`In geen geval noodt men de dame bij zich thuis'

Claudine Taittinger, weduwe te Nice, haalt in brieven aan haar jonge neef, dj te Amsterdam, herinneringen op aan haar veelbewogen leven

Lieve neef,

wat een ijselijke bijzonderheden, over jouw speurtocht naar een nieuwe `babe'. Vat je de zaak niet wat te ernstig op? Ik hoop maar niet dat mijn verhalen, over Mike en je grootmoeder, je de liefde te ernstig doen nemen. Zeker hebben beiden inzake amor het absolute nagestreefd, maar dat maakt hen nog niet tot geschikte voorbeelden voor de jeugd!

Vooral je bittere klacht, dat je telkenmale bij het ontwaken naast je kijkt en dan bevangen wordt door gemengde gevoelens, stemt me ongerust. Het gansche leven, lieve neef, bestaat uit gemengde gevoelens.

Is het trouwens wel zo'n goed idee, om het steeds weer op ontwaken te laten aankomen door de dames bij je thuis uit te nodigen? Een kort souper in een nachtgelegenheid, liefst en chambre séparée, en dan een kamer voor een uurtje of wat in één dier wat morsige gelegenheden, die men in het Straatsburg van mijn jeugd als `Stundenhotel' placht aan te duiden. Dat lijkt mij voor een jongeman in jouw positie een betere gedragslijn. Zo zulke menslievende instituten in de Amstelstad in onbruik zijn geraakt, dan lijkt de heroprichting ervan mij een goede belegging voor de revenuen van jouw laatste grammophoonplaat. Ik verklaar mij ten volle bereid het bedrijfsleiderschap op mij te nemen.Hoe kan zoiets lelijks als een Stundenhotel meestal is, zo hoor ik je nu al vragen, het décor zijn voor zoiets prachtigs als een innige omhelzing? Omdat, lieve neef, de omringende armelijkheid door contrastwerking zijn werk doet. De bruine vlekken op de spiegel, de barsten in de wasbak, het vervaalde behang, de gordijnen die de indruk wekken reeds in meerdere huizen dienst te hebben gedaan – zij dragen bij aan de glans van hetgeen zich tussen de lakens afspeelt. Het kuiltje in het midden van de matras, vrucht van jaren intensief gebruik, doet de gelieven vanzelve naar elkaar toerollen, terwijl ritmisch gekraak hen bij de les houdt. En dan zwijg ik nog over de niet zelden stimulerende geluiden, die door het betengel uit belendende ruimten plegen door te dringen.

Informeer wel, bij het morsige type dat aan de receptie van dit soort hotels het sleutelbord pleegt te beheren, of zich in de badkamer op de gang een ordentelijk bidet bevindt – je minnaressen voor één nacht zullen er dankbaar voor zijn. Ook de nabijheid van een kerktoren verdient aanbeveling. Het past een heer immers niet, tijdens het liefdesspel met grote regelmaat zijn montre te raadplegen, terwijl het zaak is wel degelijk het uur in de gaten te houden.

Want de enige remedie tegen de moedeloosheid die jou bij tijd en wijle bevangt, lijkt me de beperking van de tijd die men in folie doorbrengt, lieve neef. Nog voor het krieken van de ochtend, of in het uiterste geval op een uur waarop de eerste ploerten zich naar hun betrekking begeven, brenge men de dame naar haar ouderlijk huis terug. In geen geval noodt men de dame bij zich thuis en staat haar toe van jouw armen in die van Morpheus te glijden. Dat kan bijna niet anders dan leiden tot de ongemakkelijkheden bij het ontwaken, waarvan je in jouw brief zo treffend verslag doet: de stokkende gesprekken, de schoonheden die in het bleke ochtendlicht plots verwelkt blijken.

Moet ik begrijpen dat je je somtijds verlaagt tot het zetten van thee, en het halen van broodjes op zulke fatale ogenblikken? Hier wreekt zich, vrees ik, toch de gebrekkige opvoeding die je van je moeder hebt genoten. Val haar nagedachtenis niet te zwaar, neef. Dat zij nimmer heeft kunnen doorgronden wie haar vader was, heeft haar van aanvang af ongemakkelijk in het leven gezet. Ik heb mijn zuster Laurentia, in een poging dit euvel te verhelpen, wel eens gevraagd nu eindelijk eens te vertellen wie de vader was. Je grootmoeder had zich toen reeds bij ons in Holland gevoegd, in gezelschap van de Argentijnse markies O., een weinig kiese figuur die mij eens, toen niemand ons kon horen, toevertrouwde een van mijn zusters beste klanten in Buenos Aires te zijn geweest.

Toen bovendien nog Laurentia, na herhaald aandringen, mij een beeld schetste van haar verblijf in Bucarest waaruit ik kon opmaken dat niet alleen kolonel Dimitriescu, maar eigenlijk zowat de hele IJzeren Garde de vader kon zijn, meende ik dat het beter was de zaak te laten rusten. Ach, het leven is vol kleine incidenten, volgende keer zal ik weer eens wat ernstigs schrijven. Vergeefs zocht ik in het vorige nummer van het Handelsblad waarin ik mijn mémoires zag afgedrukt naar het woord `wijdbeens'. Wordt deze term in het hedendaagsche Nederland als te schokkend ervaren?

Je Claudine