Ieder land krijgt de symbolen die het verdient

,,Mag ik even in uw tas kijken?'' De beveiligingsmedewerker op het vliegveld bij Londen is, zoals wel vaker voorkomt, hogelijk geïnteresseerd in mijn roze handtas. ,,Hij heeft wel heel veel vakjes'', zegt ze een tikkeltje jaloers, terwijl ze ze één voor één openmaakt. Dan trekt iets haar aandacht: een klein boekje, rood met gouden letters, dat oogt als een uit de kluiten gewassen nep-paspoort of religieus tractaat. Ze bladert het aandachtig door, bestudeert mijn krabbels in de marge, wil dan ook mijn aantekeningenboekje van voor tot achter inzien. Ik heb nog een boek bij me – de Penguin-uitgave van Clausewitz' On the Nature of War. Ook dat wordt nu argwanend doorgebladerd. Gelukkig keurt ze mijn andere tas, met daarin de vier kilo zware, wegens overgewicht uit de koffer gehaalde catalogus van de monumentale Londense overzichtstentoonstelling van Nobuyoshi Araki (vriend vroeg al, krijg je die vuiligheid wel langs de douane?) geen blik waardig.

Het boekje dat de argwaan wekte van de beveiligingsmedewerker was geen fundamentalistisch schotschrift, maar een onlangs verschenen pamflet met de titel Nieuwe symbolen voor Nederland. Het is een verzameling essays die is gepubliceerd bij de gelijknamige tentoonstelling in De Vleeshal in Middelburg. Het museum vroeg kunstenaars om nieuwe symbolen voor Nederland te ontwikkelen. De aanleiding voor deze ongebruikelijke opdracht was een artikel van kunstcriticus Anna Tilroe in deze krant, waarin ze een `groot gemis' signaleerde aan symbolen die uitdrukken wat ons bindt, `zwaarwegende, duurzame symbolen die het kunnen opnemen tegen de tirannieke symboliek van de terreur'. Hier is een rol weggelegd voor kunstenaars, betoogde ze.

Rutger Wolfson, directeur van De Vleeshal en samensteller van Kunst in crisis, raakte prompt bevangen door een `licht revolutionaire roes' en raapte een groepje journalisten, kunstenaars en intellectuelen bijeen om er werk van te maken. Samen zouden ze een aantal waarden definiëren, en die vervolgens ter verbeelding en bezieling voorleggen aan geselecteerde kunstenaars. De kunst kan de steken oppikken die de politiek heeft laten vallen, zo moet hij hebben gedacht, en daarmee de oude beschuldiging van irrelevantie en maatschappelijke afzijdigheid overtuigend naast zich neerleggen.

Afgezien van het aandoenlijk megalomane karakter van de onderneming – ik hou wel van mensen die groot denken en hoog mikken – is natuurlijk het hele uitgangspunt van het project verkeerd. Is het niet juist de overdaad aan loze symbolen, symptoombestrijding en symboolpolitiek als panacee die een probleem is geworden in Nederland? Lullige polsarmbandjes en stille tochten moeten een verbondenheid scheppen die in de samenleving niet (meer) bestaat. En het krampachtig moreel appèl van de huidige regering heeft ervoor gezorgd dat `normen en waarden' (dan wel `waarden en normen') nog heel lang een besmette term zal blijven.

Maar, belangrijker nog, zo werkt het gewoon niet. Symbolen worden symbolen dankzij de breed gedeelde geschiedenis, cultuur, traditie, religie, idealen waar ze uit voortkomen. Wie een symbool maakt, maakt daarmee nog geen gezamenlijke waarden, idealen of cultuur. Eerst de bezieling, dan het symbool. Maar laten we niet te badinerend doen over het pamflet – er staan verschillende kritische stemmen in, en het geheel is om meerdere redenen onthullend. `Wie in deze tijd een symbool wil ontwerpen om verbondenheid uit te drukken, begint aan de verkeerde kant', schrijft Bregtje van der Haak. `Zonder publiek domein geen gemeenschappelijke symbolen', is de constatering van Cor Wagenaar, in een interessant stuk over `de moedwillige sloop van het publieke domein'. Het `gesignaleerde gemis aan symbolen is daarvan slechts een symptoom', stelt hij.

Maar het onthullendst is de weerslag van een tweetal discussies die de schrijvers voerden over waarden en symbolen. Wat moet het niet worden? `Stichtelijk', `christelijke deugden' en `harde' waarden – die zouden namelijk `vloeibaar' gemaakt moeten worden. Waar gaat het ze wel om? Een houding die `toch altijd individueel' zal zijn, en niet `van buitenaf' opgelegd. Waarden, schrijft Wolfson, `die te maken hebben met de soevereiniteit van het individu en de vrijheid en solidariteit van een samenleving'. Tilroe: `Het idee van een individu dat verantwoordelijkheid voor zichzelf neemt, zijn eigen waarheid vindt en zijn eigen held is.'

Als een min of meer representatieve afspiegeling van de opvattingen van hoogopgeleid, maatschappelijk betrokken Nederland is dat interessant. Het ik als maat van alle dingen. Als waarden niet als universeel kunnen worden beschouwd en gedeeld – al is het maar voor even, in een specifieke groep of samenleving – wat zijn ze dan nog waard? Hoe kunnen puur individuele waarden sociale verbanden leggen? Snakken we juist niet naar waarden die het individuele en tijdelijke overstijgen? Voor veel mensen is het gewoon een te zware opgave om alle betekenis, zingeving en moreel besef uit jezelf te moeten halen.

Luister naar Redouan, broer van een Hofstadgroepverdachte en inmiddels zelf ook fundamentalist. Redouan vertelde aan Ahmet Olgun en Jutta Chorus van deze krant wat hem beweegt. `Mensen moeten niet hun eigen regels creëren. Mensen die dat doen, zijn ziek. (...) De wetten van de mensen zijn in strijd met die van de islam, de sharia. Alle antwoorden kun je vinden in de Koran. (...) Ik ben nu veel gelukkiger. Ik ben rustiger geworden.' Om geld geeft hij niet.

Redouan heeft als fundamentalist een complete wereldbeschouwing, gedragscode, traditie, systeem van moraal, filosofie en culturele saamhorigheid tot zijn beschikking. Wat stellen wij daar tegenover? De vraag wordt beantwoord in een artikel pal onder dat van Chorus en Olgun, over het (gesubsidieerde) `wij-gevoel' van Amsterdammers. Het ultieme wij-gevoel? `Als Ajax kampioen is.'

Wat een armoede. Het Ajax-gevoel. De koopgoot. Kabouter Buttplug. Big Brother. Ieder land krijgt de symbolen die het verdient. Wat we wél te bieden hadden – de grootse Europese cultuur, intellectuele tradities, kunst (ja, zo zijn we toch weer terug bij de kunst), literatuur, filosofie, geschiedenis – is in het recent verleden als overbodig, nutteloos, niet-rendabel bij het vuilnis gezet door de politici-managers. Al die zaken die vallen onder de letters OCW, waarop steeds weer opnieuw bezuinigd blijkt te kunnen worden. De kortzichtige uitholling van het onderwijs is nog het grootste schandaal van allemaal. Onze regering mag dat dan niet begrijpen, immigranten voelen dat haarfijn aan. Zo ook Fatimazohra, geïnterviewd in Vrij Nederland. Ze is als buurtvrijwilliger actief in allerlei comités en heeft nog samen met Mohammed B. gekookt voor ouderen. Haar oplossing voor de buurt? Nederlands leren, integratie. Ze zou het liefst zien ,,dat migranten alles weten van Rembrandt van Rijn, Anne Frank en de Watersnoodramp van 1953''. Is dat te veel gevraagd?