Geen beter land voor topsporter dan Duitsland

Voor een topsporter lijkt Duitsland het ideale land. Het geld is er goed, evenals het niveau van de competities. En de organisatie? ,,Punctueel, zonder de ontspanning uit het oog te verliezen.''

Das Lied der Deutschen schreef Heinrich Hoffman von Fallerleben in 1841 niet uit gevoelens van nationale superioriteit, maar was bedoeld als oproep aan de Duitsers hun identiteit boven regionale verschillen te stellen. Letterlijk genomen, zijn de eerste regels van het huidige volkslied `Deutschland, Deutschland, über alles, über alles in der Welt' exemplarisch voor de sportcultuur in Duitsland, waar in de top momenteel een vijftigtal Nederlandse sporters actief is; significant meer dan in welk ander land. Youri Mulder, oud-speler van Schalke 04 en dus ervaringsdeskundige, weet wel waarom. ,,Voor voetballers is er geen beter land ter wereld dan Duitsland.''

De oud-international neemt aan dat zijn opvatting ook geldt voor de meeste andere sporten, gelet op de grote hoeveelheid landgenoten die de oostgrens overtrekt. In eerste aanleg doen ze dat op economische gronden. Maar niet alleen. ,,Want Rafael van der Vaart kwam wel naar Duitsland en ging niet naar, pak 'm beet, Qatar of Polen. Hij heeft bewust gekozen voor de Bundesliga. Begrijpelijk want die competitie is beter dan die in Engeland of Spanje. En zeker beter dan de Italiaanse competitie. Bij Juventus-Empoli komen 6.000 mensen kijken. Bij Hamburger SV-Hannover 60.000; elke week zitten de stadions vol. En in Italië moet je maar afwachten of je op tijd je geld krijgt. In Duitsland is dat geen vraag; alle afspraken worden keurig nagekomen.''

Voor tafeltennisser Trinko Keen, die vanaf 1993 onafgebroken voor Duitse clubs speelt, geldt ook dat het geld goed is, maar de sterke competitie bepalend was voor zijn vertrek uit Nederland. Om zijn niveau als topspeler vast te houden, is een terugkeer naar de Nederlandse competitie uitgesloten. Keen: ,,Ik zou wel willen, want ik woon in Arnhem, 260 kilometer verwijderd van mijn club Grenzau. Het vele reizen vind ik een opoffering. Maar tafeltennis is in Duitsland een van de vijf grote sporten. En met traditionele clubs, die al jaren in de Bundesliga spelen. Daar kan in Nederland geen club tegenop. Ik nodig clubbestuurders wel eens uit naar Duitsland te komen. Om te kijken hoe het ook anders kan. Als de kleinschaligheid in Nederland je referentiekader blijft, wordt het nooit wat.''

Het is evident dat de grootte van het land in belangrijke mate het niveau van de sport bepaalt. Duitsland is met 80 miljoen inwoners vijf keer groter dan Nederland. En het land telt bovendien 27 miljoen actieve sporters en 90.000 sportclubs. Maar de toegevoegde waarde zit vooral in de goede structuur, vertelt hoogleraar Holger Preuss, sporteconoom aan de Johannes Gutenberg Universiteit in Mainz. ,,Sport, in de breedste zin van het woord, is in Duitsland goed voor een jaaromzet van 50 miljard euro en 700.000 arbeidsplaatsen. Dat is vergelijkbaar met de chemische industrie. Daarmee is het een bedrijfstak van gewicht, zeker met toevoeging van de 1,9 miljard euro die jaarlijks aan sportsponsoring wordt uitgegeven.''

Een ander verschil met Nederland is de rol van de overheid. De federale regering steunt rechtstreeks de topsport, omdat goede prestaties bij internationale kampioenschappen en Olympische Spelen als een zaak van nationaal belang wordt gezien. Daarvoor is in de rijksbegroting 250 miljoen euro opgenomen. Volgens een schatting van professor Preuss komt daar op jaarbasis zeker 800 miljoen euro aan sportuitgaven van de zestien deelstaten bij. Alleen het kleine Rijnland-Palts besteedt met 60 miljoen euro per jaar al net zo veel geld aan sport als de landelijke overheid in Nederland de afgelopen jaren heeft gedaan.

Het vele geld gecombineerd met het niveau, de liefde voor sport en de spreekwoordelijke Duitse Gründlichkeit, maakt het land zo interessant voor topsporters. ,,Weet je'', zegt Youri Mulder, ,,de Duitse manier van organiseren is ook zo goed: punctueel, zonder de ontspanning uit het oog te verliezen. Ik had bij Schalke 04 soms het gevoel in een georganiseerde chaos te zijn beland. Niemand keek op van een biertje na de training of een opgestoken sigaar in de sauna. Maar er heerst wel een absolute prestatiecultuur; het enige dat telt, is het resultaat. In Nederland is het bij de voetbalclubs allemaal zo extreem geregeld. Je mag nooit te laat komen, moet altijd in hetzelfde tenue trainen en voor en na een wedstrijd hetzelfde pak dragen. Het lijkt zo op een kleuterklas; ik zie altijd schoolreisjes. In Duitsland gaat het er losser aan toe en is er daardoor meer warmte, althans zo heb ik dat bij Schalke 04 ervaren.''

En er is meer waardering, wat zich bijvoorbeeld uit in de aandacht van de pers. Zelfs bij tafeltennis. Dat komt volgens Keen door de talrijke regionale kranten. ,,Bij Jülich, een van mijn vorige clubs, stonden we wel vier keer per week in de krant. Dat betekent veel aandacht, hetgeen sponsoring interessant maakt. In Nederland wordt het effect van sponsoring nogal eens onderschat door het bedrijfsleven. Waarmee ik niet wil zeggen dat het succes van de Duitse sport alleen een gevolg van geld en omvang is. Het heeft ook te maken met de instelling van de mensen.''