Wachten op de burgerrevolte

De oppositie in Azerbajdzjan hoopt dat de parlementsverkiezingen morgen uitlopen op een `kleurenrevolutie', zoals in andere voormalige sovjetrepublieken.

Die hoop lijkt ijdel.

In het hoofdkwartier van het oppositieblok Azadliq (Vrijheid) dragen ze oranje overhemden, stopdassen en pochetjes, besnorde kandidaten beloven vanaf fel oranje posters vrijheid en democratie. Partijleider Isa Gambar ontvangt zijn gasten voor een bosje vlaggetjes van eerdere, geslaagde 'kleurenrevoluties' in andere voormalige sovjetrepublieken: een rood Georgisch kruis, Oekraïens oranje en Kirgizisch blauw.

Morgen stemt Azerbajdzjan voor een nieuw parlement, en het is geen geheim dat de oppositie droomt van een burgerrevolte die ook hier de corrupte post-sovjet-elite ten val brengt. Het scenario is al geschreven: stembusfraude, protest van buitenlandse verkiezingswaarnemers, het volk massaal op straat, een regime dat implodeert.

Aan enkele basisvoorwaarden is voldaan. Verkiezingen verlopen zelden eerlijk, de staatsmedia negeren en belasteren ook ditmaal de oppositie, de politie slaat hun bijeenkomsten vaak met de lange lat uiteen en sluit activisten op wegens `verzet bij aanhouding' of `verdenking van zakkenrollen'. Europese waarnemers spreken daar in rapporten schande van. De voorheen kibbelende oppositie heeft zich in een blok verenigd en er zijn studentenbewegingen, een paar teveel wellicht: Nu!, Nieuwe gedachte, Het is Tijd, de Oranje Beweging.

En toch gaat het hier niet lukken, voorspelt oppositiepoliticus Sedar Caloglu. In maart werd hij vrijgelaten na vijf jaar gevangenis, waar hij zat wegens zijn rol in de betogingen na de vorige frauduleuze verkiezing: die van president Ilham Alijev in oktober 2003. Daarop protesteerde de oppositie in de hoofdstad Baku, ontstond een rel, viel er een dode en verdween Caloglu met zes andere politici achter de tralies. Wellicht herhaalt dat scenario zich komende week en lonkt de gevangenis weer, Caloglu heeft zijn koffer al gepakt. Maar deze aanstekelijk vrolijke fatalist lijkt niet onder dat vooruitzicht te lijden.

Waarom is Azerbajdzjan, een straatarme voormalige sovjetrepubliek aan de oever van de Kaspische Zee, niet rijp voor een burgerrevolte? Het land is rijk aan olie en gas en tevens intens corrupt en repressief. Toch lijken de Azeri niet in de stemming voor regime change. ,,Een kleurenrevolutie is een sociaal proces, dat kan je niet zo even organiseren'', zegt Caloglu. Wat ontbreekt er zoal? Hij telt het af op zijn vingers. Breed gedragen enthousiasme. Een man als Saakasjvili in Georgië of Joesjtsjenko in Oekraïne: voormalige ministers of premiers met hun mannetjes binnen het staatsapparaat. Rijke financiers. Een politie die zich neutraal opstelt. Westerse steun.

De Verenigde Staten en de EU zetten Azerbajdzjan weliswaar onder druk om zich aan democratische basisnormen te houden; daarom is Caloglu zelf nu vervroegd op vrije voeten. Ook zijn oppositiebijeenkomsten toegestaan en mag iedereen zich inschrijven als parlementskandidaat. Er zijn ruim 2.000 kandidaten voor 125 zetels. De muren van Baku hangen zo vol met mannen in hemdsmouwen die staan te popelen om een frisse wind door het land te laten waaien, dat het de kiezer duizelt. De oppositie vermoedt ook hier duistere motieven. ,,Hiermee is het Westen tevreden: Azerbajdzjan lijkt een actieve democratie. Tegelijk zaait de macht verwarring en apathie met al die onbekende gezichten'', stelt een politicus.

Het Westen is in Azerbajdzjan al snel tevreden: het land staat namelijk op de drempel van een nieuwe oliebonanza. Sinds het 'contract van de eeuw' van 1994 exploiteert een consortium van oliemultinationals de kustwateren van de Kaspische Zee. Vorige maand ging de nieuwe zogeheten BTC-pijpleiding naar Turkije open die dagelijks een miljoen vaten olie richting Europa moet pompen.

Het kleine Azerbajdzjan is de westerse poort tot de olierijkdom van de Kaspische Zee, omsingeld door vijandige grootmachten als Iran en Rusland die zelf de olie- en gasstromen uit de regio willen controleren. Geen goed moment voor regime change. ,,Het Westen ruikt olie, olie, olie. Het wil stabiliteit, geen vrijheid'', zegt Caloglu, nu toch wat bitter. ,,Niets werkt in ons land, de wegen zitten vol gaten, honderd families worden rijk, miljoenen leven onder de armoedegrens. En dat noemen ze stabiliteit.''

Maar ook de Azeri zelf lijken niet echt in de stemming voor verandering. Sinds 1969 heerst in Azerbajdzjan met korte tussenpozen de clan van Heidar Alijev, een KGB-generaal die onder partijleider Brezjnev als eerste moslim in het Politburo doordrong. Het land kende een kort democratisch intermezzo, begin jaren negentig. Dat nam de vorm aan van chaos, staatsgrepen, bijna-burgeroorlog en nationale vernedering: Armenië veroverde de provincie Nagorny-Karabach en zadelde Azerbajdzjan op met honderdduizenden vluchtelingen. Na dat debacle werd de terugkeer van de harde, ervaren hand van Heidar Alijev enthousiast verwelkomd. Vlak voor zijn dood in 2003 plantte de patriarch zijn zoon Ilham op zijn troon.

President Ilham Alijev stond tot 2003 vooral bekend als een wat vadsige playboy en gokker die de machiavellistische instincten van zijn vader miste en diens satrapen nauwelijks controleerde. Maar de afgelopen weken ontpopte Ilham zich zowaar tot een bonafide machtspoliticus. Midden oktober dreigde Rasoel Goelijev namelijk naar Azerbajdzjan terug te keren, een in ongenade gevallen politicus die wordt gezocht voor verduistering van 110 miljoen dollar. Goelijev, leider van de Democratische Partij, genoot als enige oppositiefiguur aanhang binnen het elite.

Op 16 oktober zou Goelijev in Baku landen, de oppositie riep haar aanhang op hem massaal te verwelkomen. maar president Alijev jr. sloot het vliegveld hermetisch af met duizenden agenten, waarna het toestel met Goelijev onverrichter zake terugkeerde naar Oekraïne. Meteen daarop arresteerde Ilham een groep impopulaire en corrupte ministers, bureaucraten en zakenlieden omdat zij de oppositie sponsorden en een staatsgreep planden. Eergisteren stommelden zij voor het eerst bleekjes uit hun ondergrondse kerkers van de geheime dienst om op televisie schuld te bekennen. ,,Ik heb politieke gefaald, ik ben in de val getrapt'', stamelde de directeur van een grote chemische fabriek. De camera's zoomden in op de in beslag genomen gouden horloges en sieraden.

Politicus Caloglu behoort niet tot degenen die denken dat dit de laatste kans is voor de oppositie. Want dit jaar gaat de oliekraan naar het Westen open, oliemaatschappij BP voorspelde deze week een verdubbeling van het bruto nationaal product binnen drie jaar. Daarmee, zo voorspellen pessimisten, zal het regime sociale vrede kopen. Caloglu: ,,Ach, of wij nou twee of tien miljard verdienen, ze stelen toch alles.''