Samen naar het praathuis

Een jaar na de moord op Theo van Gogh is het land volop in therapie. Vier boeken over de verwarring, de noodzakelijke discussie en de genezing.

De discussietempels van Amsterdam draaien dezer dagen overuren. Nederlandse opiniemakers, politici en academici lijken niet moe te worden van het discours dat losbarstte na de moord op Theo van Gogh en nog steeds voortduurt. De kwesties van wij-zij, angst, grondrechten versus terreurbestrijding, de rol van de islam, de rol van de media, het onvermogen van politiek Den Haag, analyses en oplossingen, alle kwesties draaien hun rondjes in een carroussel van bekende argumenten.

,,We lullen ons suf,'' zei discussieleider Cees Grimbergen dinsdag dan ook in de Rode Hoed aan het begin van een debatavond over de vraag `Wordt de westerse beschaving bedreigd? (Of valt het allemaal wel mee?)'. Niettemin krijgen de deelnemers aan het debat noch het publiek er al genoeg van. Steeds wordt teruggegaan naar 11 september 2001, de aanslagen in New York en Washington. De moord op Pim Fortuyn. En daarna de moord op Van Gogh. Veel gehoorde conclusie: Nederland is in verwarring, is de kluts kwijt. Ter illustratie wordt er dan van alles bijgesleept. Het `Nee' van de kiezers tegen de Europese Grondwet, bijvoorbeeld. Het feit dat Nederland steeds vaker de aandacht lijkt te trekken van buitenlandse media wordt gebruikt als bewijs dat er iets buitengewoons aan de hand móet zijn in dit land.

Parallel aan deze nationale discussiedrift verschijnt er nu weer een golfje aan nieuwe titels, die een licht werpen op de stroomversnelling waarin de samenleving terecht kwam sinds 2001. In de meeste van deze boeken keert het beeld van die verwarring terug, maar paradoxaal genoeg leveren juist deze boeken een bijdrage aan het in kaart brengen van het landschap na 11 september.

Trouw-veteraan Willem Breedveld kreeg van zijn hoofdredacteur de gelegenheid zich in de Wassenaarse bossen een half jaar te verdiepen in de recente politieke historie. Ook Breedveld stelt vast dat Nederland `sinds de revolte van Pim Fortuyn de kluts kwijt is'. Zijn zoektocht naar de oorzaken daarvan resulteert in een vurig pleidooi voor de herwaardering van het publieke debat. De hoofdstelling van zijn boek De stamtafel regeert. Hoe politici en journalisten het publieke debat maken en breken, is dat de kloof tussen burgers en politici door dit publieke debat kan worden gedicht. Breedveld spreekt van de `onmisbare schakel tussen de ondefinieerbare volkswil en de praktische vormgeving van de politiek'. Volgens hem is er `een ,,oorlog'' gaande tegen de politiek'. Politici mijden volgens hem echter het debat. Echte beslissingen worden `nog altijd in de achterkamer' genomen. Dus redeneert Breedveld dat het vertrouwen in de politiek zou kunnen worden hersteld als politici eenvoudigweg het meest voor de hand liggende wapen in de strijd werpen: `het voeren van een overtuigend politiek debat, waarin niet alleen de dilemma's maar ook de perspectieven op een zinnige manier aan de orde kunnen komen.' Breedveld pleit voor `goed theater met een doordachte rolbezetting en een sterke uitvoering.'

Praatprogramma's

Dit vergezicht is met de huidige Nederlandse politici evenwel nogal onwaarschijnlijk en Breedveld ziet dat ook: `Waarop zou zo'n politicus moeten terugvallen voor het kunnen opvoeren van zo'n theater? De vertrouwde kaders bestaan niet meer. De politieke partij heeft geen echte binding meer met de samenleving. Burgers zijn [...] individuen geworden.' Al met al dus een `tamelijk hopeloze onderneming', zo concludeert Breedveld. De oplossing zoekt hij in de gedachte dat het publieke debat niet alleen dient te worden overgelaten aan politici, maar dat ook journalisten en het publiek mee moeten doen. De talloze praatprogramma's op radio en televisie bieden wat Breedveld betreft de mogelijkheid om te functioneren als evenzovele `stamtafels' van Nederland. Een plek waar weldenkende burgers hun gedachten uiteenzetten over de publieke zaak.

Aan het slot van zijn boek, een breeduit meanderend relaas dat een geanimeerde weergave oplevert van de recente (en minder recente) historie van politiek Den Haag, hamert Breedveld er terecht op dat het publiek debat aan de elektronische `stamtafel' wel geschraagd dient te blijven door feiten die gedrukte media, zoals kranten, nog altijd beter kunnen leveren.

Met enige goede wil kunnen sommige boeken worden gezien als overdrachtelijke stamtafels, in de betekenis die Breedveld daaraan toekent, worden gezien. Zo verschijnt onder redactie van Guido Derksen de lijvige verzameling interviews, getiteld Hutspot Holland. De interviewbundel, die op 17 november wordt gepresenteerd met alweer een debat in de Balie, bevat gesprekken met onder anderen SP-leider Jan Marijnissen, zijn GroenLinks-collega Femke Halsema, oud-premier Lubbers, Geert Mak, Paul Cliteur, burgemeester Job Cohen en nog vele anderen. Zij vormen een Breedeveldiaanse stamtafel die spreekt over `de multi-etnische staat van Nederland'. Vermeldenswaard is het ongeduld dat spreekt uit de woorden van Lubbers: `We zitten nu in een impasse, zo komen we er niet. We kunnen het ons niet veroorloven nog eens vijf jaar te wachten. Het is nu wel genoeg geweest, Fortuyn is niet dood, hij leeft nog. Hij verdient een eerlijk antwoord.'

De essaybundel De terugkeer van de geschiedenis die deze week ten doop werd gehouden met een debatavond in de Rode Hoed, poogt (onder meer) ook weer antwoord te geven op de vraag `hoe nu verder na de moord op Theo van Gogh'. De bundel is samengesteld en geredigeerd door Trouw-redacteuren Jaffe Vink en Chris Rutenfrans van de bijlage Letter & Geest. Vink, die met trots het etiket neoconservatief draagt, en Rutenfrans hebben uit het archief die bijdragen geselecteerd die het volgens hen mogelijk maken `de historische gebeurtenissen op de voet te volgen die het denken in de wereld en in Nederland zozeer hebben beheerst'. De bundel begint met een nog altijd aangrijpende reportage van de Franse filosoof Bernard-Henri Levy, die in 1998 drie dorpen in de buurt van Algiers bezocht waar moslim-fundamentalisten van het FIS bloedige slachtpartijen hadden aangericht. `Een van die huizen ga ik binnen, een verkoolde ruïne, er staat nog slechts een naaimachine, een bundeltje kinderkleren, een pluk zwart haar, duidelijk haar van een vrouw, dat een jongeman opraapt en aan mij geeft maar waarvan ik niet weet wat ik ermee moet en dat ik domweg tussen twee brokken van de verbrande muur steek.'

Aan de neoconservatieve stamtafel van Trouw brandt ook een discussie-in open-brieven los tussen het Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD) en burgemeester Cohen over diens streven om moskeeën in te zetten voor de integratie van nieuwkomers.

Veel stukken in deze bundel hebben grimmige titels als `Onze cultuur is de beste', `Hoeveel integratie willen we? ' of de `De demonisering van Pim Fortuyn'. Of de Terugkeer van de geschiedenis het mogelijk maakt historische sleutelmomenten te volgen zoals de auteurs beloven, staat te bezien.

Cultuurrelativisten

Duidelijk is in ieder geval wel dat de essaybundel Vrijheid als ideaal, onder redactie van Bart Snels, de directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, ideologisch gesproken het contrapunt is van de Trouw-bundel. Hier zijn de cultuurrelativisten aan het woord, zoals blijkt uit het pleidooi van Sjoerd de Jong. `We liggen niet verpletterd onder onze eigen cultuur, en staan ook niet in massieve formatie tegenover een andere; we zijn allang sociaal, economisch en intellectueel – dus cultureel – in elkaar gewikkeld, for better or for worse.' Dick Pels illustreert in deze bundel dat het met de verwarring in de Haagse politiek, zoals die door vele anderen wordt waargenomen, wel meevalt: hij harkt het terrein aan, signaleert hier en daar een doorbraak, en komt tot de conclusie dat `rechts' steeds minder liberaal en sociaal is: daar zit de ruimte voor links om aan de slag te gaan met `ontplooiingsliberalisme'. Partijleider Halsema, die benadrukt dat zij alleen `cultureel' liberaal is, noemt zich liever `vrijzinnig links'. Zij kapt zich in het `nawoord' (Een Linkse Lente) een weg door het oerwoud van alle bijdragen. Zoals het een politiek leider betaamt wijst Halsema op de gevaren (emancipatienihilisme, economisch reductionisme, angstpolitiek en autoritarisme) en op de kansen voor de eigen beweging: de vrijheid. `Er is behoefte aan de hartstochtelijke en optimistische verdediging van burgerlijke vrijheid en emancipatie.' Halsema ziet `geen beletsel voor een nieuw links en vrijzinnig hervormingsproject'. Linkse politici moeten zich volgens Halsema bevrijden van hun `valse bescheidenheid' en het politiek conflict opzoeken. En dat is ook wat Breedveld voor ogen stond om de burger weer bij de politiek te betrekken.

Willem Breedveld: De stamtafel regeert. Hoe politici en journalisten het publieke debat maken en breken. Het Spectrum, 248 blz. €15,95

Jaffe Vink en Chris Rutenfrans (red.): De terugkeer van de geschiedenis. Augustus, 382 blz. €25,–

Guido Derksen: Hutspot Holland. Atlas, 400 blz. €24,90

Bart Snels (red.): Vrijheid als ideaal. SUN, 224 blz. €15,90