Poezen etmaal

Soms vraag ik me af of het anders kan. Nee, denk ik dan, het kan niet anders. Zo gaat het nu eenmaal. Niets aan te doen.

Half vijf 's middags is bij ons thuis het moment van de dag waar het allemaal om draait. Voedertijd! Bontje en Beertje en Bibi, de drie poezen, zitten klaar voor de kast. Gaat de deur nu eindelijk open? Ja, de deur gaat open! Met een blikje voer in mijn hand struikel ik over twaalf poten naar de keuken. Klik zegt het blik. B & B & B herkennen het geluid uit duizenden. Als ik weleens een mensenblik opentrek komen ze direct haastig kijken.

Met drie opgewonden katten in mijn kielzog vul ik drie bakjes. Twee buiten, één binnen: Bontje eet apart, anders beginnen Beertje en Bibi ook aan haar maal. Ze storten zich op hun brokjes-in-saus. Binnen anderhalve minuut is het op. Daarna krijgen snorren en neuzen een uitvoerige poetsbeurt. Intussen is het Lange Geduldige Wachten begonnen: over 24 uur, min anderhalve minuut, is het tijd voor de volgende maaltijd.

Maar een poezenetmaal duurt 23 uur. Om half vier houden B & B & B op met waar ze mee bezig zijn. Het is zo ver: eten! Wat? Eén uur te vroeg? Nou ja, voor de zekerheid blijven ze toch in de buurt. Je kunt immers niet weten: misschien vergist ze zich deze keer... Hé, wat is er aan de hand? Ze vergist zich inderdaad: het is half vijf..., kwart voor vijf..., vijf uur... dit moet een vreselijk misverstand zijn! ,,Jongens'', zeg ik zo rustig mogelijk, ,,het spijt me. Het is wintertijd. De klok is achteruitgezet. Jullie krijgen over een uur pas eten.''

Zes ronde ogen kijken mij verwachtingsvol aan. De drie vrienden hebben er, ben ik bang, niets van begrepen. Iedere dag melden ze zich keurig op tijd bij de kast. Maar de klok staat op half drie. Ze kunnen zich toch niet zomaar twee uur vergissen? Waarom duurt een etmaal in de winter opeens 25 uur? Wat een toestand. Hoog tijd dat het weer zomer wordt!