Van schikken en plooien moet de EU het niet hebben

Het is mooi dat de heer Tjeenk Willink ons aanbeveelt om aandacht te hebben voor de lessen van de geschiedenis (Opinie & Debat, 29 oktober). Maar de lessen die hij zelf uit de geschiedenis leert, zijn wel zeer merkwaardig.

Om te beginnen, het was bepaald niet door ,,schikken en plooien'' dat Oldenbarnevelt op het schavot belandde. Integendeel, op een aantal terreinen, zoals van de kerkelijke politiek en van de `waardgelders', dreef Oldenbarnevelt het conflict met Maurits op de spits en de treurige afloop behoeft daarom niet te verbazen.

Maar belangrijker is het volgende. Terecht constateert Tjeenk Willink enkele parallellen tussen de Republiek en het project van de EU. Maar de lessen die men daaruit leren kan, zijn diametraal tegengesteld aan zijn conclusies. De Unie van Utrecht van 1579 was onder de omstandigheden inderdaad het maximaal haalbare, maar daarom nog geen goede fundering van de jonge Republiek. Kossmann heeft er herhaaldelijk op gewezen dat het recht van opstand de ideologie was achter de Unie van Utrecht. En op het recht van opstand kan men onmogelijk een staat funderen.

Door het elan en de ondernemingslust van de jonge Republiek, door de relatieve zwakte van de ons omringende buitenlanden en dankzij een reeks van zeer capabele staatslieden kon de Republiek toch succesvol zijn in de 17de eeuw. Maar in de 18de eeuw openbaarden zich de constitutionele feilen van de Republiek. En hoewel vanaf Heinsius en Van Slingeland tot aan Van de Spiegel velen de noodzaak erkenden van een ingrijpende hervorming, kwam het nooit verder dan pappen en nathouden of, zoals het inderdaad heette, tot `schikken en plooien'. En zo is het met de EU. Zoals de Unie van Utrecht de verhouding tussen de provincies en de generaliteit (het federale niveau) niet helder definieerde, zo heeft men in Europa nooit de moed gehad de knoop door te hakken in de verhouding tussen de natiestaat en Brussel.

Evenals in het geval van de Republiek kon dat een tijdlang goed gaan, doordat in de EEG met zes of twaalf staten de bestuurlijke problemen nog te overzien waren en de as Bonn/Parijs een creatieve rol kon spelen. Maar met 25 leden, en zonder die as en zonder een Delors is de EU in haar eigen 18de eeuw terechtgekomen. `Schikken en plooien' is daarom wel het laatste waar we het nu in de EU van moeten hebben. Dat voert regelrecht naar een nieuw 1795. In plaats daarvan is nu vooral nodig een principieel debat en een principiële beslissing over de verhouding van de natiestaat en de communautariteit.