Superster Jezus sterft niet aan het kruis

Jezus deelt de jasjes uit. In de proloog van de musical Jesus Christ Superstar verdeelt de geestelijk leider de kleding onder zijn volgelingen, als een trainer voor een voetbalwedstrijd. Judas krijgt het bruine westernjasje met de lange mouwfranjes. Hij schrikt, wil het jasje doorgeven aan een ander, maar iedereen weigert. Jezus zelf heeft Judas gecast voor de verradersrol in zijn passiespel.

Met deze terloopse scène zet regisseur Paul Eenens meteen de toon voor zijn indrukwekkende, vernieuwende versie van Andrew Lloyd Webbers rockopera Jesus Christ Superstar. Na twee Vlaamse versie brengt producent Joop van den Ende deze derde Nederlandstalige versie uit.

Het abstracte decor wordt gedomineerd door een liggend rood kruis dat dienst doet als klein podium. Jezus heeft eindelijk eens geen jurk aan, maar draagt witte zomerkleding. Geheel in de opvoeringstraditie van deze musical overtreft Judas Jezus. Dieter Troubleyn speelt sterk als Jezus, maar kan de zware Jezuspartij slechts met moeite zingen. Martin van der Starre, in het dagelijks leven zanger van een Haagse coverband, staat als Judas onwennig op het podium, maar heeft een door God gegeven stem, met een wanhopige, alles verpletterende schreeuw.

Met nieuwe, verrassende arrangementen, hier en daar een coupure en een enkel opgeknipt lied, hebben regisseur Eenens en dirigent Robert Jan Kamer de musical opgefrist. Het twaalfkoppig orkestje in een glazen kooi achterop het podium kan stevig rocken, met hier en daar een funky orgeltje. Extra aangezet is de botsing tussen de meer lieflijke muzikale momenten en de sterk vervormde gitaar die Judas steeds begeleidt. Nadat Casey Francisco als Maria Magdalena bijvoorbeeld haar grote solo Hoe kan ik van hem houden (`I don't know how to love him') heeft gezongen, in een hemels a-capella-arrangement, komt spelbreker Judas op, en de gitaar scheurt het lieflijke moment aan flarden.

Hoewel de oorspronkelijke musical al heel wat heilige huisjes omwierp, blijft er aan dit moderne passieverhaal toch vaak allerlei reli-kitsch kleven. Grote verdienste van Eenens is dat hij deze vermijdt en vervangt door eigen, krachtige beelden, spaarzaam en smaakvol ingezet. Het koor heeft bijvoorbeeld een choreografie waarin het Onze Vader in gebarentaal is verwerkt. En Jezus sterft deze keer niet aan het kruis. Het kruis op de vloer wordt wel opgetakeld, maar zijn vaste bewoner blijft aan de kant staan.

Onder het kruis ligt een zee van bosjes bloemen, teddyberen, kaarsjes en brieven; nieuwe volks-iconologie die duidelijk verwijst naar die andere religieuze moord vorig jaar. De apostelen staan eromheen en lezen verwonderd de boodschappen die het volk heeft achtergelaten. Het volk: dat ongrijpbare, grillige monster dat aanvankelijk aan Jezus' voeten ligt, vervolgens om zijn dood schreeuwt, en nu zijn verdriet en woede uit, op kitscherige wijze.

Wie naar Theo van Gogh verwijst, verwijst ook naar Mohammed B. ,,Een man kan een verschil maken,'' is het idealistische credo van Eenens regie. Maar dat kan op zowel op Jezus als op zijn moordenaar slaan.

Voorstelling: Jesus Christ Superstar door Joop van den Ende Theaterproducties. Gezien: 4/11 Stadsschouwburg, Utrecht. Tournee t/m 28/5. Inl. 0900- 3005000 ofwww.musicals.nl.