Kansarme bewoners in fragiele omgeving

In de Franse voorsteden hopen de sociale problemen zich op. De overheid strijdt tegen de verwildering met repressie en dialoog. Maar de politie heeft geweld als uiting van misère niet kunnen voorkomen.

Het overgrote deel van de ruim 1,3 inwoners van de `probleemwijken' rond Parijs moet niets hebben van geweld. Zij zijn brave burgers, wensen een vredig gezinsleven, hebben of willen een baan en dromen van betere kansen op maatschappelijk succes voor hun kinderen.

Dat is de boodschap waarop de burgemeesters uit de voorsteden van Parijs deze week hamerden. Het is hun antwoord op de sfeer van maatschappelijke polarisatie die is ontstaan na een week van geweld ten noorden van Parijs.

Hun boodschap lijkt begrepen. De nacht brengt nog spectaculaire beelden van brand en gevechten in de banlieue, maar overdag zwenken de camera's naar de verontwaardigde slachtoffers van het geweld: die ándere voorstadbewoners. Het toch al niet zo welgestelde gezin in Le Blanc-Mesnil dat nu een uitgebrande auto bezit, een van de vele honderden. Of een medewerker van het bouwbedrijf, de garage of een ander door vlammen verzwolgen bedrijf, die nu werkloos is, net als zovelen. Voorgangers in de moskee die oproepen tot rust en wijzen op het feest dat er deze week óók was in de banlieue: het einde van de ramadan.

Negen nachten van rellen brengen in beeld dat de meeste slachtoffers van de rellen – afgezien van de gewonde agenten – zelf ook kansarme inwoners zijn in een fragiele omgeving. Alle rellen tot nu, in Seine-Saint Denis en andere departementen, speelden zich af in wijken die door de Franse overheid zijn aangemerkt als probleemwijken. Ze heten in jargon `zones urbaines sensibles' (ZUS), in spreektaal zijn ze `classé rouge'.

Van deze ZUS zijn er in Frankrijk in totaal 751, met bijna 5 miljoen inwoners (4,6 in 1999). Ze worden van nabij gevolgd door een speciaal daarvoor opgezet Observatoire Nationale. Het nieuwste rapport van deze regeringsinstelling, dat vorige maand is verschenen (en te lezen via de website www.ville.gouv.fr), laat zien hoe alle sociale problemen van het land zich hier ophopen. Zo was de werkloosheid in de ZUS in 2004 gemiddeld 20,7 procent, twee keer zo hoog als landelijk. De woonomstandigheden zijn vaak deplorabel. Woonflats die dertig jaar geleden zijn gebouwd om een einde te maken aan sloppenwijken van immigranten worden nu vervangen door gebouwen op menselijker schaal. De operatie is te massaal om snel resultaat te boeken.

Ook in sociaal opzicht zijn de probleemwijken kwetsbaar. De inwoners zijn minder geïntegreerd dan elders. Een op de vijf inwoners is geimmigreerd, het grootste deel van de immigranten komt uit Marokko en Algerije. De notie `allochtoon' is onbekend: alle kinderen die op Frans grondgebied zijn geboren zijn Frans. Maar een buitenlandse afkomst verkleint wel de kansen op de arbeidsmarkt. Minister van Binnenlandse Zaken Sarkozy bepleit daarom een beleid van positieve discriminatie. Maar die politiek is omstreden omdat zij de Frans-republikeinse notie van strikte gelijkheid van burgers doorbreekt.

Het meest in het oog springende probleem is de criminaliteit, die in een ZUS-wijk gemiddeld vier procent hoger ligt dan elders in hetzelfde departement. Met name vandalisme en geweld komen er vaker voor dan elders. Van de inwoners uit de probleemwijken is 40 procent 's avonds bang om naar buiten te gaan. Regelmatig doen zich ernstige incidenten voor. Zo werd vorige week een man doodgeslagen die een lantaarnpaal fotografeerde voor zijn werk.

Tegen deze sociale verwildering strijdt de overheid sinds jaren in verschillende doseringen met repressie en dialoog. De regering krijgt kritiek omdat zij sinds 2002 is gestopt met de in 1997 begonnen invoering van de wijkpolitie. Deze moest het contact tussen politie en jongeren verbeteren. Nu heeft de politie met name in de voorsteden geen band met de bevolking, door het roulatiesysteem voor ambtenaren. Agenten met meer dienstjaren maken ook meer kans op stationnering in een plaats naar keuze. De voorsteden zijn niet populair, waardoor daar veel jonge onervaren agenten werken, die ernaar streven snel weer weg te zijn.

Ook de politiebonden hebben die situatie de afgelopen dagen aangewezen als een fout, waarvoor nu de rekening wordt gepresenteerd. De politie is niet in staat gebleken rellen te voorkomen die uiting geven aan de misère in de voorsteden.