Brieven van een landverhuizer: de dood

,,De marmerwerker is van de aardbodem verdwenen. Imre neemt zijn telefoon niet meer op.'' De aannemer belde in lichte paniek. Ik word met egards behandeld. Als er iets misloopt krijg ik onmiddellijk bericht per sms, fax en telefoon (aan e-mail doet de aannemer nog niet). Bij de bouw van de boerderij zijn we een forse boete voor te laat opleveren overeengekomen. We spreken er geen van beiden over. De aannemer omdat hij hoopt dat er nooit over begonnen zal worden, ik omdat ik hem niet wil ontmoedigen.

,,Hij zal rond Allerzielen ongetwijfeld weer opduiken'', antwoordde ik. Ik zit nu ongeveer twee jaar in het Hongaarse bouwstof en weet inmiddels dat iedereen die stenen houwt in de maand oktober niet aan slapen toekomt om op 2 november alle graven aan kant te hebben. De Hongaren zijn fanate Allerzielen vierders, nog net niet zo uitbundig als Mexicanen, maar het scheelt weinig. Het heeft iets moois, de met bloemen overladen begraafplaatsen, de duizenden flikkerende kaarsjes tussen de grafstenen, de oude vrouwtjes in het zwart. Het is tegenovergesteld aan de Nederlandse inslag de dood zo ver mogelijk weg te houden. De Hongaar lijkt de dood te koesteren. Het land behoort, sinds de tijd dat dit soort idiote statistieken worden bijgehouden, bij de landen met het hoogste zelfmoordpercentage ter wereld. Ook de Hongaarse helden vertonen meestal suïcidale trekjes.

Ik heb zelfmoord altijd als een vorm van vals spelen ervaren, als het nemen van een afsnijweggetje bij het rennen van de marathon. Aan het einde van The Catcher in the Rye, als de dolende Holden Caulfield overstuur – nadat zijn zusje Phoebe hem al haar kerstzakgeld heeft gegeven – 's nachts bij de alcoholische meneer en mevrouw Antolini aanklopt, geeft meneer Antolini hem een papiertje met een uitspraak van Wilhelm Stekel: `The mark of the immature man is that he wants to die nobly for a cause, while the mark of the mature man is that he wants to live humbly for one'.

Passie, roekeloosheid en gevoel voor de eigen dramatiek verleidt de puber naar de oplossing met het snelle resultaat. Het verlangen dat jongens tussen de 15 en 30 doet kiezen zich op te blazen met een rugzak of een auto gevuld met explosieven: met zo weinig mogelijk inspanning zoveel mogelijk effect bereiken. Een verlangen dat ik me overigens kan voorstellen, ik ben zelf ook een gemakzuchtig mens.

De Hongaren kunnen de wijze raad van meneer Antolini uit The Catcher in the Rye ook ter harte nemen. Bij hen diezelfde passie, roekeloosheid en gevoel voor eigen dramatiek. De hedendaagse Hongaarse politici in het bijzonder spreiden een destructieve compromisloosheid ten toon die het land in een stupide, stagnerende tweedeling houdt. En het zijn juist de luidruchtige showmasters die door veel Hongaren op handen worden gedragen, van Lajos Kossuth (de leider van de vrijheidsstrijd tegen de Habsburgers in 1848) tot Victor Orban (de huidige leider van de oppositionele centrum rechtse partij Fidesz) aan toe.

Een leider met visie als Ferenc Deák, de man die jarenlang naar het compromis – Ausgleich – van 1867 met Oostenrijk heeft gestreefd, waarna Hongarije's gouden jaren volgden, is bijna vergeten. Geen gehucht zo klein in Hongarije of er is een Kossuth Lajos ut, tientallen pleinen en standbeelden voor hem. Terwijl pas anderhalf jaar geleden het verwaarloosde graf van Ferenc Deák is opgeknapt (door een van de steenhouwers die ook aan onze verbouwing in Boedapest heeft gewerkt). Het symbolische eerherstel van het graf van de vader van het Hongaarse compromis, kan wellicht het besef doen opflakkeren dat een compromis meestal meer oplevert dan heldhaftige, suïcidale onverzettelijkheid.

De Hongaarse Allerzielenviering heeft iets van een happening, zeker in Boedapest, waar in het donker op de begraafplaatsen tienduizenden mensen rondscharrelen met grote bossen chrysanten, enorme kransen en kaarsjes in rode glaasjes. Tussen de druipende bomen hangt dezelfde ego overstijgende, sacrale stemming als tijdens de 4 mei dodenherdenking in Nederland, die doordat het bij daglicht plaatsvindt, niet op kan tegen de mystiek van dit Hongaarse ritueel. Om met zovelen op de begraafplaats rond te hangen en kaarsjes te branden heeft iets veiligs.

Het ongetemperde enthousiasme van de Hongaren om op volle familiesterkte naar de begraafplaatsen af te reizen, in de nieuwe auto, in de oude Trabant, met de bus, per fiets of lopend, verraadt een ziel die verschilt van de onze. Vuren maken in het donker. Mij lijkt het dat de Hongaren een Oosterse ziel in een Westerse jas herbergen. Wellicht dat zij zich daarom eeuwig eenzaam voelen.

Deze week op weg van het platteland terug naar Boedapest krijg ik in de auto een sms van de aannemer: `Marmer Imre is terecht. Hij maakt deze week nog alles af.' We rijden door het dorpje Vadpuszta, een lintdorp zoals vrijwel alle Hongaarse dorpen. Er staat een Fiat met beide achterwielen in de sloot, omringd door oude vrouwtjes in het gitzwart. Enkele grote mannen staan er onaangedaan bij, mogelijk geërgerd over het stomme inparkeren. Lichte paniek is af te lezen van de gerimpelde vrouwengezichten: als die auto niet snel uit de sloot wordt gehesen missen we Allerzielen.