Woorden tellen

Het was, anders dan aanvankelijk bericht, niet minister Donner maar minister Verdonk die het optreden van de hulpverleners bij de brand in het cellencomplex van Schiphol adequaat had genoemd. Maar Donner gleed ook uit. Citaat in deze krant uit zijn persconferentie volgend op de ramp: ,,Dat systeem heeft te veel nadelen.'' Met `Dat systeem' doelde de minister op een systeem waarbij in een vleugel van een detentiegebouw alle cellen met één druk op de knop geopend kunnen worden als calamiteiten als brand daartoe aanleiding geven. Over een dergelijk systeem is veel discussie geweest, zei Donner, maar in het cellencomplex op Schiphol was daar niet voor gekozen.

Het systeem waarvoor wel is gekozen, handmatig openen van celdeuren, leidde vorige week in de nacht van woensdag op donderdag bij de brand in dat cellencomplex tot elf doden, allen gedetineerde, illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen. Onder de gewonden bevond zich bewakingspersoneel.

De nadelen van het uiteindelijk niet toegepaste systeem zei de bewindsman te zien in het in één keer loslaten van gevangenen. Maar wat is nu eigenlijk het risico dat de op Schiphol gevangen zittende mensen opleveren: illegaal in Nederland verblijvenden, uitgeprocedeerde asielzoekers en bolletjesslikkers? Niet lieden die een directe bedreiging voor anderen opleveren. Er hebben tijdens de brand gevangenen van de gelegenheid gebruikgemaakt om de benen te nemen. De onmiddellijk ontplooide opsporingsactiviteiten deden inderdaad denken aan de achtervolging van gevaarlijke misdadigers. Maar dat zijn zij dus niet. Voorop had moeten staan dat Nederland een bijzondere verplichting heeft tegenover mensen die, om welke reden dan ook, worden vastgezet: het verzekeren van hun veiligheid. Dat geldt eens te meer voor personen die niets op hun kerfstok hebben, in Nederland hun heil kwamen zoeken maar geen toestemming kregen om hier te verblijven. In het uitzettingsbeleid is na veel vijven en zessen tijdelijke opsluiting toegestaan, maar dat stelt uitzonderlijk zware eisen aan de uitvoering. Niet alleen dient er een redelijke limiet te zijn aan de tijdsduur van opsluiting (dat is niet het geval), maar ook moeten voorzieningen zijn getroffen ter bevordering van de leefbaarheid binnen zo een instelling, voorop de persoonlijke veiligheid van een ieder die daar is vastgezet (dat is evenmin het geval).

In de eerste reacties is van dergelijke overwegingen nauwelijks sprake geweest en voorzover zij werden genoemd werden er geen consequenties aan verbonden. De bewindslieden vergaloppeerden zich in hun eerste uitspraken, woordvoerders in de Tweede Kamer kwamen in het spoeddebat over de kwestie doorgaans niet verder dan hun treurnis uitspreken. Een enkeling bleek zich gestoord te hebben aan de ministeriële versprekingen, maar men was het eens dat met de tragedie geen politiek mocht worden bedreven.

Anders gezegd: het werd, in afwachting van de uitkomst van voorgenomen onderzoek, niet fatsoenlijk geacht te spreken waarover gesproken had moeten worden; de verantwoordelijkheid van de betrokken minister voor de treurige gebeurtenissen is niet vastgesteld. Er werd gerouwd, maar de slachtoffers werd daarmee geen recht gedaan.

Het doet denken aan de afwikkeling van `Srebrenica', ook daar langdurig wachten op de uitkomst van onderzoek, met als dramatisch slot, jaren later, het aftreden van een compleet kabinet. De fijne nuance die de toenmalige premier aanbracht tussen schuld en verantwoordelijkheid bleek bovendien in het vervolg taai genoeg om al te drastische schuldeisers buiten de deur te houden. Achteraf zijn we te weten gekomen dat de eerst verantwoordelijke bewindsman, minister van Defensie Voorhoeve, heeft overwogen af te treden, maar dat hij daarvan door de premier en politieke vrienden is afgehouden. Het zou in ieder geval onder de gegeven omstandigheden een nobele daad zijn geweest.

Het is in de Nederlandse publieke ruimte niet ongebruikelijk om catastrofes binnen de eigen grenzen als on-Nederlands af te doen. ,,Dit gebeurt in Zuid-Amerika'', moest voor menigeen vorige week de geschokte verbazing tot uitdrukking brengen over de ramp op Schiphol. Alsof de Bijlmer, Enschede, Volendam niet hadden plaatsgehad. Afstand nemen van de eigen verantwoordelijkheid en de daarmee verbonden schuldvraag is langzamerhand een typisch Nederlands verschijnsel geworden. Onderzoek, op zichzelf noodzakelijk, wordt zo de geluidswal die ons scheidt van de rumoerige werkelijkheid, want het zorgt voor uitstel tot rustiger tijden van beantwoording van de noodzakelijke vragen.

De Tweede Kamer had zich daarom niet tevreden moeten stellen met de `wisseling' met de minister. Er was voldoende om diens verantwoordelijkheid voor de ramp vast te stellen. Diens eigen woorden, boven geciteerd, voorzagen in het politiek relevante materiaal daarvoor. Men had zich bezonnen op de gevolgen van de gemaakte keuze, maar in die keuze hadden de verkeerde prioriteiten gegolden. Dat heeft elf levens gekost. Minister Donner had daaruit ook zelf consequenties kunnen trekken.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.