Altijd `ja maar dit, ja maar dat' in de klas

Niet alleen èchte agressie is een probleem. Ook de `aansturing' van gewone leerlingen bezorgt leraren hoofdbrekens. Een cursus kan helpen grenzen te stellen aan het gebakkelei.

EEN LANGE JONGEN zit op tafel. Hij schommelt ontspannen met zijn benen. De blonde docente vraagt of hij van tafel wil gaan. Als de jongen niet reageert, zegt ze met ferme stem: ``Ik wil dat je van tafel gaat.'' De jongen kijkt haar aan, maar blijft zitten. De docente gooit vertwijfeld haar armen in de lucht. ``En dan?'', vraagt ze aan de camera.

Drie mannen en vijf vrouwen bekijken video's waarop ze zelf figureren. Het zijn vmbo-docenten van het Bredero College in Amsterdam-Noord. Ze volgen een training `omgaan met grensoverschrijdend en agressief gedrag'. De leerlingen worden gespeeld door acteurs. Niet dat het Bredero College meer lastige leerlingen heeft dan een willekeurige andere vmbo-school in de grote stad. Heel veel scholen hebben behoefte aan informatie over de omgang met lastige leerlingen, merkt Thera van der Vooren van trainingsbureau Burovandervooren.

Van der Vooren startte halverwege de jaren negentig met trainingen op scholen. Aanvankelijk werd ze nog naar een hoekje van de aula geloodst. ``Grensoverschrijdend gedrag op scholen was taboe. Scholen wilden het er liever niet over hebben. Het doodschieten van Hans van Wieren is een soort climax geweest'', zegt ze. Na de moord op de onderdirecteur van het Haagse Terra College ruim anderhalf jaar geleden, maakte het ministerie van onderwijs plannen om de veiligheid op scholen te vergroten. Scholen moesten meer aandacht besteden aan probleemleerlingen. Ze kunnen nu ook subsidie krijgen voor een training zoals die op het Bredero College.

Maar docenten hebben niet alleen moeite met de probleemleerlingen, blijkt tijdens de training op het Bredero College. Ook de doorsneeleerling bezorgt ze soms hoofdbrekens. Van der Vooren: ``Docenten merken dat de gewone aansturing niet meer werkt. Wat ze gewend waren: `ik waarschuw nog één keer', heeft niet langer het gewenste effect.'' Dat is waar, zegt de oudste docent op de training. ``Twintig jaar geleden was nee gewoon nee. Nu zeggen ze: ja maar dit en ja maar dat en voor je het weet ben je in een strijd verwikkeld.'' Hij merkt nu al, na twee trainingsbijeenkomsten, dat de sfeer in zijn klas is verbeterd. ``In de training heb ik geleerd om sneller mijn grenzen te stellen. Ik ga niet meer bakkeleien met leerlingen.''

Aan de muur hangt een ingelijst plakkaat met klassenregels. Van regel 1 `Je hebt je jas uit, pet of muts af', tot en met regel 7 `Er wordt in de gangen en lokalen niet geschreeuwd, gevochten of overlast bezorgd'. Buiten schatert een groep tieners op het schoolplein.

De acht deelnemers, vooral docenten uit de bovenbouw, bespreken een voorval in de horecales van gisteravond. Fred Brussel, docent serveren, en Branko Belt, docent koken, voeren het woord. Brussel: ``We gaven gisteren les in het restaurant. Tijdens het diner stalen twee leerlingen een flesje fris uit de ijskast. Ik heb ze direct het restaurant uit gegooid.'' Op verontschuldigende toon: ``Je schiet bij zoiets direct in je boosheid.'' Collega Belt voegt eraan toe: ``We moeten nog een heel jaar met deze leerlingen werken. Dat kan niet op deze basis. Het vertrouwen is geschonden.'' Na de training, later op de dag, hebben Brussel en Belt een gesprek met de leerlingen. In de training bereiden ze het gesprek voor. De andere deelnemers brainstormen mee over de juiste aanpak. Dat is nou zo prettig aan deze training, zegt Belt. ``Het wordt heel concreet als je dingen kunt bespreken waar je in je werk tegenaan loopt.''

Brussel kan goed grenzen stellen. Daarvoor zit hij niet op de training. Zijn probleem is juist dat hij iets te vaak leunt op zijn machtpositie, vindt hijzelf. ``Ik ben de baas en als een leerling zich misdraagt, word ik boos en stuur die leerling onmiddellijk de les uit. Dat lijkt wel effectief, maar ik bereik eigenlijk niet wat ik wil. Mijn relatie met die leerling is daardoor verstoord.'' Hij wil leerlingen wel kunnen aanspreken op hun gedrag, maar op een rustiger, gelijkwaardiger manier. De training geeft hem daarvoor handvatten. Eigenlijk zou iedere beginnende docent zo'n training moeten volgen, vindt Brussel.

Op het televisiescherm doet de docente een stap naar voren: ``Jongeman, zou jij even ergens anders willen gaan staan?'' De jongeman antwoordt: ``Zegguh. Ik ken jou niet. Ik hoef niets van jou te accepteren. Oké? Ik ben even bezig met mijn vriendin.'' Achter de schermen adviseert trainster Berendien van Straten: ``Ga niet in de strijd over de kwestie, maar ga in op zijn gedrag naar jou toe. Wacht niet tot hij over je heen loopt, dan word jij boos. Grijp in nu je nog rustig bent.'' De video is afgelopen. De hoofdrolspeelster kijkt de trainster aan en zucht. ``Moeilijk hoor. Ik moest me ontzettend inhouden. Het liefst had ik 'm een lel voor z'n kop verkocht.''