Bèta's 3

Frank den Butter, hoogleraar algemene economie aan de Vrije Universiteit, stelt dat het wel meevalt met het gebrek aan technici in Nederland (pagina wetenschap, 13 okt). Hiermee onderschrijft hij een recent rapport van het Centraal Planbureau. Om te komen tot deze vaststelling hanteren het CPB en Den Butter een redenering die typisch is voor neoklassieke economen (en dat zijn bijna alle economen): als er werkelijk een tekort aan technisch geschoolden zou zijn, zouden ze relatief hoge inkomens hebben. Dat is echter niet het geval, zoals terecht wordt opgemerkt, zodat het wel mee moet vallen met het tekort. Economisch geschoolden verdienen gemiddeld meer. Daar zal dus wel veel vraag naar zijn.

Wel, deze redenering houdt wellicht stand in de neoklassieke economenwereld, maar in de echte wereld valt dat te betwijfelen. Zij houdt geen rekening met het feit dat onderwijskwalificaties wel eens een andere rol kunnen vervullen op de arbeidsmarkt dan als indicator van productieve vaardigheden. Hiermee veronachtzaamt deze zienswijze bijvoorbeeld de sociologische visie dat het onderwijs fungeert als kanaal van sociale in- en uitsluiting, zonder noodzakelijk een beroep te doen op productiviteit. Volgens deze credentialistische visie op het onderwijs zijn beloningsverschillen mede het gevolg van machtsverschillen in de toegang tot hulpbronnen uit de organisatie. Managers (vaak economisch geschoolden) verdienen daarom wellicht meer dan technici, en niet omdat er meer vraag naar economen is. Immers, het feit dat technisch geschoolden gemiddeld sneller een baan vinden dan economisch gekwalificeerden wijst in ieder geval wel op de waarde van technische diploma's, zonder dat dit resulteert in hogere beloning. Je kunt dan ook, zoals je vaak hoort, beter de baas zijn van een technicus dan een technicus zelf.

Het lijkt er, gezien de relatief snelle toegang tot de arbeidsmarkt van technici, alsmede de noodzakelijke brain gain van technici uit het buitenland, wel degelijk op dat een toename in het aantal technisch geschoolden aan te bevelen is voor Nederland.