Verander de wereld

Je kunt natuurlijk een bijdrage storten op giro 555, maar je kunt ook zelf naar een ontwikkelingsland toegaan om te helpen. Particulieren die hun eigen project opzetten, buiten de grote hulporganisaties om – het komt steeds vaker voor. Ze bedruipen zichzelf: ,,Nadat ik mijn vrienden een e-mail had gestuurd, ging het heel snel.''

Het handgeschreven contract ligt op de eettafel, tussen een tros banaantjes en een pot perzikenjam. Egon de Bruin en Moniek Zegers zitten nog aan het ontbijt als mama Saïna zich deze zaterdagochtend meldt. De Rwandese sluit bij de Nederlanders in Kigali een microkrediet af voor een handeltje in tomaten, kool en boontjes op de markt. Egon heeft zich net genoeg Kinyarwanda eigen gemaakt om ,,veel geluk ermee'' te kunnen zeggen. Mama Saïna verbergt het geld, omgerekend ruim 65 euro, in de vouwen van haar paan en vertrekt.

Sinds Egon en Moniek, allebei dertig jaar oud, hun intrek namen in het kleine huis op de heuvel vlakbij het vliegveld van Kigali, weet de buurt de twee te vinden. In september 2004 deden ze hun Amsterdamse huis in de verhuur en vertrokken ze naar de hoofdstad van Rwanda voor twee jaar vrijwilligerswerk. Hun werk als respectievelijk docent psychologie aan de universiteit en beleidsmedewerkster bij samenwerkende zorginstellingen gaven ze ervoor op. ,,Ik had een leuke baan, maar liep al lang met vragen rond. Wilde meer doen voor mensen die het echt slecht hebben in de wereld. Wilde serieus iets aan de wereld veranderen'', zegt Moniek. Daar wilden zij best wat voor opgeven: ,,Nu kon het nog, we hebben nog geen kinderen en andere grote verplichtingen.''

Koert Hommel van JoHo, een informatiecentrum over werken en reizen in de Derde Wereld, komt ze meer en meer tegen: ,,Jonge mensen zoeken naar maatschappelijk nuttig werk over de grens. Ze willen zich actief inzetten ter plaatse, als carrièrebreak of nieuwe stap in hun leven. Het zijn dertigers die de zaken goed voor elkaar hebben en zich afvragen `is dit alles?' Ze ontdekken dat loopbaan en salaris ook niet alles is, dat er veel meer is in de wereld dat aandacht verdient.''

Ook de steeds verdere reizen die Nederlanders maken, dragen hieraan bij, aldus de JoHo-medewerker: ,,In den vreemde zien ze wat er speelt, wat de noden zijn van de plaatselijke bevolking. Met die kennis willen ze aan de slag als ze eenmaal terug zijn.'' Niet zelden is het na een wereldreis dat dertigers bij Joho aankloppen.

Kathmandu

Zo verging het ook Marike Hippe. De politicologe maakte vorig jaar een wereldreis die voerde door Nepal. ,,Ik voelde me daar enorm thuis. De warmte en gastvrijheid, ondanks de armoede, vond ik bijzonder. Ik begon me serieus af te vragen waarom ik mijn capaciteiten niet daar zou inzetten in plaats van voor het schrijven van nota's in Nederland.'' In het internetcafé in Kathmandu typte de 36-jarige directiesecretaris van de Haagse Sociale Dienst haar ontslagbrief: ,,Ik heb altijd geroepen dat ik mezelf pas echt volwassen vond op het moment dat ik een baan durfde op te zeggen. Los van alles en iedereen m'n eigen weg zou durven te volgen.''

Via vrijwilligerswerk kwam Marike Hippe in contact met een lokale niet-gouvernementele organisatie die een weeshuis wilde beginnen voor kinderen die hun ouders hadden verloren in de burgeroorlog. ,,Ik hoefde niet lang na te denken en besloot mee te doen. Ik rustte nog een paar weken uit op een Thais strand en ging daarna terug naar Nederland. Om geld te werven voor het project.''

Eenmaal hier aangekomen zocht ze hulp bij professionele organisaties op het gebied van internationale samenwerking. ,,Die maakten me op een nette manier duidelijk dat ontwikkelingsorganisaties helemaal niet zitten te wachten op het zoveelste `weeshuisplan'. Dat projecten uiteindelijk zelfstandig moeten kunnen draaien in zo'n land, en dat een economisch zelfstandig weeshuis moeilijk te realiseren is.'' Die reactie zette Marike met beide benen op de grond en hielp haar na te denken over manieren waarop het project zichzelf zou kunnen bedruipen.

Kunnen particulieren een nuttige bijdrage leveren aan ontwikkelingshulp, anders dan door geld te storten? Professionele ontwikkelingswerkers kennen maar al te goed de voorbeelden na de tsunami van 26 december vorig jaar: een weeshuis op Sri Lanka waar geen weeskinderen waren, en een schenking van honderden vissersboten aan een dorp waar voorheen slechts tientallen vissers woonden.

,,Alsof de grote ontwikkelingsorganisaties dit soort fouten niet maken'', reageert Henny Helmich. Hij is directeur van de NCDO. Deze Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking spant zich in voor particulieren met projecten in ontwikkelingslanden. Zo verdubbelt NCDO de opbrengst van inzamelingsacties van bijvoorbeeld een Nederlandse basisschool voor een Afrikaanse tegenhanger of een Rotary-club voor een ziekenhuis in Azië. Ook ondersteunt ze de initiatiefnemers van privé-ontwikkelingshulp met raad en daad.

,,Iedereen in de samenleving betrekken bij ontwikkelingssamenwerking, dat is onze doelstelling. Juist hulp aan particulieren hierbij is de traditie van NCDO'', stelt de directeur. Ook hij herkent de ontwikkeling dat burgers het meer en meer zoeken in kleinschalige projecten die ze zelf op poten zetten. ,,Het is een enorme trend. Op relatief jonge leeftijd willen we de wereld iets teruggeven. En dan niet gewoon aan een gironummer. Mensen zoeken naar binding, willen dingen zelf doen.''

Juist daarom ergert het Helmigh dat de grote ontwikkelingsclubs naar zijn zeggen deze initiatieven niet altijd serieus nemen. ,,In sommige gebieden in Afrika worden de Millenniumdoeleinden (De streefcijfers voor 2015 op het gebied van armoedebestrijding, ondertekend door 189 landen waaronder Nederland, FvZ) gehaald door één particulier project. Een schooltje neergezet door Nederlanders bijvoorbeeld waardoor alle kinderen naar de basisschool kunnen, krikt het onderwijs in een hele regio op.'' Hij ziet wel een kentering: ,,De grote organisaties gingen lang zeer neerbuigend met dit soort particuliere initiatieven om. Maar nu beseffen ze dat deze privé-acties ook hun werk kunnen vergemakkelijken. Ze creëren namelijk een groot draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking in de samenleving.''

Werkvakantie

Iemand die je kent die zich inspant voor een arm land, dat spreekt meer aan dan een anonieme organisatie die ieder seizoen bedelbrieven rondstuurt. Dat merkte ook Marike Hippe toen zij serieus werk maakte van haar Nepalese plan. Met hulp van onder andere JoHo en Cos, bureau gespecialiseerd in adviezen en projecten over internationale samenwerking, bedacht ze een vorm voor een kindertehuis dat op eigen benen zou kunnen staan. Een reisbureau bij het tehuis moet inkomsten genereren, net als de verhuur van kamers in het gebouw aan toeristen. Daarnaast kunnen Nederlanders als vrijwilliger in Kathmandu aan de gang, bij wijze van werkvakantie. ,,Zo dragen we niet alleen bij aan de lokale economie maar zijn we ook minder afhankelijk van giften en donaties uit Nederland'', aldus de voormalige gemeenteambtenaar.

Geld van hier was evengoed nodig, dus begin januari draaide Marike een flyer in elkaar en begon met fondsenwerven voor haar pasgeboren stichting Ocean, Orphan and Children Education Association of Nepal. ,,Een slechte timing, zo kort na de tsunami'', herinnert ze zich. Toch kwam er al gauw geld binnen: ,,Mijn voormalige werkgever reageerde enthousiast en op de nieuwjaarborrel mocht ik wat over het project vertellen om geld in te zamelen. Vrienden bij wie ik in huis was deden met hun bedrijf een zeer ruime donatie en ook van een aantal andere mensen kreeg mijn stichting aanzienlijke bedragen. Zeker die eerste donaties waren belangrijk om latere gelden te kunnen werven. Er straalt vertrouwen vanaf, zeker als je nog helemaal moet starten. Nadat ik mijn vrienden een e-mail had gestuurd, leek het wel een olievlek die zich uitspreidde. Toen ging alles heel snel.''

Met voldoende fondsen voor de eerste periode vertrok ze op 9 mei dit jaar weer naar Kathmandu. Op termijn kunnen er twintig kinderen wonen in kindertehuis Ramro Sathi (Je beste vriend). Het moment dat de eerste stapelbedjes klaar waren staat Marike nog helder bij: ,,Ineens stonden ze daar op de timmermanswerkplaats vlakbij het tehuis. Ontroerend, zo concreet en mooi door hun eenvoud en zo'n prachtig contrast met dat theoretische projectplan dat ik een half jaar ervoor schreef.''

In het begin begeleidde Marike Hippe de kinderen bij hun huiswerk en hielp ze mee het grut 's ochtends naar school te krijgen. Nu doen vrijwilligers dat werk en besteedt zij een groot deel van de dag aan de verdere organisatie van het project. Ieder kwartaal gaat er een electronische nieuwsbrief van Stichting Ocean naar de donateurs die ze op de hoogte houdt van de vorderingen.

,,Ik merk dat ik anders kijk naar het leven'', besluit ze. ,,Veel mensen zitten gevangen in vaste patronen, ik heb die voor mezelf doorbroken. Naast mijn Nederlandse roots ontwikkelt zich nu in mij ook een Aziatisch deel. Dat is een verrijking, maar niet altijd makkelijk. Want ik heb nu twee plekken op de aardbol waaraan ik gehecht ben. Ik ben altijd afscheid aan het nemen.''

Knalgele buikjes

In Kigali, op 6800 kilometer afstand van Kathmandu, denken Egon de Bruin en Moniek Zegers er liever niet te veel over na dat ze in september volgend jaar weer terug moeten naar Nederland, zo vertellen ze tijdens een wandeling over de heuvel. Af en toe wijst Egon op vogeltjes met knalgele buikjes die zich verstoppen in het hoge gras: ,,Dit ga ik missen in Nederland. De dieren, de geiten, koeien en kippen in de tuin. En natuurlijk de mensen. De buurtkinderen die zomaar komen aanlopen voor een potje voetbal, de buren die je allemaal groeten.''

Behalve het huis dat in de verhuur ging, vinden zij bij terugkomst geen baan die op ze wacht. Wat voor werk ze gaan doen, weten ze dan ook nog niet. Egon: ,,We zouden ons verder kunnen verdiepen in bijvoorbeeld microkrediet en kijken wat we er in Nederland mee kunnen.'' Moniek: ,,Misschien zetten we zelf wel iets op. Ik zal in ieder geval niet snel meer voor een baas werken, dat is wel duidelijk na de vrijheid hier in Rwanda.''

Ze vinden in ieder geval dat ze iets constructiefs achterlaten in het Centraal-Afrikaanse land. Na een aanvankelijke slechte ervaring met een tehuis voor straatkinderen, waar zij naar toe gestuurd waren door een kleine Nederlandse stichting, maar dat helemaal niet op hun inbreng bleek te zitten wachten, werken de twee Amsterdammers nu als vrijwilliger bij het opzetten van een project voor mentaal gehandicapte en getraumatiseerde kinderen in Kibuye, in het Westen van Rwanda. Hun achtergrond in de zorg en de psychologie komen daarbij goed van pas, verklaart Moniek: ,,We zetten niet zomaar iets op voor zielige kindertjes. Je moet meer meebrengen dan goede bedoelingen, daar zit niemand op te wachten.'' Daarnaast werkt het tweetal als vrijwilliger voor een organisatie die kleine agrariërs leert effectiever met hun land om te gaan.

Sinds hun komst een jaar geleden zijn ze heel wat illusies armer. Na de mislukte samenwerking met het straatkinderenproject weigerden ze echter met hangende pootjes naar huis te gaan. Egon: ,,We zagen genoeg lokale initiatieven waar ze ons wel konden gebruiken.'' Er ging een brandbrief de deur uit naar vrienden en familie. Als honderd mensen maandelijks vijf euro stortten, dan zouden Egon en Moniek tot september 2006 in Rwanda kunnen blijven als vrijwilliger. ,,Binnen drie weken was het rond'', lacht Egon.

Recht voor zijn raap

Van het geld dat ze inzamelden betalen ze hun eerste levensbehoeften. Ze doen het zuinig aan, zeker voor expat-begrippen. Geen riante villa of fourwheeldrive, maar een bescheiden huis in een arme buurt en een tweedehands motorfiets. ,,We houden ons aan een strak budget'', verklaart Egon, ,,ook al kregen we zelfs meer geld dan we nodig hadden. Daarvan geven we nu de microkredieten in de buurt.''

Verdere teleurstellingen bleven niet uit, bekennen ze. Zo bleek niet iedereen hen te vertrouwen en hun Hollandse directheid te waarderen. ,,Hier zijn ze niet gewend dingen recht voor zijn raap te zeggen. Een Rwandees geeft je altijd het antwoord dat hij denkt dat je wilt horen. Ze vonden ons onbeleefd en arrogant'', vertelt Moniek.

Na een jaar Afrika zijn ze heel wat ervaringen rijker. De spoedcursus ontwikkelingshulp die het tweetal zichzelf in Rwanda toedient, heeft hen ervan overtuigd dat het wel zinnig is om de Derde Wereld te helpen. Egon: ,,Zolang je uitgaat van de behoeften hier. Verdiep je eerst in de mensen en handel dan pas, want je kunt met je acties ook heel veel ontwrichten. Maar leg je niet neer bij het idee dat hulp een illusie is. Ook op kleine schaal kun je zelf verschil uitmaken.''

Grote ontwikkelingsorganisaties als ICCO, Hivos, Novib, Plan Nederland en Cordaid hebben inmiddels allemaal een afdeling voor privé-initiatieven. Het servicebureau particulieren van Cordaid begon in april 2003. Het biedt praktische en financiële ondersteuning aan burgers die zich willen inzetten voor ontwikkelingslanden. Sinds de aanvang groeide de belangstelling razendsnel, zegt bureaumedewerkster Josta ten Broeke. ,,We hebben nooit reclame gemaakt voor het servicebureau, maar via de tamtam vonden mensen ons al gauw.'' Ze waarschuwt wel voor te veel nadruk op westerlingen die het voortouw nemen: ,,In principe wil je dat dingen lokaal gebeuren. Ontwikkelingsorganisaties zenden niet voor niets minder mensen uit en werken vooral met lokale organisaties. We moeten niet terug naar hoogopgeleide blanken die daar gaan vertellen wat er nodig is.''

Kleine projecten spreken meer aan, weet Ten Broeke: ,,De bekende organisaties houden zich inmiddels bezig met de grote lijnen van internationale samenwerking. Dat is logisch, maar moeilijker te verkopen. Een schooltje neerzetten of een röntgenapparaat aanschaffen, spreekt veel meer tot de verbeelding. Zo zie je direct hoe het geld besteed wordt.''

Daarom ziet ze particuliere initiatieven niet als concurrentie, maar als aanvulling. Met hun deskundigheid kunnen de grote spelers de kleine projecten helpen, is Ten Broeke's ervaring: ,,Hen behoeden voor valkuilen. Hen erop wijzen dat er meer mogelijk is dan het bouwen van weeshuizen. We brengen ook mensen met elkaar in contact die in hetzelfde gebied met waterprojecten aan de gang willen. Zo vormen wij een klankbord en ondersteuning voor particulieren.'' Uiteindelijk zal het een nooit het ander kunnen vervangen: ,,Een eenling zal zich minder snel in de exreemste crisisgebieden begeven. Particulier initiatief in Darfur, dat is te lastig. Daarvoor zullen de professionals nodig blijven.''

Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam