Oostelbeers Vessem

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Brabant

Geel blad is flets in het laaglicht van de herfstzon maar de bruine en de beige bladerkronen gedijen er juist bij. Het maakt hun tinten warm. Roodkoper en oud goud. Wijkt het bos, dan is er uitzicht over slaperig land met hier en daar een torenspits, buitenproportioneel als de sorteerhoed die in de Harry Potterboeken elke toverstudent doorschouwt.

In een natuurlijke nis tussen de bomen is wegens `verkregen gunsten' een kapel gebouwd. Een rij paaltjes houdt hem ramkraakvrij, ter verdediging van twee waxinelichtjes en van een plaquette die belooft dat er `een rozenregen' zal nederdalen. Rozen is te veel gezegd, maar zodra de wind de bomen door hun geblondeerde kruinen strijkt, vallen er bladerbuitjes. Met het geluid van druppels ploffen de bladeren op het zandpad. Ze blijven liggen waar ze vielen, tenzij een wandelaar ze opschopt omdat dat lekker voelt.

Tussen de dennenstammen rust een vliegenzwam met een gebroken hart. Op een braamstruikblaadje kleeft een donsveertje. Er was hier zo te zien een klein drama gaande. Maar het is goed afgelopen: in het eikenhout even verderop hangt het label van een Sorbo bakkwastje en iemand heeft daar, in een handschrift dat niet meer wordt onderwezen, `Hartelijk bedankt' op geschreven.

Soms maakt het bos plaats voor grote akkers, meestal kaalgeoogst en steeds blakend onder een zon als een vliegende schotel. Die laagovervliegende UFO priemt zijn witte licht door de wolken heen. Hij maakt het groen van het grasland onmogelijk fel en gunt een iel boompje de kans om trots te zijn op een enorme schaduw.

Achter een hoeve doemen kristalpaleizen op, waar als ik het goed heb anjers worden gekweekt. Op een tweede erf draaien meisjes rondjes op bruine paardenruggen. ,,Het belangrijkste hier is de paardenfok. Die meisjes hebben ze om de paarden gezelschap te houden'', mijmert man.

We passeren naturistenterrein `Zon en Licht' en permitteren ons een reeks flauwe grappen. Net als het woord `voederplaats' is gevallen, houdt dat op: de aanblik van de Landschotse Heide snoert ons de mond.

Groots strekt de ruigte zich uit onder een hemel met wolken als scheerschuim op de wangen. De vennen zijn aan het verdrogen en het pijpestrootje staat op winst en nog is dit majesteitelijk gebied. Ouwe chic roest niet. Op hoge benen doet een zilverreiger een regendans. De stammen van de zilverberken kleuren volmaakt bij zijn wijdgespreide vleugels. Zilver is zilver, namelijk.

15 km. Kaarten 8, 9 en 10 uit: Pelgrimspad II, uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2000. Openbaar vervoer is ontoereikend. Tel. taxi: 040 212 9999.