`W.F. Hermans krijgt straat in Amsterdam'

In de Amsterdamse Nieuwe Kerk werd gisteren het eerste deel van de Volledige Werken van schrijver Willem Frederik Hermans gepresenteerd.

,,Arm klein eendje! Het liep naar rechts, het liep naar links, maar het goede paadje kon hij niet vinden.'' Ruprecht Hermans, het enige kind van Mensendieck-therapeute Emmy Hermans-Meurs en schrijver Willem Frederik Hermans, kijkt vanaf het podium de Amsterdamse Nieuwe Kerk in. Hij heeft net aan zijn toehoorders uitgelegd dat zijn vader hem heel graag voorlas. ,,Hij las ook wel eens voor uit Het evangelie van O. Dapper Dapper of uit De God Denkbaar Denkbaar De God, maar het liefst toch uit Het eigenwijze eendje.'' Het boekje, een deeltje uit de reeks Gouden Boekjes, werd door uitgever De Bezige Bij naar de familie Hermans opgestuurd.

Bij diezelfde uitgeverij is nu het eerste deel van de Volledige Werken van Willem Frederik Hermans (1921-1995) verschenen. Het project, dat in 2016 met de publicatie van het 24ste deel wordt voltooid, is een samenwerkingsverband tussen De Bezige Bij, het Willem Frederik Hermans Instituut en het Huygens Instituut. Het eerste exemplaar werd gisteren in de Nieuwe Kerk uitgereikt aan kroonprins Willem-Alexander.

Voor de toespraak van zoon Ruprecht, die de bijeenkomst door zijn persoonlijke woorden een intiem karakter gaf, was Hermans door schrijver Cees Nooteboom, wetenschapper Frits van Oostrom en de Amsterdamse burgemeester Job Cohen neergezet als een van de grote Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw. Cohen stelde dan ook voor om een straat naar Hermans te vernoemen. ,,En als de voortekenen mij niet bedriegen zal er ook een gedenkteken, een cenotaaf, voor Hermans verrijzen'', aldus Cohen. Een cenotaaf – een leeg grafmonument – is het maximaal haalbare voor Amsterdam, aangezien Hermans (in Utrecht) werd gecremeerd. Cohen schetste nog de moeizame verhouding tussen Hermans en de hoofdstad. Een bezoek aan Zuid-Afrika, ruim voor de afschaffing van de apartheid in 1990, zorgde ervoor dat de schrijver enige jaren `persona non grata' was in Amsterdam onder Cohens verre voorganger Van Thijn.

Onder het publiek, enkele honderden mensen groot, bevonden zich behalve schrijvers (Hella Haasse, Harry Mulisch) en oud-politici (Frits Bolkestein, Hans van Mierlo) ook mensen die nog met Hermans hebben samengewerkt. Vertaler Jürgen Hillner bijvoorbeeld, herinnert zich de urenlange gesprekken met de schrijver over de Duitse vertaling van De tranen der acacia's. ,,Wij spraken mijn vertaling nauwgezet door in de tuin van zijn huis in het Groningse Haren. Toen hij mij zijn schrijfmachinecollectie wilde tonen, liep hij koppig wel twaalf keer naar binnen om steeds een nieuwe schrijfmachine te halen.''

Hillner vertelt hoezeer Hermans rekening hield met zijn lezers. ,,Ik had Sinterklaas vertaald als Sint-Nicolaas, maar hij wilde dat het Weihnachtsmann zou worden, omdat Duitse lezers daar de juiste, Sinterklaas-achtige associaties bij krijgen.'' Hermans' inlevingsvermogen in zijn lezers wordt onderstreept door Annemarie Kets van het Huygens Instituut, dat sinds 2000 bezig is om Hermans' oeuvre te bewerken voor de Volledige Werken. ,,De eerste druk van De tranen der acacia's verscheen in 1949, met een passage over de doden in de Zuiderkerk. In 1971, bij de 12de druk, voegde hij er een paar zinnen aan toe waarin hij uitlegt dat er in de hongerwinter gebrek aan vervoer was.''