Schipholbrand nog niet uitgewoed

Elf doden vielen er vorige week bij de Schipholbrand. Sindsdien zijn vragen beantwoord, maar ook nog veel onbeantwoord. En de brand kreeg meer politieke lading.

Het brandalarm zou volgens ooggetuigen niet zijn afgegaan, bewaarders deden cellen niet open ondanks gebonk en luid gestamp, en leden van de marechaussee zouden gedetineerden onder schot hebben gehouden nadat ze uit hun cel waren vrijgelaten. Maar gedetineerden zouden bewakers ook hebben gehinderd in hun poging mensen te redden. Ze waren bekogeld met biljartballen, zo had de gevangenispastor van bewakers gehoord.

Ruim een week na de brand in vleugel-K van het detentiecentrum op Schiphol, waarbij elf doden vielen, is nog veel onduidelijk. Kernvraag is nog steeds is of er onnodig mensen zijn overleden. En wat was de oorzaak? Hebben bewakers en hulpdiensten adequaat gehandeld? En over nu: worden de 268 gedetineerden die de brand hebben overleefd goed opgevangen en begeleid?

De brand kreeg deze week nog meer politieke lading doordat minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) voor de tweede keer een voorschot nam op de uitkomsten van het onderzoek dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid uitvoert. Ze zei dinsdag in de Tweede Kamer: ,,Voor zover ik nu weet, is er in zeer moeilijke omstandigheden zeer adequaat gehandeld door de betrokken medewerkers''. Net als op de dag van de ramp, donderdag 27 oktober, nam ze het woord `adequaat' in de mond. En net als op die dag kreeg ze hierop felle kritiek uit de Tweede Kamer. Verdonk trok hiermee in de ogen van diverse Kamerleden te snel conclusies.

Ook de positie van minister Donner (Justitie) en lokale bestuurders kan door de brand onder druk komen. Is de verlening van de vergunningen van het complex zorgvuldig gebeurd? Of heeft Justitie grote druk op gemeenten uitgeoefend om die af te geven? En waren bewakers van het centrum wel goed opgeleid, geïnstrueerd en geoefend?

Het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid moet antwoord op deze vragen gaan geven. Vaststaat dat er in de bewuste nacht grote paniek is geweest, dat bewakers onder moeilijke omstandigheden hebben moeten werken. Minister Verdonk zei dinsdag in de Tweede Kamer: ,,Denkt u aan de K-vleugel waar dat is gebeurd, aan mensen die er tegen de deur hebben geschopt, aan mensen die er hebben gegild, aan personeel dat er stond, aan heel veel zwarte rook die daar geweest is.''

Getuigeverklaringen van gedetineerden wezen er afgelopen week op dat zich in het cellencomplex van Schiphol-Oost wantoestanden hebben afgespeeld. Zo zei een Surinaamse gedetineerde telefonisch in het televisieprogramma Nova dat een bewaarster zijn cel weigerde te openen: ,,Het meisje zei: sorry, maar ik ben bang dat jullie vluchten en dat ik mijn baan kwijtraak.'' Ook kwamen verhalen naar buiten dat er nooit brandoefeningen zijn gehouden, dat er te weinig mensen werkten en ze onvoldoende waren opgeleid, dat de bewakers 's nachts ver van vleugel-K afzaten en dat er kostbare tijd verloren is gegaan omdat op last van de leiding de de automatische vergrendeling van een deur was uitgeschakeld. Maar de waarde van deze verklaringen is onduidelijk: ze kwamen van (ex-)medewerkers van het detentiecentrum die stuk voor stuk anoniem bleven.

Directeur Hans Duijst van Securicor verweerde zich donderdag tegen deze aantijgingen. Zijn beveiligingsbedrijf heeft twee van de negen bewakers in dienst die tijdens de brand in het detentiecentrum werkten. Duijst zei in NRC Handelsblad dat zijn medewerkers ,,met gevaar voor eigen leven'' hebben gehandeld. ,,Ik kan me niets voorstellen bij het verhaal dat een van de bewaarsters de deuren niet open zou hebben gedaan, omdat ze anders haar baan zou verliezen.'' Volgens hem waren er in het centrum meer bewakers aanwezig dan in andere gevangenissen, omdat er extra bewakers bolletjeslikkers in de gaten moesten houden.

Dan de nasleep van de brand. Worden de overgeplaatste gedetineerden goed behandeld en opgevangen? Verdonk zegt van wel. ,,Voor mensen die zijn verhuisd naar bijvoorbeeld Zeist of de bajesboot, zijn deskundigen aanwezig geweest. Er zijn twaalf psychologen aanwezig van het traumateam, die met de mensen groepsgesprekken en individuele gesprekken voeren'', zei ze dinsdag.

Advocaten en onder meer Vluchtelingenwerk Nederland beoordelen de opvang anders. Zo schrijft Vluchtelingenwerk in een brief aan Verdonk over de situatie op de detentieboot in Rotterdam: ,,Eén keer per dag, om 11.45 uur, krijgen ze eten: een warme maaltijd en wat brood. Dat brood kunnen ze bewaren om 's avonds en 's ochtends op te eten. (...) Ze hebben één keer de mogelijkheid gekregen om te bellen. (...) Eén keer per dag krijgen ze de mogelijkheid om een half uur te luchten.'' Ook uit een reportage vanaf de detentieboot in Rotterdam, vandaag in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant, komt een ander beeld naar voren dan dat Verdonk schetst. Harinder Singh, die na de brand naar Rotterdam is overgeplaatst, verklaarde afgelopen woensdag dat hij tot dan toe met niemand heeft gesproken over wat er is gebeurd. Niet met celgenoten, niet met beveiligers, niet met hulpverleners.

Vier personen die de brand meemaakten werden gisteren op last van de rechter vrijgelaten, onder meer op humanitaire gronden. De roep klinkt om andere betrokken gedetineerden op korte termijn over te plaatsen naar asielzoekerscentra, waar ze meer vrijheid hebben en beter hun ervaringen kunnen verwerken. Verdonk zegt hier niet voor te voelen. ,,De begeleiding is volgens mij vanaf het eerste moment tot nu heel professioneel geweest.''

Nederlanders weten niet hoe illegalen hier worden behandeld, zei de schoonmoeder van een gedetineerde die de brand overleefde op een herdenking in Amsterdam. Die opmerking vormt wellicht een voorschot op de lange termijn: een stevige politieke discussie over de vraag of vreemdelingen op de huidige manier bijvoorbeeld tussen veroordeelde criminelen moeten worden vastgezet.