Kleine bonte specht

Het waaiend kopergoud van de herfstbomen kleurt de lanen rond Kasteel Waardenburg aan de Waal. Verderop vlakke uiterwaarden en boomgaarden. Het is niet eenvoudig de Kleine bonte specht te betrappen, want deze kleinste spechtachtige van niet meer dan vijftien centimeter houdt zich hoog in de beuken, abelen of eiken schuil. Toch, tussen de takken door komt de Kleine bonte specht kort maar onmiskenbaar te voorschijn. Het mannetje heeft een scharlakenrode kruin maar juist geen rood aan de onderstaart, zoals de Grote bonte. De bovenzijde is wit gebandeerd en in de vlucht vallen de afgeronde vleugels op. De Dendrocopos minor hakt het nest in vermolmde boomstammen. De opening is ongeveer zo groot als onze oude gulden. Een goed kenmerk is de fladderende vlucht tussen de twijgen. Zijn voedsel bestaat uit insecten. De roffel van de Kleine bonte specht is zacht. Er is geluk met deze specht verbonden: zijn aantal neemt in Nederland fors toe, tot ruim meer dan vijfduizend broedparen.

(Zien is Kennen!)

Illustratie: Rein Stuurman

freriks@nrc.nl