Ze stikken, verdrinken en verbranden en wij halen achteloos de schouders op

Is de brand in het detentiecentrum op Schiphol waarbij elf gedetineerde vreemdelingen omkwamen echt te beschouwen als `noodlot'? En al die vluchtelingen die sterven aan de buitengrenzen van Europa, is dat louter hún verantwoordelijkheid? Stop het cynisme. Open de ogen voor wat er gebeurt.

Het schijnt voor meer mensen een vroege jeugdherinnering te zijn, maar voor mij dus ook: ik ben een jaar of drie en mijn vader huilt – kort en ingehouden, terwijl hij luistert naar ,,de radio nieuwsdienst verzorgd door het ANP''. Hij legt uit waarom. De nieuwslezer vertelde dat een Oost-Europees echtpaar in een vrachtwagen het IJzeren Gordijn probeerde over te komen. Juist tijdens de uitreiscontrole begint hun kindje te huilen. Ze dempen het geluid door hun handen over zijn neus en mond te houden. Bij aankomst in het Westen blijkt het kind te zijn gestikt.

Wie was slachtoffer, wie dader? Het kind in ieder geval het slachtoffer. Waren de ouders de daders? Was het hun verantwoordelijkheid dat hun kind door hun handen stierf? Nee, die conclusie zou te wreed zijn. Bij het IJzeren Gordijn wisten we: ook al nemen mensen soms onverantwoorde risico's, de manier waarop de grens wordt bewaakt was de oorzaak. In Duitsland zijn na de hereniging dan ook mensen strafrechtelijk vervolgd omdat zij, conform de regels, op illegale grensoverschrijders geschoten hadden. Hun verweer dat die mensen toch wisten welk risico zij namen, en daarom zelf voor de gevolgen verantwoordelijk waren, bleek niet afdoende.

De brand in het detentiecentrum op Schiphol-Oost roept een aantal vragen op. De eerste is natuurlijk hoe het mogelijk is dat, in een vleugel waar 43 mensen vastzaten, er elf omkomen – dat is een kwart. Als de brandveiligheidsvoorschriften en de brandoefeningsprotocollen inderdaad, zoals de betrokken autoriteiten net iets te snel meldden, stipt gevolgd zijn dan is er iets goed mis met die regels. Een tweede vraag is hoe het mogelijk is dat de betrokken ministers zich zo weinig verantwoordelijk lijken te voelen. Door mensen te detineren, zijn wij verantwoordelijk voor hun veiligheid: wij hebben ze opgesloten, wij hebben de plek gekozen waar ze zitten, en als die brandgevaarlijk blijkt te zijn en de deur niet tijdig van het slot gaat, is dat toch echt onze verantwoordelijkheid, ongeacht of sprake was van brandstichting.

Maar de belangrijkste vraag die de brand oproept, is waarom er zo lauw wordt gereageerd in de politiek, de media, op de tramhalte en in het café, op het feit dat elf mensen zijn verbrand. Bij de brand in Volendam kwamen veertien jongeren om, en de – echte – tragiek droop dagenlang van de buis. Voor de doden van Schiphol-Oost was wel aandacht, maar er was weinig betrokkenheid. Natuurlijk, het zijn niet onze zusters of zoons die daar verbrandden, en daardoor is er weinig mooi beeld. Maar er is meer aan de hand. De scherpste illustratie hiervan bood het hoofdartikel van de Volkskrant van afgelopen zaterdag, dat begint en eindigt met een relativering. De opening komt er op neer dat we in Nederland tegenwoordig niet meer bereid zijn het `noodlot' te aanvaarden. De conclusie is dat we niet moeten ingaan op `hernieuwd geschamper over de manier waarop Nederland vreemdelingen behandelt'. In de Tweede Kamer mocht GroenLinks het onderwerp naar zich toe trekken – in de Nederlandse politieke verhoudingen een signaal dat aan duidelijkheid weinig te wensen overlaat. Bij de herdenkingsdienst, afgelopen dinsdag in Amsterdam, hadden kennelijk alleen de linkse partijen het gevoel acte de présence te moeten geven. Een handjevol mensen heeft zondag een wake gehouden, maar dit ging uit van de beperkte groep die dat al jaren doet.

Nu is de brand op Schiphol-Oost, hoe ernstig ook, een incident. Maar de lauwe reacties laten in verhevigde vorm zien wat er structureel aan de hand is met het Europese vreemdelingenbeleid. Een land als Nederland heeft tegenwoordig nauwelijks nog grenzen om te bewaken. Alleen op Schiphol en in de havens van Amsterdam en Rotterdam komen mensen van buiten Europa aan, en alleen daar vinden ouderwetse grenscontroles plaats. De `groene grens' met Duitsland en België mag je gewoon over. Landen zoals Nederland hadden het gevoel dat het deels wegvallen van hun grensbewaking moest worden gecompenseerd. Dat gebeurde onder meer door een Europees migratiebeleid, dat vooral om afschrikking draait. Dat beleid heeft drie elementen die hier van belang zijn.

Ten eerste: de controles die vroeger tussen de Europese landen plaatsvonden zijn in de loop van de jaren negentig verplaatst naar de buitengrenzen van Europa. Daar wordt, namens alle Europese landen, de grens bewaakt. Wie die grens eenmaal over is, is binnen en kan nog wel tegen de lamp lopen maar stuit niet op systematische controles. Omdat aan die nieuwe buitengrenzen niet alleen het territorium van Spanje of Oostenrijk wordt bewaakt, maar het grondgebied van heel Europa, is de bewaking verscherpt. Militairen en de marine spelen een steeds grotere rol. Getuige het aantal migranten dat verdrinkt nadat hun boot in botsing is gekomen met een boot van de kustwacht is het daarbij menens. Bovendien vallen er niet alleen slachtoffers door verdrinking of verstikking. Het rapport Violence and Immigration. Report on illegal sub-Saharan immigrants in Morocco van Artsen zonder Grenzen (AZG) van 30 september maakt gedocumenteerd melding van mishandeling van migranten door Spaanse grenswachten.

Ten tweede worden mensensmokkelaars steeds intensiever vervolgd. Toen de Raad van de EU kort na het drama in Dover vergaderde, was dat de reactie: harder optreden tegen die schurken. Nu is er weinig reden om medelijden te hebben met mensensmokkelaars, maar een hardere aanpak drukt illegale grensoverschrijding nog verder ondergronds. Dat heeft, net als de intensivering van de grensbewaking, als gevolg dat de risico's voor de smokkelaars groter worden, de prijzen omhoog gaan, en de transporten grootschaliger worden. Het heeft financieel weinig zin om voor een paar mensen het risico te lopen te worden gepakt, maar voor een transport van een paar ton gebeurt dat wel. In de aldus aangewakkerde concurrentie wordt de positie van de migranten steeds precairder. Op eerste kerstdag 1996 bracht de kapitein van een smokkelschip zijn boot tot zinken voor de kust van Sicilië waarbij 283 migranten omkwamen. Ten slotte wordt hard gewerkt aan beleid dat migranten weghoudt bij de Europese grenzen. Door een netwerk van verdragen pogen de Europese landen hun buren (Marokko, Oekraïne) zo ver te krijgen dat die op hun beurt hun eigen grenzen beter bewaken, zodat de migranten die wij niet willen zich niet eens aan de Europese grens kunnen vervoegen. Samenwerking op andere terreinen (bijvoorbeeld handelsvoordelen) wordt afhankelijk gemaakt van bereidwilligheid op dit punt. Logisch gevolg is dat een land als Marokko probeert te voorkomen dat migranten dat land binnenkomen.

Vorige maand kwam in het nieuws dat Marokko migranten die door Spanje zijn teruggestuurd in de woestijn de bus uit zet. Die publiciteit zal de Marokkaanse autoriteiten niet onwelkom zijn geweest. Daarmee wordt de boodschap overgebracht dat je daar niet moet wezen. Bovendien berichtte AZG dat Marokkaanse diensten zich schuldig maken aan mishandeling, marteling en zelfs seksueel geweld tegen migranten. Om niet achter te blijven moeten andere Noord-Afrikaanse landen nu ook zulke stunts gaan uithalen. Het is een voorzienbaar gevolg van Europees beleid dat tussen buurlanden een wedstrijd in afschrikking op gang komt, waarbij het kan gebeuren dat migranten worden gemarteld of in reddeloze toestand worden achtergelaten.

Toen berichten hierover de Europese pers bereikten, stuurde de Europese Commissie een missie naar Ceuta en Melilla. Het rapport dat daarover op 18 oktober werd uitgebracht, concludeert dat de samenwerking met Marokko moet worden geïntensiveerd. Ook moet samenwerking worden gezocht met Algerije en landen verder naar het zuiden. In praktijk betekent dit dat de situatie zal verergeren: houd migranten nóg verder weg van onze grenzen. Maar over de manier waarop Marokko, Algerije en andere Afrikaanse staten dat gaan doen lezen we niets – dat heeft kennelijk een iets lagere prioriteit. Tijdens de recente top in Hampton Court, zo meldde de EU Observer van 28 oktober, besloten de Europese leiders op initiatief van Spanje en Frankrijk om aan dit beleid 400 miljoen euro extra uit te geven. De Europese grensbewaking wordt, kortom, steeds minder een kwestie van politiemannen die illegalen proberen te vangen. Het gaat in toenemende mate om internationale politiek, om hoogwaardige techniek, en om inzet van militairen en marine.

Dat beleid heeft een prijs. De Amsterdamse organisatie United begon in 1993, toen het Europese migratiebeleid vorm begon te krijgen, met het bijhouden van een dodenlijst (www.united.non-profit.nl). Op basis van berichten in de pers wordt zo precies mogelijk vastgelegd hoeveel mensen zijn omgekomen aan de grenzen van Europa. Het blijkt dat het aantal getelde doden is opgelopen van 57 in 1993 tot 835 in 2004. Nu is het zo dat United ook gedetineerde vreemdelingen die zelfmoord plegen meetelt. Dat is echter een kleine minderheid, en bovendien staat daartegenover dat er, naast de doden die de pers halen, velen zijn die de pers niet halen of die nooit gevonden worden. De doden zijn voor Europese kranten bladvulling. En niet elke drenkeling spoelt aan. Als de 58 doden van het Dover-transport niet door Britse agenten waren gevonden, hadden de smokkelaars zich stilletjes van de lijken ontdaan. Zonder twijfel gebeurt dat regelmatig. Om een indicatie te geven: AZG meldt dat de Spaanse autoriteiten in 2004 289 doden aan de grens rapporteerden. Een door AZG aangehaalde Spaanse mensenrechtensituatie schat het werkelijke aantal op zo'n 500. En dat is dan alleen nog maar Spanje. The Economist van 8 oktober schat dat jaarlijks 2.000 migranten verdrinken in de Middellandse Zee.

De gegevens van United wijzen erop dat het aantal doden dat aan de grenzen van Europa valt toeneemt. Zoals gezegd is de registratie van deze organisatie niet helemaal betrouwbaar, maar het zijn de enige gegevens die we hebben. Bovendien stemmen ze overeen met data over de Amerikaans/Mexicaanse grens van het Death at the Border-project van het Amerikaanse Centre for Immigration Research in New York. Aan die grens is een vergelijkbare militarisering gaande als aan de Europese grenzen, en ook daar loopt het aantal doden op. Het ligt daarom voor de hand dat achter de cijfers van United een daadwerkelijke sterke stijging van het aantal slachtoffers schuilgaat. Ook is het aannemelijk dat het aantal doden aan de grenzen van Europa aanmerkelijk hoger is dan het aantal dat door United wordt gerapporteerd.

Wiens verantwoordelijkheid is het dat er elke dag een paar mensen sterven aan de grenzen van Europa? Het is zonder meer waar dat het de migranten zelf zijn die in wrakke bootjes en in slecht geventileerde containers stappen. Het is al even waar dat het de smokkelaars zijn die zo veel mogelijk geld willen verdienen, en dus geen cent over hebben voor de veiligheid van hun lading. De smokkelaars worden dan ook met groot enthousiasme aangevallen. Zij worden regelmatig als `misdadig' aangemerkt, alsof het vermelding behoeft dat boeven misdadig zijn. Maar zo gemakkelijk komen we er toch niet van af, hoe graag we dat ook zouden willen.

Voor het optreden van Spaanse grenswachten is Nederland in politieke zin rechtstreeks verantwoordelijk. Het zijn onze grenzen die daar bewaakt worden, en als daarbij – volgens AZG – gemarteld wordt dan is dat ook onze zaak. Dat geldt eveneens voor het nog veel grovere optreden van de Marokkaanse diensten. Het is staand beleid om buurlanden van de Europese Unie steeds meer het vuile werk van onze grensbewaking te laten opknappen, en dan kunnen we onze handen niet wassen in onschuld.

En al die mensen die verdrinken of stikken, zijn we daar als Europeanen ook verantwoordelijk voor? Het ligt anders dan bij het handelen van onze bondgenoten, maar we kunnen moeilijk doen alsof we er niets mee te maken hebben. Het beleid is bekend, het is voorzienbaar dat het aantal doden toeneemt. Dat is niet de bedoeling van het beleid, maar we zijn wel bereid het op de koop toe te nemen. Door de militarisering van de grensbewaking en de steeds hardere strafrechtelijke aanpak van mensensmokkel wordt mensensmokkel steeds riskanter voor de smokkelaars, waardoor de prijzen hoger worden, er steeds riskantere middelen worden gebruikt, de transporten steeds groter worden – en het aantal doden stijgt, zowel aan de Europese grenzen als in de bufferzone van buurlanden om de EU heen. Dat is een indirect, onbedoeld gevolg van het Europese beleid, maar ook die moeten betrokken worden bij een beoordeling van het beleid.

Vloeit hieruit nu voort dat de grensbewaking dan maar moet worden afgeschaft? Dat lijkt me voorbarig. Maar als er gesproken of besloten wordt over beleid, vereist de zindelijkheid dat alle gevolgen (ook de indirecte, onbedoelde) van dat beleid in aanmerking worden genomen. Dat gebeurt nu in het geheel niet. Zoals het verbranden van gedetineerde vreemdelingen als `noodlot' wordt aangeduid, zo zien we het sterven aan onze grenzen bij voorkeur als de eigen verantwoordelijkheid van de omgekomenen – of beter: we zien het liever helemaal niet en willen het niet weten. Dat is zelfs voor het Nederland van vandaag een tikkeltje te cynisch. Bij de vreselijke gevolgen van ons beleid horen we niet zo nadrukkelijk de andere kant op te kijken als we nu doen. We horen te discussiëren over de vraag of we, zelfs met gelijkblijvende beleidsdoelen, niet andere middelen kunnen verzinnen om ze te bereiken. Zou het een idee zijn het Schiessbefehl in te trekken, en de grenzen niet meer te bewaken met mijnenvelden? Er zijn niet zo veel mensen die op deze manier omkomen, maar op 4 april 2005 stapten een Tunesische en een Mauretaanse man bij de Turks-Griekse grens op een mijn; op 17 april 2004 werd een Pakistaanse man doodgeschoten aan de grens tussen Hongarije en Slowakije; op dezelfde dag schoot de Spaanse politie de Marokkaan Mohamed Ezzoubair dood in Ceuta.

Verder kan misschien een beperkte bijstelling van de doelen een grote winst in mensenlevens opleveren. Op elk ander beleidsterrein zijn dat heel gewone discussies; ook bij bijvoorbeeld de gezondheidszorg gaat het om mensenlevens.

Om zulke discussies te kunnen voeren moeten we eerst veel preciezer weten wat er feitelijk gebeurt. De gegevens van United en een enkel rapport van AZG – het is prachtig dat ze er zijn maar het is eenvoudigweg niet genoeg, al was het alleen maar het AZG-rapport niet ook over Griekenland, Malta, Lampedusa en al die andere plekken gaat. De journalistiek heeft daarbij een belangrijke rol. De informatie over wat zich afspeelt aan de Europese grenzen kan en moet veel systematischer dan nu. Het feit dat de betrokken overheden journalisten graag weghouden zou het eerder een hogere prioriteit moeten geven dan andersom. Verder zou het goed zijn als een mensenrechtenorganisatie een specifiek op dit onderwerp gericht Europees project zou beginnen, vergelijkbaar met het Amerikaanse Death at the Border. Bestaande organisaties zijn ofwel – met alle respect voor hun jarenlange werk – te klein, ofwel zijn begrijpelijkerwijs benauwd om te worden neergezet als clubs die grensbewaking helemaal willen afschaffen.

Even terug naar het midden van de jaren zestig, toen ik bang was omdat mijn vader huilde. Zouden wij huilen als we zouden horen over twee migranten die, in hun poging zich aan onze grensbewaking te onttrekken, hun eigen kind hadden gesmoord? Of zouden we meteen roepen dat wij adequaat gehandeld hadden? Even huilen is toch wel het minste, lijkt me. Als u het drie keer per dag doet, zit u aan de lage kant.

Hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij publiceerde o.a. `Vluchtelingenrecht' (2005). Onder redactie van Thomas Spijkerboer en Sarah van Walsum verschijnt volgend jaar `Women and Immigration Law'.