Opgesloten in een drijvend doolhof

Zesennegentig gedetineerden die de brand op Schiphol-Oost hebben overleefd, zitten nu vast op twee bajesboten in de Rotterdamse Merwehaven.

Is het daar brandveilig, is het personeel goed opgeleid en kunnen overlevenden hun verhaal kwijt, zoals de minister heeft beloofd? `

Drie dagen geleden is bij ons op cel de magnetron ontploft.'

Loop via de smalle, gekooide loopbrug de Rotterdamse bajesboot op en elk richtingsgevoel raakt zoek. Het is een wirwar van gangen, portaaltjes, sluizen, trappen en nog meer gangetjes zonder nooduitgangen, brandblusapparaten, wegwijzers of ramen. En als je dan belandt in een spreekkamer met raam, getralied met ijzeren lamellen, is de gedetineerde er niet.

,,Meneer is weg'', vertelt een medewerker van het beveiligingsbedrijf Securicor dat in opdracht van Justitie alle bewoners moet bewaken. Hij is alle vierpersoonscellen op de L-vleugel afgegaan waar uitgeprocedeerde asielzoekers en vreemdelingen met en zonder strafblad verblijven. Een voor een heeft hij de cellen met een sleutel geopend.

Maar nee. Opgewekt: ,,Meneer is vrijgelaten.''

Hoe bedoelt u, vraagt strafrechtadvocaat Renata Honig. Volgens Justitie zit haar cliënt hier nog. En ook twee Securicor-medewerkers in het hoofdgebouwtje op de wal, aan de andere kant van de loopbrug, wisten twintig minuten geleden nog zeker dat de illegaal uit Marokko, sinds twaalf jaar in Nederland en veroordeeld voor geweldpleging, vastzit op vleugel L van dek 2 op bajesboot 2. Dat stond op het computerscherm.

,,Ik ga even met `bevolking' bellen.''

Op de gang vertellen beveiligers elkaar dat het heel druk is op de boot na de brand op Schiphol-Oost. In de spreekkamer hangt een rookmelder of sprinkler aan het piepschuimen systeemplafond. De kamer kijkt uit op een grijs-rood geverfde binnenplaats annex luchtkooi. De detentieboot is een drijvend ponton met drie verdiepingen containerwoninkjes en een luchtkooi in het midden.

De bewaker komt binnen. ,,,Ik had gelijk'', zegt hij. ,,Hij is echt weg hoor. Uw cliënt is op straat gezet.''

Renata Honig begrijpt er niets van.

Blusapparaten

Samen met de raadsvrouw bezoeken we deze woensdagochtend de twee Rotterdamse detentieboten. Ze bieden plaats aan 760 uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen mét en zonder strafblad. De krant wil vaststellen onder welke omstandigheden de 96 vreemdelingen die de Schipholbrand hebben overleefd, nu vastzitten in Rotterdam. Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) schreef de Tweede Kamer dinsdag dat ze allemaal ,,maximaal'' door het personeel worden opgevangen en begeleid. Ook zou er ,,per direct'' verscherpt toezicht plaatsvinden op de brandveiligheid. Burgemeester Opstelten verzekerde de Rotterdamse gemeenteraad er donderdagavond van dat de cellen brandveilig zijn. Er zijn sprinklerinstallaties aanwezig in de cellen, vertelde burgemeester Opstelten, en elke boot heeft een brandmeldinstallatie en blusapparaten. Bovendien is er een ontruimingsplan beschikbaar, al is daar nog niet mee geoefend. Maar dat gaat binnenkort gebeuren, beloofde de burgemeester.

Hebben de bestuurders en politici gelijk? Zijn de cellenblokken op de twee boten in het derde gat van de Merwehaven brandveilig? Welk personeel zit hier, hoe is het opgeleid en hoe gaat het om met de verschillende bewoners die er zijn opgesloten? Hoe gaat het er überhaupt aan toe op een detentieboot waar uitgeprocedeerde asielzoekers, bolletjesslikkers en al dan niet criminele illegalen zitten opgesloten? Vreemdelingenbewaring is voor buitenstaanders een black box.

Advocaten die regelmatig hun cliënten op de Rotterdamse detentieboten bezoeken, schrikken nog elke keer als ze er komen. Nergens in Nederland, ook niet in huizen van bewaring en gevangenissen, zijn de voorzieningen zo minimaal, zeggen ze. Wat te doen als de boot zinkt of er brand uitbreekt? Kunnen alle cellen wel op tijd open? Uit het raam springen kan niet, daar zitten tralies voor. Moeten alle gedetineerden en medewerkers met z'n allen de smalle loopbruggetjes over? ,,Vroeg of laat gaat dit heel erg mis'', zegt Hilde van Asperen die als piketadvocaat werkt bij het Advokatenkollektief Rotterdam. Van Asperen zegt ook: ,,Het is daar een kruitvat.''

Dat laatste slaat op de sfeer onder bewoners. Die is uiterst gespannen, ervaart Van Asperen. Ze vergelijkt het met een drijvend Blijf van mijn Lijf huis, met hekken eromheen: ,,Er zitten allemaal mensen met een eigen verhaal, sommigen zijn wanhopig en hebben dringend psychische begeleiding nodig''. Advocaat F. Fonville uit Haarlem typeert het als ,,De hel van Dante''.

Beide advocaten schrijven de spanningen toe aan het gebrek aan perspectief van de gedetineerden, in combinatie met het repressieve regime. Elke dag een uur luchten en vreemdelingen die met twee, vaak vier en soms zes personen opgesloten zitten in één cel. ,,Zulke Spartaanse praktijken kennen we nergens in Nederland, ook niet in huizen van bewaring'', zegt Fonville. Gevolg: ontsnappingen en uitzettingen met geweld, waaraan de marechaussee regelmatig te pas moet komen. Van de veertien uitbraken tot nu toe zijn er zes geslaagd. Ook zelfmoord komt bij vreemdelingenbewaring meer voor dan in andere justitiële inrichtingen, zegt Van Asperen. ,,Dat is daar geen incident.'' Ze had een cliënt die het ook heeft geprobeerd. Advocaat Fonville: ,,Toen ik afgelopen zomer op de boot was, kwam er net een lichaam voorbij. Er was weer zelfmoord gepleegd.''

Adrenaline

Op bajesboot nummer twee vraagt advocaat Renata Honig of we Harinder Singh kunnen zien. Hij zat tijdens de brand vast op Schiphol-Oost in het cellenblok naast de getroffen vleugel K en is naar de Rotterdamse bajesboot overgeplaatst.

,,Mag ik deurtje L'', roept de Securicor-beveiliger.

De centrale deurvergrendeling springt open. We kunnen de afdeling af en lopen een portaal door, weer een ander kamertje in. Dat is het zenuwcentrum, de regiekamer van dek twee op boot nummer twee. Er staan computers, een paar bureaus, een telefoon en een gloednieuw spel Vier op een Rij. Het vorige hebben bewoners kapotgemaakt. Op de muur hangt een briefje met een onleesbare naam. ,,Pas op, hij steelt van celgenoten.''

Twee beveiligers staren naar televisieschermen. Op beelden van de `isoleer' draaft een Noord-Afrikaan in een soort judopak heen en weer. De adrenaline spat er af. ,,Hebbes'', roept onze Securicor-man met de telefoon in de hand. ,,We hebben drie Singhs. Maar Harinder zit op boot 1, dek 1. Daar zitten alle nieuwelingen.''

Een behulpzame collega wijst de weg. Ook zij is van Securicor. Daar komen alle bewakers bij ons vandaan, vertelt ze. Burgemeester Opstelten vertelde de Rotterdamse raad donderdagavond dat de helft van het personeel op de beide boten werkt via Securicor. Deze beveiligers, voegde hij daaraan toe, zijn net zo goed opgeleid als het Justitiepersoneel. Ze beschikken over een mbo-diploma beveiliger 2, een diploma bedrijfshulpverlening en een basiscursus wetskennis. Elke boot telt volgens hem 's nachts vijf bewakers.

Boot nummer 1 ligt vlak naast het andere schip. Het is de voormalige asielboot Embrica Marcel uit Woudrichem. Het schip is zeventien meter hoog, telt drie etages, is twaalf meter breed en honderd meter lang. Je komt er vanaf boot nummer twee door de loopbrug terug te nemen naar de wal. Daarna langs stalen hekken, het hoofdgebouwtje en een met zwarte doeken afgeschermde luchtkooi. `Hoe-is-tie', klinkt het in plat Rotterdams. De beveiligster – blonde staart, kistjes aan haar voeten – loopt naar het doek toe. Door een smalle uitsnede gluren twee donkerbruine ogen nieuwsgierig naar buiten. Een jongen uit Afrika. Ze steekt haar duim op. De Securicor-beveiligster, begin twintig, lacht. Ik werk hier bijna een jaar, vertelt ze, en ze vindt het ,,hartstikke leuk''. Veel jonge kerels. ,,Je weet niks van ze en dat is wel zo makkelijk voor het contact''. Een minderheid is onbenaderbaar, soms door een taalbarrière, vaker door psychische problemen. Van hen zou ze wel inzage willen hebben in het medisch dossier, om geweld voor te zijn. ,,Het medisch dossier mag het personeel nu niet zien. En daardoor is het werk soms gevaarlijk. Een paar dagen geleden nog hebben we een bewoner ontzet bij wie celgenoten 's nachts de keel hadden dichtgedrukt. Ze dachten dat-ie homo was, hij liep de hele dag in onderbroek. Hij is direct overgeplaatst.''

Ze gaat voor op een smalle loopbrug die toegang biedt tot boot nummer 1. Via een smal gangetje, een sluis, een smalle trap en weer een sluis komen we op dek 1. Er is een spreekkamer beschikbaar met vier stoelen en een telefoon. Aan het plafond hangt weer een rookmelder, maar ook hier is nergens een nooduitgang, brandblusser of bewegwijzerbord te bekennen. Twee kamertjes verderop staan twaalf gedetineerden in de rij voor een snoepautomaat. Totdat vier beveiligers schudden met hun sleutelbossen: ,,Opschieten, we gaan insluiten.'' Dat gebeurt met de hand, een centraal ontgrendelingssysteem voor de cellen is er niet. Dat is in penitentiaire inrichtingen ook niet gebruikelijk, legde burgemeester Opstelten donderdag uit: dan kan de situatie ontstaan dat er pakweg vijftig mensen ,,tegenover bijvoorbeeld drie bewakers'' op de gang komen te staan. Wel bestaat er een centrale ontgrendeling ,,van de aanvalsroute voor de brandweer'' , voegde hij daaraan toe, waardoor die ,,altijd de cel waarin brand is kan bereiken''.

Rook onder de deur

In de spreekkamer schuifelt een jongen binnen. Zijn gespierde schouders hangen voorover. Dit moet Harinder Singh zijn. Volgens het IND-dossier komt hij uit het vroegere prinsdom Jammu en Kashmir in India en is hij geboren op 20 juni 1987. Hij is acht maanden geleden zonder papieren op Schiphol gearresteerd en heeft sindsdien vastgezeten, afwisselend in het grenshospitium en op Schiphol-Oost.

Harinder Singh mompelt iets onverstaanbaars. We bellen de `tolkentelefoon'. Hebben ze iemand die Punjabi of Hindi spreekt, want iets anders verstaat de Indiër niet.

Met horten en stoten vertelt Harinder Singh zijn verhaal. Dat hij vastzat op Schiphol-Oost toen er om twaalf uur 's nachts ineens rook onder de deur vandaan kwam en het heel heet werd. Dat zijn celgenoot en zijn buren, dat iedereen begon te schreeuwen, te stampen en bonzen op de deur. Dat hij uit het raam keek en vlammen uit het naastgelegen celblok zag slaan. Dat er politiemensen buiten stonden met wapens en mensen bewusteloos op de grond lagen. En dat hij, hoe hij ook bonsde en stampte en schreeuwde en gilde, pas de volgende ochtend om twaalf uur uit de cel werd gehaald. Toen brachten ze hem naar deze boot in Rotterdam. Hij zegt: ,,Ik dacht die nacht dat ik zou stikken. Ik dacht ook: als ik doodga, was ik niemand. Ik besta hier niet.''

Harinder Singh is boos, zijn handen trillen. Boos op iedereen. Hij vertelt dat hij tot nu toe, zeven dagen na de brand, met niemand heeft gesproken over wat er is gebeurd. Niet met celgenoten, niet met beveiligers, niet met een inrichtingsarts, niet met een `terugkeerfunctionaris' van Justitie. Ondanks alle garanties van minister Verdonk.

Afgelopen dinsdag schreef Verdonk de Tweede Kamer: ,,Aan de personen die zijn overgeplaatst naar andere detentiecentra wordt maximale zorg en begeleiding geboden. Direct na aankomst in de inrichting op 27 oktober heeft een afzonderlijke intake plaatsgevonden door zowel een medewerker van de medische dienst als door de terugkeerfunctionaris.''

Maar Harinder Singh weet van niks. Hij sprak helemaal niemand, nee, ook niemand van Justitie. ,,Ik kan de taal niet verstaan. Jullie zijn de eersten.'' Sterker: hij weet niet wat er is gebeurd. Waren er mensen dood? Harinder Singh heeft geen idee. De televisie verstaat hij niet. Hij kent niemand in Nederland die zijn taal spreekt en familie heeft hij niet meer. Daarom heeft hij de gratis telefoonkaart ook nog niet gebruikt. Een woordvoerder van Justitie wil niet reageren op het verhaal. ,,Een individueel geval nalopen? Daar beginnen we niet aan.''

Voelt Harinder Singh zich intussen veilig op de boot?

De Indiër haalt zijn schouders op. Niemand heeft hem verteld wat te doen bij brand. Elke dag mag hij een uur luchten en daarna moet hij de cel weer in en wordt de deur in het slot gedraaid; hij zit veel vaker en langer in zijn cel dan op Schiphol. Die deelt hij met drie anderen. Tegen de ene muur staan twee stapelbedden, tegen de andere een douche, wc, en keukentje met waterkoker, koffiezetapparaat, koelkast en magnetron. Die laatste is een blijk van kostenbesparende efficiency, vertelde de locatiedirecteur het Rotterdams Dagblad op 2 september 2004. Het is, zei hij ,,goedkoper om de cateringmaaltijden te laten bezorgen die in magnetron worden opgewarmd''.

De magnetron. Dat woord valt ook in de advocatenkamer naast ons.

Daar zegt iemand: ,,De magnetron is ontploft.''

Dezelfde stem herhaalt: ,,Drie dagen geleden brak hier een brandje uit. Iemand had een scheerapparaat in de magnetron gelegd. Hij is direct overgeplaatst.''

Het is een andere overlevende van de Schipholbrand. Via de tolkentelefoon doet hij in het Hindi zijn verhaal aan de Haarlemse advocaat Fonville. Hij zat twee blokken van de afgebrande vleugel vandaan. Maar anders dan Harinder Singh toont hij zich niet onder de indruk van wat er is gebeurd. ,,Er zijn mensen dood, ja. Maar dat kan mij niks schelen. Als ik terugga, ga ik ook dood.''

Het is twaalf uur. Lunchpauze voor de Securicor-beveiligers. Alle vreemdelingen moeten worden ingesloten. We geven Harinder Singh een hand. Hij legt zijn andere hand erop. We komen toch wel gauw weer terug?

Tien minuten eerder zei hij via de tolk: ,,Pas als ik kan praten, weet ik weer dat ik kan bestaan.''

Mmv Gretha Pama