Kroonluchters

`Weer is een prominente horecazaak in Amsterdam in handen gekomen van horecatycoon Sjoerd Kooistra', las ik in De Telegraaf. Het is grand-café Luxembourg aan het Spui. Er zal niets aan worden veranderd, alleen wat achterstallig onderhoud weggewerkt, verzekert hij. Wat is achterstallig onderhoud?

Luxembourg is een van de eerste gelegenheden die zich `grand café' noemde. Het staat tussen Broodje van Kootje en de `zit-Hoppe' die grenst aan de `sta-Hoppe'. Lang geleden waren er een reisbureau en een winkel die zich in sportieve winterkleding specialiseerde. Aan de overkant was een vulpennenwinkel met raamadvertenties en daarnaast op de hoek van de Nieuwezijds Voorburgwal de kunsthandel Karbargeboer, waar je grote schilderijen met veel olieverf kon kopen. Toen heeft Johan Polak zich over deze hoek ontfermd, en zo zijn de Athenaeum Boekhandel en het Nieuwscentrum ontstaan.

Ik herinner me dat ik voor het eerst Luxembourg binnenkwam, nieuwsgierig omdat ik wilde weten wat een grand café was. Het was groot en dat is het nog steeds, er staat een leestafel, het reikt tot aan het Singel. Je kunt er wat ingewikkelder dingen bestellen dan in een gewoon café, een clubsandwich bijvoorbeeld, en `grand' voegt iets gedistingeerds toe. Maar voor de rest was en is het een gewoon café. Ook dankzij de bediening en de eigenaar duurde het niet lang voor het in het Amsterdamse caféwezen was opgenomen. Het gaat er goed, wat een zekere slijtage met zich meebrengt. Muren en plafond werden bruin, het meubilair ziet eruit alsof het er al sinds mensenheugenis staat en kom ik er weer eens binnen dan zie ik meestal wel een oude bekende.

Een paar jaar geleden ging Bodega Restaurant Keyzer in handen van horecatycoon Kooistra over. Het pand was verzakt, er moest een nieuwe fundering komen, het werd dus gesloten met de belofte dat het dan en dan weer t.z.t. open zou gaan. Het duurde natuurlijk langer, maar daar zijn we aan gewend. In deze flitsende tijd duurt alles langer, vooral de bouw van faciliteiten die bedoeld zijn om alles sneller te laten gaan. Ik noem de Hoge Snelheids Lijn, de Noord-Zuidlijn van de metro, een nieuw, een nog meer tot alles kunnend computerprogramma. Trek er maar een jaar extra voor uit.

Keyzer, moet ik erbij zeggen, was een Amsterdams instituut sinds 1905. Kwam je er binnen dan straalde het achterstallig onderhoud je tegemoet, je werd erdoor omarmd, het zat in de tafels en stoelen, het tapijt, de obers, het publiek en zelfs in bepaalde gerechten. Nergens in publieke gelegenheden voelde je je zo thuis als in het achterstallig onderhoud van Bodega Restaurant Keyzer.

Het bedrijf werd dus gerenoveerd. Bij gerucht hoorde ik dat er een eetkelder zou komen, een bar, dat de keuken zou worden verhuisd, nog meer revolutie. Wat ongerust geworden, belde ik naar een concern waarvan ik gehoord had dat het nog de eigenaar was. Daar wisten ze van niets. Toen, ruim na de eerste datum van aankondiging, ging Keyzer weer open. Na een paar dagen ging ik voorzichtig naar binnen, ontmoette meteen een oude vriend van de oorspronkelijke bediening. Ik kreeg een kopje espresso. Hij gaf me een rondleiding, ook in de kelder, en wees me op de ongelofelijke kroonluchters. Zulke kroonluchters, mensen, heb je nog nooit gezien. Versailles, Hampton Court, noem nog eens een paleis. Het is allemaal kabouterwerk vergeleken bij deze plafondverlichting. Mijn oude makker vertrouwde me toe dat hij zich had voorgenomen nooit onder zo'n luchter door te lopen. Ik kon het me voorstellen. Om kort te gaan, alle achterstallig onderhoud dat Keyzer sinds 1905 had opgelopen, was totaal en radicaal weggewerkt. Ik had genoeg gezien, ik ben er niet meer binnen gegaan.

Kom ik langs Keyzer, dan denk ik aan Joseph Luns die daar aan de leestafel zat, aan Arthur Lehning, Rijk de Gooyer, Wim T. Schippers, Bert Voeten, aan meneer Doves die als sub-opperhoofd uit een hoekje alles in de gaten hield, aan nog veel meer dat samen met het achterstallig onderhoud is weggewerkt. Ik weet nog wel een paar cafés en restaurants in Amsterdam waar het achterstallig onderhoud van misschien wel een eeuw je tegemoet fluistert. Steeds meer. Ik noem geen namen, ik zeg niet waar ze zijn. Voor je het weet komt er een horecatycoon zijn kroonluchters ophangen.