McMuseum

Morgenavond vindt de museumnacht plaats met zang, dans en suikerspinnen. Hoe ver willen musea gaan in hun jacht op bezoekers? ,,Straks delen ze nog gratis patat uit.''

Hebt u altijd willen `trommelen als de Arabieren'? Dan moet u morgenavond naar het Bijbels Museum in Amsterdam. Of droomt u van een carrière als zwarte zangeres? Spoed u dan naar de black gospel-workshop in datzelfde museum - `Zing in dertig minuten de sterren van de hemel'.

Misschien bent u een introvert type en vouwt u liever origami. Dan moet u naar Huis Marseille, stichting voor fotografie: `De uitdaging is een eigen fotocamera te vouwen'. Na afloop zijn er sushi en Japans bier.

Of wilt u al langere tijd van uw rimpels af? Kom dan naar wetenschapsmuseum Nemo, waar soap-ster Tanja Jess een `spraakmakend anti-aging event' leidt. Wellicht ook bent u single en heeft u genoeg van dit eenzame bestaan. Dan moet u beslist naar het Van Gogh-museum, waar u de hele avond kunt fastdaten volgens de tekens van de Chinese dierenriem. Aap zoekt geit.

Het zijn enkele activiteiten die worden georganiseerd in het kader van de Amsterdamse museumnacht, morgenavond. Voor de zesde keer zijn 42 musea in de hoofdstad tussen zeven uur 's avonds en twee uur 's nachts open; niet eerder namen zo veel instellingen deel aan de culturele nacht, juicht de stichting Museumnacht. Ook Utrecht organiseert morgen een museumnacht daar doen zeventien instellingen mee.

De museumnacht is bedoeld om een groter en jonger publiek naar het museum te lokken. Immers, nog deze week bleek uit onderzoek dat driekwart van de Nederlandse bevolking niet of nauwelijk in hedendaagse kunst is geinteresseerd. Bij jongeren ligt dat percentage nog iets hoger. De museumnacht daarentegen, trekt mensen. Net als de afgelopen drie jaar zullen de musea dit jaar naar verwachting helemaal vol zitten; bijna driekwart van de verwachte 26.000 bezoekers is bovendien tussen de 18 en 35 jaar. Uit onderzoek van de stichting Museumnacht blijkt dat één op vijf bezoekers binnen drie maanden terugkomt in een museum. Een heel goede score, vindt de stichting.

De museumnacht staat niet op zichzelf; musea verleggen steeds vaker hun grenzen om meer en jongere bezoekers binnen te halen. Zo gaat het Centraal Museum in Utrecht over een paar maanden op vrijdagavond open om de `drukbezette generatie van dertigers en veertigers' de gelegenheid te geven voorwerpen te bewonderen én elkaar te ontmoeten in café Rietveld. Om de kosten van die openstelling te dekken gaat het museum doordeweeks een uur later open.

Voorstanders vinden dergelijke grensverleggingen noodzakelijk; er moeten gewoon meer mensen naar het museum komen. De gemiddelde museumbezoeker is een vrouw van 45 jaar. Andere, grote groepen bezoeken nauwelijks een museum: allochtonen, twintigers, lageropgeleiden. Tieners komen vaak alleen als ze moeten, met school. Zo ontstaan niet alleen cultuurarme lagen binnen de bevolking, ook lopen musea inkomsten mis. En omdat musea door teruglopende subsidies steeds meer eigen inkomsten moeten genereren, is dat een probleem.

Maar hoe ver kunnen en willen musea gaan in hun jacht op de (jonge) bezoeker? En hoe laag moet de drempel eigenlijk liggen? Marcheren idealen als behoud van cultuur, overdracht van kennis en historisch besef niet over diezelfde lage drempel het pand weer uit? ,,Straks delen de musea gratis patat uit om de mensen binnen te halen'', zegt Jos de Haan, onderzoeker bij het Sociaal Cultureel Planbureau en mede-auteur van het onderzoek Cultuurminnaars en Cultuurmijders. Overigens vindt De Haan experimenten met openingstijden wel een ,,goede strategie'' om met name werkende mensen tegemoet te komen.

Belevenis

Nederlandse musea maken deel uit van de `beleveniseconomie', concludeerde de Raad voor Cultuur in 2002. Hun belangrijkste concurrenten zijn niet andere musea maar natuur- en recreatiegebieden, pretparken en de winkels die op zondag open zijn. In deze strijd om de vrije tijd van de consument kiezen musea er steeds vaker voor `ervaringen' te bieden.

Nederlandse musea staan niet alleen in hun onorthodoxe pogingen om een breder publiek te bereiken. Ook in Berlijn, Parijs en Brussel worden culturele nachten georganiseerd. Op de zogeheten Nuit Blanche in Parijs, begin oktober, kwamen 1,3 miljoen mensen af. In het British Museum in Londen kunnen kinderen af en toe in de tentoonstellingszalen naast de mummies blijven slapen. En in het Louvre in Parijs, een van de locaties in Dan Browns bestseller De Da Vinci Code, worden inmiddels zeven verschillende rondleidingen gegeven die gebaseerd zijn op het boek. De rondleidingen zijn een succes, en er komen ook veel Amerikaanse toeristen op af, een overwachte financiële meevaller. De staf van het Louvre heeft zich overigens lang verzet tegen deze `popularisering'.

Ook in Nederland zijn er tegenstanders van de popularisering. Zij vrezen dat het museum straks alleen nog een `ontmoetingsplek' is waar events plaatsvinden. Rik Vos, voormalig directeur van het Instituut Collectie Nederland waarschuwde vier jaar geleden al voor de gevolgen van het museum als `cultureel pretpark': ,,Op een dag blijven de klanten weg. Dan zit je in je maag met party-managers, het hoofd slingers-ophangen, met je huisdealer en met dat depot voor dansvloeren. Het kan naar de schroothoop want the party is over. Dan heb je niks meer. De collectie is verweesd en verwaarloosd, de kennis die daarbij hoorde is verdwenen.''

Vos vindt dit nog steeds. Sterker, zegt hij, musea hebben zich alleen maar meer `opgeleukt'. ,,Door de financiële druk doen ze steeds meer leuke dingen. Dat is tot mislukken gedoemd. Musea moeten zich juist meer met hun core business bezig houden.''

Want wat heeft een cursus `trommelen als de Arabieren' te maken met de tentoonstelling Lihoed Maroc, over de joodse gemeenschap in Marokko, die momenteel te zien is in het Bijbel Museum? En is het niet gemakzuchtig om via een bordje rauwe vis een link te leggen naar het werk van de Japanse fotografe Rinko Kawauchi in datzelfde Huis Marseille? En moet de chique Nieuwe Kerk wel worden omgetoverd in een soort Indonesische kermis, waar de bezoeker kan batiken terwijl hij naar `betoverende Balinese danseressen' kijkt?

Kermis - het is een omstreden begrip in de museumwereld, dat staat voor verplatting. Het Amsterdams Historisch Museum realiseert zich dat terdege al is de keuze om uitgerekend een `nostalgische kermis' te organiseren tijdens de museumnacht niet gemaakt om olie op het vuur te gooien. ,,Nee, daar zit geen opzet achter'', grinnikt medewerker Jeroen Gerlach.

Op de nostalgische kermis zal een spreekstalmeester varieté-acts aan elkaar praten. Ook zijn er snoepjes en suikerspinnen te koop. Die laatste verwijzen naar de huidige tentoonstelling in het museum die over suiker gaat. Van een suikerspin naar een serieuze tentoonstelling over de productie van suiker, de slavernij op de plantages en diabetici is een grote stap, erkent Gerlach. Het museum claimt tijdens de museumnacht naar een balans tussen inhoud en entertainment te zoeken. Gerlach: ,,De mensen moeten wel verder komen dan het restaurant.'' Maar al te serieus moet het ook weer niet worden.

Kermis dus. Of cultureel pretpark. Of, nog erger, McMuseum. Hoogleraar culturele economie Arjo Klamer ziet het met lede ogen aan. Hij noemt het een teken van deze tijd dat musea zich vooral richten op ,,hapklare brokken''. Vermaak, zegt hij, blijft oppervlakkig. ,,Wat beleven de mensen tijdens zo'n museumnacht? Ja, het is spannend en gezellig. Maar wat heeft dat met het museum te maken?'' Klamer erkent de economische noodzaak om meer mensen te trekken, maar ,,als de musea het economische aspect voorop zetten, zijn ze niet erg creatief.'' Hij vindt gehoor bij Rein Wolfs, hoofdcurator van het Rotterdamse kunstmuseum Boijmans van Beuningen. ,,Een museum moet niet te zeer van zijn kerntaken afwijken'', zegt deze desgevraagd. Welke dat zijn? ,,De taak van een openbaar kunstmuseum is om in de eerste plaats beeldende kunst, en niets anders, aan een breder publiek aan te bieden en van commentaar te voorzien.''

Capriolen

Natuurlijk, Boijmans heeft ook feesten georganiseerd tijdens de Rotterdamse museumnacht. Zo stond Ted Langenbach, eigenaar van de Rotterdamse uitgaanstempel Now&Wow, tot diep in de nacht plaatjes te draaien in het café-restaurant van het museum. Naar verluidt ging de glascollectie in de zaal onder het café aan het schuiven. Wolfs lacht. De collectie is nooit in gevaar geweest, ook niet tijdens Langenbachs capriolen, zegt hij. Toch organiseert het museum niet langer feesten tijdens de culturele nacht. ,,We zijn ervan teruggekomen. De nacht had te weinig met onze kerntaak te maken. We zijn niet uit op bezoekers die alleen voor het feest komen, we willen mensen aan ons binden.''

Tijdens de laatste Rotterdamse museumnacht, in februari van dit jaar, ontbrak dan ook het feestgedruis. Wel organiseerde Boijmans een `zaklamp-rondleiding' door het museum en konden de mensen door de beeldentuin wandelen die speciaal voor de gelegenheid was uitgelicht. Volgens eigen zeggen kwamen er zo'n negenduizend bezoekers op af. En die waren heel geïnteresseerd, zeggen ze bij het museum.

Vrijdagochtend, kwart over elf. Boven in het Haags Gemeentemuseum heerst een serene rust. Beneden, in het souterrain, heerst chaos. In een kakofonie van beeld, geluid en kleur rennen de leerlingen van een Gouds lyceum rond. Plots botst een meisje tegen een hoepelrok die aan draadjes uit het plafond hangt. Trek aan!, staat er bijgeschreven. Het meisje giechelt, draalt en stapt dan onder aanmoediging van haar vriendinnen in de rok. ,,Wat heb jij zo een dikke kont'', proesten die.

`Puberkamers' heet de nieuwe tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum al in de volksmond. Sinds twee maanden is het souterrain van het museum omgebouwd tot Wonderkamers; een educatieve tentoonstelling die voornamelijk schoolklassen moet trekken. In de zaal, de Opstelling genoemd, is een mix uit de collecties van het museum te zien. In de daaromheen liggende Wonderkamers wordt dieper op de inhoudelijke aspecten ingegaan.

Musea bieden genoeg vermaak voor kinderen tussen de vijf en twaalf jaar - het is al jaren vanzelfsprekend dat musea een eigen educatieve dienst hebben om deze groep te bedienen. Maar voor jongeren tussen de twaalf en achttien jaar was er bijna niets, constateerden ze in Den Haag.

Wellicht houden deze jongeren niet van kunst? Uit een enquete van de Stichting Cultureel Jongeren Paspoort bleek onlangs dat scholieren kunst `saai' vinden. Maar dan hebben zij het over wat zij denken dat kunst is: oude meesters, klassieke muziek en ballet bijvoorbeeld. Over films, popconcerten en dansfeesten, waar jongeren en masse naar toe gaan, denken ze anders. Dat valt in hun beleving niet onder kunst.

De educatieve dienst in het Haags Gemeentemuseum was ervan overtuigd een kwalitatieve, entertainende tentoonstelling voor tieners in een kunstmuseum te kunnen maken, zonder de verplatting toe te laten slaan. En dat is inderdaad gelukt - niet in de laatste plaats dankzij een budget van 1,8 miljoen euro.

De Wonderkamers druisen tegen alle museale wetten in: de objecten zijn niet gegroepeerd per kunstenaar of stijl, maar per onderwerp als `vrouw' of `kind' en op kleur. Zo staat een zwarte, met lovertjes afgezette jurk bij een zwarte glimmende klarinet - het museum heeft een grote verzameling muziekinstrumenten - en gaan een paar goudkleurige schoenen samen met een gouden beeld. En dan blijken jongeren kunst opeens wel leuk te vinden mits die op `hun' manier wordt gepresenteerd. In Den Haag staan de voorwerpen dus kriskras door elkaar; is de omgeving vol kleur en bewegend beeld; wordt gerefereerd aan trends als lichaamsversiering; mogen de jongeren dingen doen. Muziek sampelen bijvoorbeeld. ,,Dit is cool'', roept een van hen boven het lawaai uit.

Ophoesten

Het gaat niet alleen om tieners, zegt Agniet van de Sande, adjunct-directrice van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden. Het gaat om méér bezoekers. ,,De kunst is alleen om je niet in allerlei vreemde bochten te wringen.'' Volkenkunde bedacht dan ook een andere manier om het publiek, jong en oud, bij het museum te betrekken. Eén grote tentoonstelling per jaar organiseert het museum, een expositie die veel publiek moet trekken - al was het maar omdat het museum een deel van zijn eigen inkomsten moet ophoesten.

Opmerkelijk is daarbij dat het publiek mag bepalen welke expositie het tot hoofdtentoonstelling schopt niet de museumstaf. Wel maakt het museum een voorselectie. De eerste keer, zo'n twee jaar geleden, bleven vijf projecten over. Deze werden in willekeurige volgorde voorgelegd aan een publiekspanel van acht mensen. Van de Sande keek stiekem, via een camera, mee. ,,Dat was heel leerzaam.''

Op basis van de opmerkingen van het panel werden de voorstellen aangescherpt. Daarna werden de vijf projecten via internet nog een keer voorgelegd aan het publiek; deze keer bogen driehonderd mensen zich over de initiatieven. Ook deze mensen moesten aangeven welke tentoonstelling ze het liefst in het museum zouden zien. De uitkomst was bindend.

Niet iedereen was gerust op een goede afloop. Eén voorstel behelsde een expositie over het huwelijk; De grote dag en dan ... heette het. Omdat de selectieprocedure samenviel met het tumult rond het huwelijk tussen kroonprins Willem Alexander en Máxima, dachten de medewerkers dat `het huwelijk' zou winnen. Een deel van de staf vond dat een slechte keus. Een tentoonstelling over het huwelijk was in hun ogen te saai, te alledaags en zou voornamelijk vrouwelijke bezoekers trekken. Maar afspraak was afspraak. Gelukkig werd hun angst niet bewaarheid; het publiek koos voor Australië, het land en de mensen. De expositie ging begin vorige maand open.

En het huwelijk? Dat belandde op de laatste plaats. ,,Tsja'', glimlacht Van de Sande, ,,je kunt je in de mensen vergissen''.

In Amsterdam zullen ze zich niet vergissen. Daar zorgt een reeks Bekende Nederlanders wel voor. Henk Schiffmacher zal tattoos zetten in het Amsterdams Historisch Museum; voormalig rockzanger Rick de Leeuw leest poëzie voor in het Van Gogh-museum; acteur en hunk Egbert Jan Weeber, beter bekend als `Eggie', draait plaatjes bij `Ons' Lieve Heer op Solder': in de zeventiende-eeuwse katholieke schuilkerk die nu deel uitmaakt van museum Amstelkring. Succes verzekerd.

Museumnacht Amsterdam op 42 locaties; informatie www.n8.nl/2005. Museumnacht Utrecht op 17 locaties; www.museumnacht.nl`De museumnacht had te weinig met onze kerntaak te maken'