Terreurproces in Brussel van start

In Brussel is gisteren formeel het proces begonnen tegen dertien verdachten die hand- en spandiensten zouden hebben verleend aan de plegers van de aanslagen op 11 maart 2004 in Madrid en op 16 mei 2003 in Casablanca.

De Belgische justitie beschuldigt de dertien er onder meer van dat ze lid zijn van de terroristische islamitische organisatie, de Groupe Islamique Combattant Marocain (GICM). Ze zouden niet zelf aanslagen hebben gepland of gepleegd, maar wel plegers van de aanslagen in Madrid en Casablanca onderdak hebben geboden en hun aan valse papieren hebben geholpen. Ook zouden ze kandidaten hebben geronseld voor zelfmoordaanslagen in Irak.

Het gaat bij deze `Belgische tak van de GICM' om mannen van tussen de 25 en 45 jaar uit Brussel en Maaseik, die Marokkaans zijn of van Marokkaanse komaf zijn. Ten minste vijf verdachten worden door justitie aangemerkt als GICM-kopstukken. Tot de groep zouden ook drie mannen behoren die in Spaanse hechtenis zitten en twee mannen die in Syrië en Marokko vastzitten.

Het betrof gisteren een procedurezitting, waarop de verdachten, van wie er tien kwamen opdagen, kort werden gehoord. Dat nam een uur in beslag. Het onderzoek ter terechtzitting begint op 16 november. Omdat de meeste verdachten Frans spreken, verloopt het proces ook in die taal. De Nederlandstalige verdachte uit Maaseik kreeg een tolk toegewezen.

Het proces is het eerste terrorismeproces sinds begin vorig jaar in België een nieuwe antiterrorismewet van kracht is geworden. ,,Die wet verschaft ons meer middelen'', aldus Lieve Pellens van het federaal parket vandaag in dagblad De Standaard. ,,Onder de nieuwe wet zijn harde bewijzen niet meer nodig om iemand te kunnen veroordelen wegens lidmaatschap van een terroristische organisatie. Bij de organisatie horen is genoeg.''