Het geheim van de bestseller

Welke boeken zijn aanraders voor beginnende en geoefende lezers? Welke leeslijstklassieken hebben de literaire X-factor? Een tweewekelijks rondje langs de eeuwige jachtvelden van de wereldfictie brengt Pieter Steinz bij Het geheim van Anna Enquist.

Weinig populaire schrijfsters hebben het zo van de literaire kritiek te verduren gekregen als Anna Enquist (pseudoniem van Christa Widlund-Broer). In het begin van haar carrière viel het nog wel mee: haar eerste dichtbundels werden goed ontvangen, en aan het pamflet Waarom zijn de gedichten van Anna Enquist zulke shitgedichten (1994) van het kwajongensduo Henkes & Bindervoet kon ze minzaam glimlachend voorbijgaan. Maar vanaf het moment dat de pianiste en psychoanalytica in 1995 als romancière debuteerde met Het meesterstuk, verweten de critici haar onliteraire taal, onbezielde personages, uitleggerigheid, schematische psychologie en een voorspelbare plot. Haar collega Arie Storm kwam zelfs op de proppen met een satirische `cursus Enquist', waarin elf kenmerken van haar proza werden geanalyseerd en verworpen – van `pathetische woordherhaling' tot `alles terugvoeren op relatieproblemen'.

Het kon Enquists succes niet deren: Het meesterstuk was een instant-bestseller, en Enquists volgende roman Het geheim (1997) werd verkozen tot boek van het jaar. Dat laatste is begrijpelijk. Het verhaal van Wanda Wiericke, een meisje dat na een moeizame jeugd uitgroeit tot een succesvol concertpianiste, heeft alles in zich waar lezers van smullen: relatieproblemen, Tweede Wereldoorlog, korte zinnen, een strakke en doorzichtige compositie, romantiek én een Geheim dat het leven van de hoofdpersoon bepaalt. Je kunt niet anders dan meeleven met de arme Wanda, die lijdt onder het slechte huwelijk van haar ouders, onder de kuren van haar zwakzinnige broertje, en onder het wegvoeren van haar pianoleraar; zelfs al ontwikkelt ze zich op latere leeftijd tot een kille figuur die haar werk – lees: de muziek – laat prevaleren boven vriendschappen (en zelfs haar huwelijk).

`Glücklich ist wer vergisst was doch nicht zu ändern ist' luidt het uit een Strauss-opera afkomstige leidmotief van Het geheim. De zin wordt meermaals geciteerd door Wanda's moeder, die inderdaad wel enige reden heeft om de vergetelheid te prijzen. Maar aan Wanda is hij niet besteed; zij kán niet vergeten, en is dus ongelukkig. Misschien wíl ze ook niet vergeten, want is een kunstenaar niet gebaat bij een getroubleerde achtergrond? `In de muziek werd helderheid verschrikkelijk overschat', denkt Wanda tegen het einde van de roman. `Met transparante helderheid zette de pianist het thema neer, las je in de kritieken. Maar wat had je daaraan als dat thema niet afstak tegen een duistere achtergrond? Helderheid was goedkoop, gemakkelijk en misleidend. Het verhulde de geheimzinnige doorzichtigheid waarin de kern van alle muziek schuilging.'

De ironie is natuurlijk dat Anna Enquist onder meer om de helderheid, de eenvoud, van haar romans door de criticasters is aangevallen. Wat zij missen is diepte, een rafelrandje. En wie Het geheim leest, moet hun een beetje gelijk geven. De roman leest lekker weg, zonder een blijvende indruk achter te laten; de schrijfster toont zich een vakvrouw, zonder te overdonderen. Natuurlijk, 200.000 Enquist fans can't be wrong; maar toen ik Het geheim uithad, dacht ik terug aan de wijze les die Wanda krijgt van haar pianoleraar: `Alles wat je voelt moet je vertalen in techniek. Als je speelt moet dat tweetalig zijn. Wie alleen in de technische taal kan spelen is misschien virtuoos, maar saai. Wie alleen de gevoelstaal spreekt is expressief, maar onbeheerst. Het geheim is de tweetaligheid.'

Misschien moet een romancier wel drietalig zijn.

Reacties: steinz@nrc.nl