Bezeten van bewegingsleer

Schaatscoach Jac Orie (36) is een kampioenenmaker. Hij hielp Erben Wennemars en Marianne Timmer aan wereldtitels. Met dank aan zijn wetenschappelijke aanpak, weten de rijders van Postcode Loterij. Op doktersadvies heeft de workaholic gas terug genomen.

Het verhaal van de overtrainde trainer begon vorige winter. Jac Orie at niet meer en sliep een paar uur per etmaal. Midden in de nacht zat hij in zijn hotelkamer achter een laptop, computerberekeningen te bestuderen. Want coachen is kennis vergaren en schaatsen is een soort wetenschap. Hij zag steeds bleker en verloor vijftien kilo aan vet- en spiermassa. Ongeruste reacties wuifde hij weg met die typische blik: vriendelijk, bedachtzaam. En toen ging langzaam het licht uit. Een klein half jaar later, aan de vooravond van een nieuw schaatsseizoen, blikt hij terug op een benauwde zomer.

,,De dokter wist niet wat hij hoorde: 240 nachten per jaar in een hotel slapen! Geen wonder dat er thuis aanvankelijk geen alarm werd geslagen. Ik sprak er in de ploeg met niemand over en zeker niet met journalisten. Ik ben nogal gesloten. Door mijn slechte eetgewoonten bleek mijn maagwand beschadigd. Ik had chronische buikpijn en moest in augustus de reis naar Calgary afzeggen. Alsof ik de mannen en vrouwen een beetje in de steek liet. Ik wilde ze zo graag verder helpen. Ik had in drie jaar tijd geen trainingskamp overgeslagen.''

De ober van hotel Tjaarda in Oranjewoud schenkt deze avond warme melk voor de gewezen maagpatiënt. Onder de rook van Heerenveen vertelt de succescoach over zijn voorspoedige herstel. Hij heeft op doktersadvies gas teruggenomen, maar wat heet? De Winterspelen staan voor de deur en zijn schaatsers moeten in Turijn medailles winnen. Over zijn eigen gestel: ,,Ik slaap veel beter en eet ook weer normaal. Ik ben al vijf kilo aangekomen. En die computer gaat 's nachts ook niet meer aan in de hotelkamer. No way.''

Verslaafd wil hij zichzelf niet noemen, bezeten van de schaatssport is hij zeker. Zelf zat hij in de jaren tachtig in de selectie van Jong Oranje. Door een opeenhoping van ziektes en blessures ,,ik was niet in staat pech uit te sluiten zoals de echte kampioenen kunnen'' heeft hij de hooggespannen verwachtingen nooit waargemaakt. De loodgieterszoon ging bewegingstechnologie studeren aan de HTS en later bewegingswetenschappen aan de universiteit van Amsterdam. Hij stelde eventuele promotieplannen uit en keerde onverwachts terug in het schaatsen. Hij werd via via assistent-coach bij TVM, later hoofdcoach bij SpaarSelect en nu Postcode Loterij: de ploeg van de Europees of wereldkampioenen Marianne Timmer, Erben Wennemars, Gianni Romme en Mark Tuitert.

De laatste twee zijn deze avond nadrukkelijk aanwezig in de lobby van het hotel. Ze horen het vraaggesprek met hun trainer van een afstand aan en lachen luidkeels om de kretologie van de theoreticus én praktijkman Orie: `vrijheidsgraden, adoptatievermogen, romphouding, neurale aansturing, dynamische systeemtheorieën'. Alsof de moderne schaatswetenschap niet aan Romme besteed is. ,,Wat zit je allemaal te lullen, Jac? Waarom hou je het niet lekker simpel?''

Maar volgens Orie zijn de rijders zeer zeker geïnteresseerd in zijn kennis. ,,Prima toch, als ze 's avonds om mijn dure termen lachen. Zo lang ze er overdag maar in geloven, is de situatie werkbaar. Dankzij hun humor leer ik relativeren. Dit werk moet wel leuk blijven. Schaatsen is gelukkig niet alleen maar wetenschap. Anders zou er geen moer aan zijn. Als ik per ongeluk een keer doordraaf, zijn er in mijn begeleidingsteam ook genoeg mensen die me corrigeren. Ik word bepaald niet door ja-knikkers omringd.''

Zijn ploeg telt negen schaatsers: zes mannen en drie vrouwen. ,,Een ideale mix. De meiden zetten de handrem op de kerels. Ik zeg altijd: `train net als de mannen, dan win je van de vrouwen'. Maar ik behandel ze anders. Ze zijn gevoeliger en kunnen minder makkelijk vergeten. Dat zit in de natuur opgesloten. Kerels schelden elkaar verrot en slaan elkaar vervolgens weer op de schouders. Nee, deze verhouding is precies goed. Bij Jong Oranje reed ik met de helft vrouwen en de helft mannen. Dat was te veel van het goede.''

Hij heeft als schaatser aan den lijve ondervonden wat er fout kan gaan in de begeleiding. ,,Ik ben zo enorm naar de kloten getraind, dat ik nu de symptomen kan zien wanneer iemand sterft op het ijs. Ik voel die pijn bijna zelf. Ja, ik ken de verhalen over de Noren op trainingskamp in Inzell met hun Spartaanse methoden. Neem van mij aan dat de verschillen niet zo groot zijn. Ik heb van Carl Foster (Amerikaanse hoogleraar sportwetenschappen, red.) geleerd dat de variatie in trainingsintensiteit heel belangrijk is. Na een zware dag, een rustige dag, enzovoorts. Anders jaag ze over de kling.''

Orie heeft geen oud-trainer als voorbeeld voor zijn eigen carrière. Hij vertelt over Leen Pfrommer, zijn coach bij Jong Oranje die daarvóór bij de kernploeg in de tijd van `Ard en Keesie' successen vierde. ,,Pfrommer heeft ook een hoop winnaars afgeleverd, dus heeft hij zeker dingen goed gedaan. Maar hij werkte in een periode dat schaatsers zich moesten aanpassen aan het trainingsregime in plaats van andersom. Daardoor zijn veel talenten om zeep geholpen. Die hadden bij een andere methode misschien ook wereldkampioen kunnen worden. Ik herinner me nog Henk Groen, wat een geweldige talent was dat! Nooit meer iets van gehoord. Bij mij is iedereen welkom. Ik benader iedereen individueel. Geen hoofd of lichaam zit namelijk hetzelfde in elkaar.''

Orie begint aan een hoorcollege, dat bijna anderhalf uur duurt. ,,Elke stijl van schaatsen vereist andere aanpassingen. Wie leert mij dat de arm rustig op de rug moet liggen? Misschien raken dan andere onderdelen in de knel. De arm bungelt daar niet voor niets, die heeft een functie. Ik heb lak aan esthetiek. Eric Heiden (Amerikaanse schaatser van de eeuw, vijfvoudig olympisch kampioen in 1980, red.) deed het ook niet volgens de regels, maar zijn krachtige afzet was toch indrukwekkend. Typisch Nederlands om dat af te keuren. Zo'n Chad Hedrick (Amerikaanse wereldkampioen in 2004, red.) is ook geweldig om te zien. Wat een power! En wie zegt mij dat vlakke ronderijden zaligmakend zijn? Sommigen jongens zijn fysiek niet in staat er meteen in te knallen. Dus die geef je eerder een vlak schema. Anderen moeten meteen, bam, zo hard mogelijk weggaan.''

,,Ik zeg altijd: `je neemt als coach een groot risico door geen risico's te nemen'. Ik doe dat wel en de uitslagen geven mij tot nu toe gelijk. Ik volg mijn eigen lijn en daarin moet ik voor 100 procent blijven geloven. Door mijn studies heb ik meer inzicht gekregen in de lichaamsbeweging. Ik ben gek van tabelletjes. Maar je moet mijn rol niet overschatten. Tijdens een race handel ik 70 procent op intuïtie. Tijdens een training is dat hooguit 30 procent. Langs de baan kan ik weinig nuttigs doen. Daarom sta ik op de korte afstanden ook niet meer met een rondebord in mijn hand. Leidt alleen maar af. En al dat geschreeuw bij de wissel hoeft voor mij ook niet. Ik roep ook wel eens wat, maar puur functioneel.''

,,Ik lees veel boeken over sportpsychologie, maar ik geloof niet in al dat positieve denken. Daar prikt een sportman zo door heen. Als iemand slecht rijdt, is het slecht, punt uit. En als iemand een start verkloot, krijgt hij dat wel te horen. Als ik dan toch iets positiefs zeg, denkt hij misschien dat die slechte start nog wel meeviel. Kom nou. Een topsporter moet kunnen incasseren. Ik gooi gerust de bijl er in.''

Hij vertelt over ,,de beperkingen van het menselijk lichaam die een trainer zo klein mogelijk'' moet zien te houden. ,,Er zijn zoveel factoren waar ik geen barst van af weet. Ik ben alleen maar voorwaarden aan het scheppen voor een goede tijd. Ik heb min of meer invloed op de snelheid, de conditie en de mentaliteit. Al die dikke benen en grote longen die we trainen, zijn aansturende symptomen. Input. De techniek blijft het belangrijkste. Output. En dan praat ik dus niet over esthetiek. Het zwaartepunt moet vooruit knallen. Bam.''

,,Schaatsen is heel onnatuurlijk, in tegenstelling tot lopen, zitten of zwemmen. Het is complex door de voorwaartse én zijwaartse bewegingen. De neurale aansturing dan praat ik over het zenuwstelsel is zo lastig te bepalen. Als een aspect van het lichaam verandert, kun je de prestaties enorm beïnvloeden. Het lichaam verzet zich tegen de combinatie van `naar voren bewegen' en `opzij afzetten'. En om het nog ingewikkelder te maken: iedere schaatser heeft ook nog eens anatomische, fysiologische, psychologische verschillen.''

Orie verklaart en passant waarom de boze buitenwereld de wisselende prestaties van bijvoorbeeld Gianni Romme en Jochem Uytdehaage verkeerd kan uitleggen. ,,Ik ken de verhalen over doping, maar die zijn nergens op gebaseerd. In de gewone wereld is niets liniair en toch willen we een liniaire lijn in iemands carrière zien. En vinden we het gek dat sommige schaatsers het ene jaar veel beter rijden dan het andere jaar. Nou, van Gianni kan ik zeggen dat hij nog geen aspirientje slikt.''

Gewaarschuwd door zijn maagklachten en niet gehinderd door oogkleppen, mijmert Jac Orie aan het eind van de avond over zijn toekomst. ,,Coachen vond ik altijd een hondenbaan, tot ik er bij toeval inrolde. Ik weet niet hoe lang ik dit volhoud. Zeker niet mijn hele leven. Ik kan altijd nog gaan promoveren. Maar dan pas na de Winterspelen van Vancouver in 2010. Ik wil nog meer kennis investeren en de jongens nog meer laten uitproberen.''

Ter afsluiting legt hij uit op welk terrein zijn schaatsers de komende jaren nog tijdwinst kunnen boeken. ,,In de coördinatie liggen de grote beperkingen. De breuk in de symmetrie. Ik zie het al misgaan, voordat de tussentijden bekend zijn. Hoe kan je die starheid van het lichaam zo lang mogelijk uitstellen? Daar zit de winst. Daar ligt voor mij nog een grote uitdaging.''

Of zijn ploeg in 2010 nog bestaat, is overigens nog lang niet zeker. Postcode Loterij stopt komend voorjaar met sponsoring en een nieuwe geldschieter laat nog op zich wachten. ,,Ik had de opdrachtgevers gevraagd zo snel mogelijk te handelen. Helaas hebben ze nog niet beet. Straks gaan andere ploegen aan mijn mannen en vrouwen trekken. Dan valt de boel misschien wel uit elkaar. Dat zou zonde zijn.''