Betrek burger actief bij behandelen strafzaken

Burgers moeten weer vertrouwen krijgen in het rechtssysteem. Dat kan door te breken met de traditie van rechterlijke geslotenheid, vinden B.J. Eerdmans en E.P.M. Schreijen.

In het Kamerdebat over de Schiedammer Parkmoord noemde minister Donner de fouten van justitie, politie en rechterlijke macht een schrikbeeld voor de rechtsstaat en een schok voor de samenleving en het rechtsbestel. De minister had gelijk, maar de door hem aangekondigde maatregelen missen het karakter van de fundamentele herbezinning op ons rechtsstelsel die nodig is om dit beeld weer te verdrijven. Alleen een democratischer en toegankelijker rechtsstaat kan het beschadigde vertrouwen herstellen.

Het vertrouwen van de Nederlandse burger in het rechtssysteem vertoont immers al sinds langere tijd een gestaag dalende lijn. Waar in 1981 nog een meerderheid van 65 procent vertrouwen had in het rechtssysteem, bedroeg dat percentage volgens European Value Studies in 1999 48 – nergens in de Europese Unie is het vertrouwen de afgelopen decennia zo snel afgenomen als in Nederland.

Dit gebrek aan vertrouwen bij een meerderheid van de bevolking is verontrustend. Toch hebben deze cijfers bij degenen die verantwoordelijk zijn voor het functioneren van onze rechtsstaat, de rechterlijke macht, tot weinig onrust, laat staan hervormingsgezindheid, geleid. Een belangrijke reden voor de rechterlijke apathie is gelegen in de gesloten bedrijfscultuur, die kenmerkend is voor vrijwel alle organen in het Nederlandse rechtssysteem.

Deze cultuur van geslotenheid wordt in de hand gewerkt door een typisch Nederlandse juridische traditie van vrijwel absolute vrijheid en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. In tegenstelling tot andere democratische rechtsstaten kent Nederland bijvoorbeeld geen minimumstraffen die de rechter sturen bij het bepalen van de straf. In de praktijk komt er van heldere motivering van vonnissen weinig terecht en van inspraak van burgers in de Nederlandse rechtspraak is al helemaal geen sprake.

Natuurlijk is de onafhankelijkheid van de Nederlandse rechter een groot goed. Het absolute karakter van die onafhankelijkheid heeft echter geleid tot een te grote afstand tussen de rechterlijke macht en de moderne, geïndividualiseerde burgers die gewend zijn geraakt om machthebbers niet te adoreren, maar te kritiseren.

Rechterlijke beslissingen zijn te vaak geformuleerd in juridisch jargon dat voor gewone mensen zeer moeilijk of in het geheel niet te begrijpen is. Niet voor niks komen uit internationaal vergelijkend onderzoek juist de Nederlandse vonnissen steevast als slecht gemotiveerd en weinig inzicht gevend naar voren.

Andere bron van onvrede zijn de straffen voor zware geweldsdelicten die, zo blijkt elk jaar uit rapporten van het SCP, door een overgrote meerderheid van burgers als te laag worden ervaren. Dit letterlijke en figuurlijke onbegrip heeft ernstig afbreuk gedaan aan het vertrouwen van burgers in de Nederlandse rechtsstaat.

Het is derhalve noodzakelijk te breken met de traditie van rechterlijke geslotenheid en absolute onafhankelijkheid. Dat kan het beste door burgers zelf mede recht te laten spreken. Deze verantwoordelijkheid, die al sinds jaar en dag door burgers van vrijwel alle moderne westerse landen wordt gedragen, moet ook aan Nederlandse burgers worden toebedeeld. In samenwerking met professionele rechters moeten zij een actieve rol krijgen in de rechtspraak. In Noordrijn-Westfalen, de Duitse deelstaat die in veel opzichten vergelijkbaar is met Nederland, zijn zo jaarlijks meer dan 12.000 burgers op juridisch verlof bij de rechtspraak betrokken. De ervaring met lekenrechtspraak daar leert dat een rechtsstaat niet alleen aan democratische legitimiteit wint, maar dat het toelaten van burgers tot de rechterlijke macht ook resulteert in vonnissen geformuleerd in gewone mensentaal.

Voor de invoering van lekenrechtspraak in Nederland is geen juridische revolutie nodig: de Grondwet laat in artikel 116 expliciet de mogelijkheid open dat aan rechtspraak ,,mede wordt deelgenomen door personen die niet daartoe behoren''. Wèl nodig is een `rechtsculturele' revolutie in alle geledingen van onze rechtsstaat. Burgers die willen deelnemen aan de rechtspraak moeten door de instituties van onze rechtsstaat daartoe worden uitgenodigd.

Niet alleen de deur, ook de gordijnen van het huis van de rechtsstaat moeten open. De externe openbaarheid van rechtspraak als grondwettelijk vastgelegd beginsel moet van fictie werkelijkheid worden. Onderzoekers van de Universiteit Leiden toonden recentelijk aan dat meer dan driekwart van de Nederlandse burgers nog nooit bij een strafzaak aanwezig is geweest.

Slechts af en toe komen burgers flarden van spraakmakende strafprocessen toe via de tv, waarbij de gegeven informatie ook vaak nog onvolledig is. Dat terwijl burgers wel geïnteresseerd zijn in strafzaken: uit hetzelfde onderzoek bleek dat 65 procent van de burgers een strafproces zou bekijken als dat via de media zou worden aangeboden.

Als de burger niet naar de rechtszaal komt moet de rechtszaal naar de burger komen. Door uitzending van strafprocessen via het internet kan worden bereikt dat de openbaarheid van het strafproces niet ophoudt bij de achterste rij stoelen op de publieke tribune, maar zich uitstrekt tot elk huishouden met internet. Webcams in de rechtszaal dus.

Naast meer openbaarheid geeft het strafproces op internet, natuurlijk met waarborgen voor anonimiteit van verdachte en slachtoffer, ook een betere invulling aan de functie van generale preventie van straffen: het door straffen voorkomen dat mensen strafbare feiten plegen. De preventie wordt er ook beter mee gediend, de dader die zich in de rechtszaal weet bekeken door de bevolking zal zich meer beschaamd en schuldig voelen dan de dader die in een lege rechtszaal de zoveelste reprimande krijgt van de rechter.

Het vertrouwen van de Nederlandse burgers in de rechtsstaat moet herwonnen worden en de principes van openbaarheid en toegankelijkheid van rechtspraak moeten in de praktijk worden gebracht. De rechters moeten daarom hun ongegronde vrees voor de burger laten varen en hem welkom heten in hun midden.

Drs. B.J. Eerdmans is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de fractie van de LPF; drs. E.P.M. Schreijen is medewerker van deze fractie.