`Het went, al die liquidaties' (Gerectificeerd)

Liquidaties roepen reacties op van `eigen schuld, dikke bult'. Maar zulke eigenrichting holt de rechtsstaat uit, vinden strafrechtdeskundigen. ,,Het zijn eigenlijk illegale doodstraffen.''

Bij de liquidatie van Klaas Bruinsma in 1991 was de samenleving `ernstig geschokt', zei de rechter in de daaropvolgende strafzaak. Nu zegt een bewoner in Amsterdam-Zuid over de moord op onderwereld-advocaat Evert Hingst in zijn straat: ,,Het went, al die doden.'' Verschillende media benadrukten vooral de omstandigheid dat er tijdens de schietpartij kinderen op straat liepen die Halloween vierden. Het lot van de oud-advocaat kwam pas op de tweede plaats.

Die berichtgeving is volgens de Tilburgse criminoloog Cyrille Fijnaut tekenend voor de `berustende houding' die het publiek, en ook justitie lijken te hebben als het gaat om afrekeningen onder criminelen.

Petrus van Duyne, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Tilburg, kan zich de sentimenten wel voorstellen: ,,Het zijn toch slechteriken die slechteriken dood schieten. Dat zo'n vorm van eigenrichting de rechtsstaat uitholt, schijnt mensen minder te boeien.'' Bij uitingen van `zinloos geweld' reageert het publiek geschokt en meelevend. Liquidaties roepen volgens Van Duyne een reactie op van `eigen schuld, dikke bult'. ,,Terwijl zo'n slachtoffer: een vastgoedhandelaar, een oud-advocaat, ook een rouwende familie achterlaat.''

,,Om er mee te kunnen leven, passen mensen hun normen aan. Kennelijk wordt geweld steeds meer geaccepteerd.'' zegt criminologe Dina Siegel. Ze denkt dat het gevoel van onveiligheid steeds meer vanzelfsprekend wordt. ,,Er zijn grotere en gevaarlijker rampen dan criminele afrekeningen. Mensen wachten gelaten op liquidatie nummer vier.''

Criminele groepen zijn steeds meer bereid om geweld te gebruiken, zegt Fijnaut. Dat manifesteren ze ook graag: in doodgewone woonwijken, op momenten dat iedereen het ziet, wordt met grof geweld een rekening vereffend. ,,Zo etaleren criminelen dat ze niets of niemand vrezen'', zegt Fijnaut.

Opvallend is dat er zelden omstanders gewond raken bij een criminele afrekening. De laatste onschuldige slachtoffers bij een liquidatie waren de broers Taminiau, die in 1998 in het bos bij hun huis in Hilvarenbeek ongewild getuige waren van een afrekening tussen Limburgse drugsbaronnen. De jongens, achttien en twintig jaar oud, moesten dat met de dood bekopen. Die gebeurtenis bracht kort een golf van ontzetting teweeg. Maar latere liquidaties werden volgens Fijnaut geaccepteerd als een ,,naar, maar reëel gegeven''.

Omdat moordpartijen als deze zelden leiden tot een aanhouding, kan makkelijk de indruk ontstaan dat het systeem van de democratische rechtsstaat tekortschiet, meent Fijnaut: ,,Liquidaties zijn eigenlijk illegale doodstraffen. Er is een moord gepleegd, maar het lijkt of de politie niks doet. Dat tast de geloofwaardigheid van de rechtsstaat aan.'' Fijnaut ergert zich aan mensen die afrekeningen bagatelliseren: ,,Nu kijkt iedereen naar criminelen, maar dit geweld kan zich ook keren tegen rechters, officieren van justitie of politieagenten.''

De meeste liquidaties worden niet opgelost. ,,De politie is machteloos, ze doen erg hun best maar het lukt niet om deze organisaties op te rollen'' zegt criminologe Dina Siegel. Van Duyne zegt dat het bijna onmogelijk is om zo'n zaak op te lossen: ,,De daders zijn onherkenbaar, technisch bewijs is er nauwelijks. Alleen roddels binnen zo'n bende kunnen een aanwijzing bieden, maar roddels zijn geen hard bewijs.''

Siegel doet onderzoek aan de Vrije Universiteit naar georganiseerde misdaad. Ze voorspelt dat de liquidaties in Amsterdam nog lang niet afgelopen zijn. ,,Amsterdam is nog steeds een paradijs voor criminelen, vanwege de centrale ligging in Europa, de goede infrastructuur en het liberale drugsbeleid. De stad kampt al jaren met hetzelfde imago: het is `sin city'.''

Siegel vermoedt dat de recente golf aan liquidaties wordt uitgevoerd door `nieuwe figuren' in de onderwereld, die hun reputatie nog moeten vestigen. ,,Daarom vallen er nauwelijks slachtoffers onder onschuldige omstanders, het is voor zulke criminelen belangrijk om professioneel over te komen.''

Rectificatie

In het artikel Het went, al die liquidaties (4 november, pagina 3) wordt gesteld dat de laatste onschuldige slachtoffers bij een criminele afrekening in 1998 de broers Taminiau waren. Dat is niet juist. Sindsdien is nog zeker één keer een dodelijk slachtoffer gevallen, de vriendin van een crimineel. Bij andere afrekeningen zijn zeker vier keer omstanders bij afrekeningen gewond geraakt.