroorzaakt de rellen zelf. Vorige maand zijn er al auto's in de fik gestoken in Louviers en Vernon, niet ver hier vandaan.''

Collega's van landelijke televisiestations, bijeen in het restaurant tegenover het station, denken er niet anders over. De ploeg van het commerciële televisiekaanaal TF1 gaat na het eten terug naar Parijs; de wijk is 's avonds ,,te gevaarlijk'' en ze hebben ,,vanmiddag al gedraaid''. ,,We hebben juist de rust opgenomen, want we willen een positief beeld geven van de wijken.''

Jean-Pierre Le Bail, `Breton in hart en nieren' en voorzitter van sportvereniging Amical Laïc de la Madeleine, had vanochtend, na een rellenloze nacht, weer een andere lezing. Zijn vereniging, met vierduizend leden, krijgt nu nog jaarlijks 240.000 euro overheidssubsidie, ,,maar het wordt wel ieder jaar minder''. ,,Die jongeren zijn geen lieverdjes maar ook niet de beesten die minister Sarkozy van hen maakt. Ze worden alleen systematisch uitgesloten. President Chirac heeft zelf eens geklaagd over de `geur van zwarten'. Jaren geleden weliswaar, maar dat vergeet men niet. Mohammed en Ahmed kunnen nog zoveel diploma's halen, redden zullen zij het niet in dit land. Ze zijn dus kwaad en laten dat een keer zien.''