De last van samen naar school

Het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs moet omlaag vindt de minister van onderwijs. Maar na dertien jaar integratiebeleid is daar nog niet veel van terecht gekomen. Deel 3 in een serie over knelpunten in het onderwijs.

ZOVEEL MOGELIJK kinderen moeten naar een gewone school, ook de kinderen met leermoeilijkheden, een handicap of moeilijk gedrag. Dat is al sinds 1992 doel van overheidsbeleid. Maar de resultaten zijn niet bemoedigend. De gewone scholen worstelen met hun zorgtaak. De scholen voor speciaal basisonderwijs (gewoon basisonderwijs voor moeilijk lerende kinderen) kampen vooral in de grote steden met leegloop. En het speciaal onderwijs (aangepast onderwijs voor kinderen met een handicap) kan juist de groei niet aan. En of de leerlingen erbij gebaat zijn is de vraag.

Jaap Geertsema is directeur van de Luc Stevensschool voor speciaal basisonderwijs in Utrecht. Hij heeft wel een idee over de baten voor de leerlingen van het beleid sinds 1992: ``Kinderen worden vaak te lang vastgehouden, omdat scholen denken dat ze alles zelf moeten kunnen. Je ziet dat leerlingen met problemen pas verwezen worden in groep 4 of 5. Zo'n kind heeft dan vaak al een moeizame geschiedenis op die school achter de rug.''

Dat lange doormodderen is een logisch gevolg van de regels. Een reguliere basisschool krijgt een zorgbudget voor 5 procent van zijn leerlingen. Daarvan wordt onder meer een intern begeleider betaald die de zorgenkindjes onder zijn hoede heeft. Het speciaal basisonderwijs fungeert als vangnet, als het op de gewone school echt niet gaat. Als een school probleemleerlingen te vaak doorverwijst, moet die school een deel van het zorgbudget overdragen aan de school voor speciaal basisonderwijs. Dat is een stimulans om problemen zoveel mogelijk zelf op te vangen: dan houdt de school het zorgbudget.

En lang niet iedereen is blij met het streven naar integratie. Uit een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau uit 2004 bleek bijvoorbeeld dat de meerderheid van de ouders tegenstander is van integratie van zorgleerlingen in het onderwijs. Deze ouders zijn bang dat de aandacht voor de probleemleerlingen ten koste gaat van de aandacht voor hun eigen kind. En ze zijn bezorgd over het verstorende effect van kinderen met gedragsproblemen. Maar ook de leerkrachten zijn niet onverdeeld gelukkig met hun nieuwe opdracht. De eigen vaardigheden schieten te kort vinden ze en er zijn meer moeilijke leerlingen dan waarvoor de school een budget krijgt.

druk

Het speciaal basisonderwijs wordt vooral bevolkt door kinderen met gedragsproblemen. Ze zijn zo ongeconcentreerd en druk of agressief dat ze in een klas met 30 kinderen niet functioneren. Vrijheid kunnen ze vaak niet aan.

Op het schoolplein van De Luc Stevensschool zijn dan ook gekleurde strepen geschilderd. Zodra de bel gaat stellen alle kinderen zich in de rij op bij hun eigen streep waarna ze onder begeleiding van de juf of meester naar binnen gaan. Toen ze net op school kwam lesgeven vroeg Victorine Dahl zich af of het zo streng moest. ``Het leek wel een militaire school.'' Maar ze zag al snel dat deze kinderen duidelijke regels hard nodig hebben.

Kimberly zit in groep vijf bij juf Victorine. Donderdag mag ze eerder naar huis want dan heeft ze therapie. Ze maakt zich zorgen. ``Hoe moet het dan met lezen, juf? Anders haal ik mijn diploma nooit.'' Kimberly woont niet meer bij haar eigen ouders vertelt ze. En die therapie, die is `om te praten over dingen.

Directeur Jaap Geertsema leidt rond. Langs de boksbal om op af te reageren. In sommige klassen staan de tafels opvallend ver uit elkaar. De meisjes zijn in alle klassen sterk in de minderheid. In groep 7/8 wordt voorgelezen. De kinderen luisteren geconcentreerd. ``Veel van deze kinderen worden thuis nooit voorgelezen'', vertelt Geertsema. ``Vaak hebben ze ook een erg kleine woordenschat.'' Aan de muur hangt een poster met de verklaring van enkele abstracte begrippen. Diepte = hoe diep het is. Weglaten = overslaan, niet lezen of schrijven. ``Als kinderen zulke elementaire begrippen niet kennen komt er van begrijpend lezen ook niet veel terecht.''

Kinderen op een school voor speciaal basisonderwijs zijn drie keer zo duur als kinderen op een reguliere basisschool. Dat zit hem vooral in de kleine klassen van maximaal 15 leerlingen, en de hoeveelheid personeel. Elke klas in de onderbouw heeft behalve de vaste docent ook een onderwijsassistent. Daarnaast heeft de school verschillende specialisten in huis zoals een logopediste, iemand die Cesartherapie geeft een dramatherapeut en een orthopedagoog die onderzoek doet bij de kinderen en de docenten adviseert.

Directeur Geertsema heeft gemengde gevoelens over het integratiebeleid. Dat beleid, `Weer Samen Naar School' wordt het genoemd, is in principe een goed streven denkt hij, maar niet tot elke prijs. Hij maakt zich grote zorgen over de gevolgen ervan voor zijn school. ``Hier in Utrecht is de terugloop van het aantal leerlingen in het speciaal basisonderwijs dramatisch'', zegt Geertsema. Zijn eigen openbare school heeft nog maar 1 klasje van 11 kleuters. Een paar jaar geleden waren dat nog twee klassen. ``Als dit doorgaat dreigt de speciale basisschool zo klein te worden dat we ons moeten afvragen of we nog wel voldoende deskundigheid in huis hebben.''

Lang niet alle leerlingen die wel een sbo-beschikking hebben worden aangemeld. Ook daar maakt Geertsema zich zorgen over. ``Die kinderen zitten op een gewone school waar ze voortdurend het gevoel krijgen dat ze het niet kunnen en niet goed doen. Meestal zijn het de ouders die in zo'n geval dwarsliggen. Ouders moeten meewerken aan een plaatsing op het sbo. Ze kunnen dat proces heel lang vertragen en tegenwerken.''

weerstand

``Het speciaal basisonderwijs kampt met een imagoprobleem'', zegt Geertsema, ``vooral in de grote steden.'' De Utrechts scholen worden op dit moment voor 50 procent bevolkt door allochtone leerlingen meestal met gedragsproblemen. Daar komt nog bij dat de Utrechtse sbo-scholen alledrie in achterstandswijken staan. Misschien dat dat de verklaring is voor de toegenomen weerstand bij ouders en de vlucht naar de randgemeenten, denkt Geertsema. Voor de sbo-scholen in Utrecht is de situatie nijpend.

Maar goedkoper wordt het ook niet. Want deze daling van het aantal leerlingen in het speciaal basisonderwijs wordt teniet gedaan door de groei in het speciaal onderwijs. De terminologie is verwarrend maar speciaal onderwijs is een aparte categorie scholen voor kinderen met een handicap of stoornis. De groei zit hem in de scholen voor leerlingen met ernstige gedragsproblemen of een psychiatrische stoornis. Ruud Janse, voorzitter van de vereniging van deze zogenaamde Cluster 4-scholen heeft wel een idee waar de groei vandaan komt. Scholen die een kind aanmelden voor het speciaal basisonderwijs krijgen daar niks voor terug. Als ze dat te vaak doen lopen ze hooguit het risico een deel van hun zorgbudget in te moeten leveren. Maar als een kind een indicatie krijgt voor speciaal onderwijs is dat veel interessanter. Ouders kunnen namelijk kiezen voor leerlinggebonden financiering, het `rugzakje', dat de leerling ook mee kan nemen naar een reguliere school om extra hulp van te betalen.

Minister Van der Hoeven erkent zelf ook dat er problemen zijn met de organisatie van het speciaal onderwijs. Onlangs liet het ministerie weten graag af te willen van de wirwar aan regels die is ontstaan. Van der Hoeven wil onderzoeken of het mogelijk is per 2010 het onderscheid tussen regulier en speciaal onderwijs helemaal op te heffen. Ouders kiezen zelf een school. Alle scholen krijgen een zorgplicht, elke zorgleerling een zorggewicht op basis waarvan de school gefinancierd gaat worden. En alle leerlingen worden door dezelfde instantie beoordeeld. Daarnaast krijgt elke regio de mogelijkheid om toch speciale onderwijsvoorzieningen te laten bestaan.

Ruud Janse is benieuwd naar de uitwerking van die plannen. Gevaar is wel dat het kind met het badwater wordt weggegooid denkt hij. ``In Noorwegen waren er bijna geen scholen voor speciaal onderwijs meer maar daarmee was ook de deskundigheid verdwenen. Die hebben ze weer uit Denemarken moeten halen. Voor sommige kinderen kan het bovendien heel belangrijk zijn om in een omgeving terecht te komen waar ze niet op hun tenen hoeven te lopen of constant uit de toon vallen. De last van de integratie moet niet op de zwakste schouders terecht komen.''

`Speciaal basisonderwijs heeft imagoprobleem'