Bakken met deeg

Ambigue zinnen leiden tot meer activiteit in de rechterfrontaalkwab. Dat is de kern van uw bijzonder boeiende artikel Wat is de zin? (W&O 29 oktober). De in het artikel vermelde zgn. intuinzinnen vormen aardig semantsisch spelmateriaal voor kinderen. Ik wil u de reactie van mijn twaalfjarige zoon Cas op de volgende intuinzin niet onthouden: `Ze kunnen bakken met zulk deeg niet verplaatsen'. In het artikel staat daarover: `De lezer zal bakken eerst als werkwoord interpreteren,maar komt er verderop in de zin achter dat dat geen begrijpelijke interpretatie oplevert en hij zal bakken dan herinterpreteren als zelfstandig naamwoord.' Op het eerste gezicht klopt dat. Maar tot mijn stomme verbazing vat onze jonge taalgebruiker deze intuinzin geheel anders op. Hij meldt spontaan dat, indien dat deeg een ingrediënt bevat dat slechts zeer beperkt houdbaar is, het bakken niet mag worden verplaatst naar een ander moment. 'Bakken' blijft met deze interpretatie dus gewoon een werkwoord. Ze kunnen bakken met zulk deeg niet verplaatsen (naar morgen). Conclusie: herinterpretatie is niet (per se) nodig dankzij de (ruimte/tijd-)ambiguiteit van het woord verplaatsen. Min keer min is plus: de dubbelzinnigheid van `bakken' wordt in zekere zin geneutraliseerd door die van `verplaatsen'.

Het Broca-hoekje in mijn eigen rechterfrontaalkwab maakte intussen waarschijnlijk overuren, want ik moest de herinterpretatie herinterpreteren.