Sla je ouders

Oudermishandeling bestaat ook. Hadjar Benmiloud (15) spreekt met Berend (17) met de losse handen

Uit onderzoek blijkt dat één op de zes Belgische jongeren zijn ouders slaat of bedreigt, zo blijkt uit een enquête van de Vrije Universiteit Brussel. In Nederland is dit naar schatting iets minder, maar nog steeds niet mis: één op de tien.

Sophie heeft jarenlang als jeugdhulpverleenster gewerkt. Volgens haar liggen de wortels van dit soort problemen in de opvoeding. ,,Mishandelde ouders hebben vaak geen autoriteit. De grondslag voor dit soort disrespect ligt vaak in kleine dingen: een kind altijd zijn zin geven bijvoorbeeld. Kleine dingen, die uitgroeien tot catastrofale situaties.''

In een bruine kroeg waar de ziel van André lijkt rond te waren, zit ik oog in oog met Berend (17). Een ogenschijnlijk nuchtere, simpele jongen. Zijn thuissituatie is iets minder ongecompliceerd; hij slaat zijn ouders regelmatig. De indirecte oorzaak is volgens de profs psychisch: ,,Na vele omzwervingen via onder andere Bureau Jeugdzorg, ben ik drie maanden terug bij een psychiater gestrand. Het enige wat ik er nu van heb begrepen, is dat ik `al vanaf de basisschool een ernstig, impulsief en onbeheersbaar agressieprobleem heb'. Pff, het zal wel, denk ik dan.''

Aan zielenknijperspraatjes heeft Berend weinig, zo blijkt. ,,De keren dat ik echt ben doorgeflipt en mijn ouders sloeg, was er altijd een kleine aanleiding die mij woest maakte. Een ruzie over uitgaan, huiswerk of zakgeld zorgde bij mij voor, heel cliché maar wel waar, een rode waas. Ik dacht niet meer na; de eerste die ik zag was de lul. Inderdaad, dat waren vaak mijn ouders dus.''

Echt gezellig was het niet bij Berend thuis. ,,Ik geef toe dat ik op een gegeven moment wel een vervelende puber was. Ik ging in de derde klas van school, zat de hele dag te blowen, jatte geld van mijn ouders om uit te gaan'', vertelt Berend, aan een bierviltje frunnikend. Niet alleen zijn ouders werden de dupe, maar ook zijn twee jaar jongere broertje. ,,Zo zielig was het niet! Hij was altijd het lievelingetje van mijn ouders, en dat wist hij dondersgoed. Hij zat me altijd te pesten en te jennen, terwijl hij wist wat er ging gebeuren. Ik sloeg hem zo drie keer per week. En mijn ouders hadden medelijden met dat rotjoch. Ik zou het zo weer doen!''

Ik kan het niet helpen, ik geloof niet dat ik Berend erg lief vind. Het wordt nog een tikje erger: ,,Mijn broertje was ooit zo vervelend dat ik hem heb moeten aanvallen met een schroevendraaier. Goed, dat was niet helemaal het plan, maar hij vroeg erom. Zijn arm deed best pijn geloof ik, hij moest namelijk huilen. Haha!''

Ik vraag me ernstig af waarom hij nog thuis woont. De meeste ouders zouden dit niet volhouden, toch? Berend: ,,Tijdens een ruzie doen mijn ouders meestal niet zoveel, maar ik sla ze dan ook nooit in het gezicht. Mijn vader geeft me soms wel een duw als ik hem sla. Mijn moeder houdt zich afzijdig, ik merk dat ze bang voor me is. Niet alleen als ik doorflip, maar ook als ik gewoon door het huis loop. Ik heb wel een keer mijn vader met zijn hoofd hard tegen de deurpost geramd, toen hij zei dat ik niet mocht stappen die avond. Toen mocht ik vertrekken van hem, en ik ben vervolgens ook uit huis gegaan.''

Waar ga je heen op zo'n moment? Berend: ,,Gewoon, lopen. Ik stond anderhalf uur later weer op de stoep, en mijn ouders waren wel zo aardig om me binnen te laten. Ik koel altijd wel af van zo'n wandelingetje.''

En nu, we zijn een paar jaar verder en jij bent ook uit je puberteit gegroeid, neem ik aan. Was dat eigenlijk het probleem denk je? Voelde je je een onbegrepen, extreme puber met foute vrienden, als je er nu op terugkijkt?

,,Nee, het had niks met de puberteit te maken. Ik heb er zo'n stronthekel aan als mensen daarvan uitgaan! Alsof het zo simpel is. Mijn leventje loopt nu gewoon lekkerder, en ik ben ouder geworden, heb geleerd van mijn fouten. Ik werk vier dagen in de week als timmerman, en woon nog steeds gewoon thuis. Alles gaat wel relaxed, en ik werk ook aan mezelf want ik schijn dus een `probleem te hebben', wat dat dan ook in mag houden. Ja, soms slaan de stoppen nog wel eens door, maar minder vaak en ik heb daarna ook wel spijt. Ik zeg sorry en we praten erover enzo. Ik ken mezelf nu ook wat beter, wat ik wil en wie ik ben. Ik ben heel blij met mijn baantje. En ik kan best met mijn ouders opschieten hoor, het zijn lieve mensen. Maar soms werken ze nou eenmaal op mijn zenuwen. Ik sla ze dan ook niet meer, nou ja, bijna niet meer.''