De terugkeer van de polderwijn

Goeree Overflakkee als de Nederlandse Languedoc, Hulst als het Bordeaux van de Lage Landen, de IJsselvallei als de Côte d'Or du Nord en belletjeswijn uit Bolsward, de voorspelde klimaatverandering roept visioenen op van Nederland als wijnland.

Een jaar of tien geleden was er een handjevol professionele wijngaarden, nu zijn het er meer dan veertig. Hobbywijnboeren zijn goed voor nog eens meer dan honderd wijngaarden. Was de wijnbouw eerst vooral in Zuid-Limburg te vinden - en dat is voor Hollanders toch eigenlijk het buitenland - nu is ze via Brabant, Zeeland, de Beemster en de Achterhoek noordwaarts getrokken tot in Friesland.

Het opschuiven van de wijngrens heeft dan ook weinig te maken met klimaatverandering. Doorslaggevend is de introductie van nieuwe druivensoorten die twee belangrijke eigenschappen combineren: ze zijn resistent tegen meeldauw, een ziekte waardoor druiven in het natte Nederlandse klimaat vaak worden getroffen, en ze zijn eerder rijp dan de gangbare wijndruiven.

Klassieke druivenrassen

Over de kwaliteiten van de nieuwe druivensoorten lopen de meningen uiteen. Bij proeverijen oogsten de wijnen van de klassieke druivenrassen in het algemeen meer waardering dan de wijn van nieuwe rassen. Maar de wijnboeren moeten de tijd krijgen. Bij gebrek aan een wijnbouwtraditie heeft het een tijdje geduurd voordat er acceptabele resultaten konden worden gebotteld.

Ooit was het anders. In de eerste eeuw van onze jaartelling was er in Nederland door de Romeinen opgezette wijnbouw en in de Middeleeuwen was er zelfs sprake van enige wijncultuur. Napoleon, die vond dat wijnbouw in Frankrijk thuishoorde, gaf de Nederlandse wijnbouw de nekslag door het opleggen van accijnzen.

Na een aarzelend nieuw begin, een kwart eeuw geleden, omvat de Nederlandse wijnproductie nu ongeveer 200.000 liter per jaar. Op wereldschaal is het niets, minder dan een promille van de totale productie. Chirac heeft op dit punt van ons niets te vrezen.

Toch oogt de Nederlandse wijnbouw serieus, met een wijninstituut, een vereniging van wijngaardiers, 12-daagse wijnbouwcursussen, websites en toeristische wijnroutes. De provincie Zeeland telt er al drie.

De Zuid-Limburgse wijnroute, vanaf de Belgische grens bij château Neercanne, begint veelbelovend. De eerste kilometer zijn een paar wijngaarden te zien, pastoraal gelegen tegen de glooiende hellingen in het Limburgse landschap, maar het vervolg van de route leert dat de Nederlandse wijnbouw nog in de kinderschoenen staat. Het perspectief voor de Nederlandse wijn ligt in streekwijnen van behoorlijke kwaliteit, gecombineerd met het agrarisch toerisme.

De wijngaardiers halen nu al noodzakelijke inkomsten uit het geven van rondleidingen en demonstraties. En uit de verkoop op de wijngaard zelf, want algemeen verkrijgbaar is Nederlandse wijn nog niet. Internet biedt uitkomst, veel wijn kan via websites worden besteld.

In de witte wijnen worden heel aardige resultaten bereikt. Sommigen hebben de neiging de Nederlandse wijn al te welwillend te waarderen, zoals een nichtje volgens ooms en tantes ook al gauw heel talentvol blokfluit speelt. Anderen zijn behept met de gedachte dat wijn van eigen bodem gewoonweg niet kan deugen. Aan die combinatie van dédain en chauvinisme voor het vaderlands product wordt treffend uitdrukking gegeven door het vaak gehoorde oordeel over Nederlandse witte wijn: 'verrassend lekker'.